Desnoods komt de kamper zelf even langs

(Trouw) Beeld Patrick Post

Illegaal een dak op je woonwagen zetten of ’even langskomen’: Amstelveense kampers lijken overal mee weg te komen. Tot onbehagen van gewone burgers, signaleert criminoloog Hans Werdmölder. Ambtenaren kiezen tussen handhaven en angst afkopen. „Ik hoef me toch niet in elkaar te laten rossen?”

Op zaterdag 7 juni 2003 organiseert de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging haar jaarlijkse wandelexcursie. Het oog is gevallen op De Poel in Amstelveen, een fraaie plas met rietlanden. Bij de autochtone Amstelveners staat het traject bekend als ’rondje Poel’, een geliefde wandeling op de zondagmiddag. In het verslag van deze excursie lezen we: „De wandeling begint bij het Amstelveense Raadhuis, waar automobilisten hun auto kunnen parkeren. Vanaf hier lopen we langs de plas naar de Doorweg, waar aan de noordkant een gemeentelijk stuk heemgrond ligt met grote koningsvarens, grote ratelaar en veel rietgorzen. Misschien ook met allerlei voertuigen van de woonwagenbewoners aan de overkant van de Doorweg. Daar kijken we dan maar niet naar. De politie in Amstelveen is eenmaal zwak in de handhaving.”

Binnen de gemeente Amstelveen spreekt men liever niet over ’kampers’ of ’woonwagenkamp’. In ambtelijke stukken wordt bewust gesproken over ’woonwagenlocaties’, ’woonwagenbewoners’ of huurders van een woonwagenstandplaats. Dit politiek-correcte taalgebruik is aan de woonwagenbewoners zelf niet besteed, zij zien zichzelf nadrukkelijk als ’kampers’. Soms maken ze onderscheid tussen hen die met een wagen rondtrekken, de ’reizigers’, en kampers die permanent op een kamp verblijven, de ’plakkers’. De rest van de samenleving, de zogenaamde buitenwereld, bestaat uit ’burgers’. Met het verbod op rondtrekken met een woonwagen zijn de ’reizigers’ uit beeld verdwenen. Maar het zijn niet alleen de woonwagens en alles wat daarmee samenhangt die cultuur en levensstijl van de kampers bepalen. Daarin speelt ook hun streven naar autonomie en onafhankelijkheid in de marge van de samenleving een rol.

Amstelveen kent vier woonwagenlocaties, met in totaal 54 staanplaatsen. Op elf daarvan staan ’Vrom-wagens’ die de overheid met huursubsidie en voor een zeer bescheiden huurbedrag verstrekt. Aanschafwaarde: 50.000 tot 70.000 euro per stuk, exclusief btw. De grootste – en meest omstreden – woonwagenlocatie telt 16 standplaatsen, gevestigd aan de Doorweg, een straat met drempels, die de natuurlijke toegang tot het Amsterdamse Bos en het natuurgebied rond de Amstelveense Poel vormt.

Het rijtje woonwagens aan dit fiets- en wandelpad heeft door de vele verbouwingen inmiddels de status gekregen van ’landhuizen op wielen’. De houten chalets met puntdaken doen in de verte niet denken aan de ’Drentsche Platenwagens’ of folkloristische ’Pipowagens’, die in de jaren vijftig door het land trokken.


Grotere kaart weergeven]]>

De ophanging van wielen onder de onverplaatsbare houten woningen is geen onbelangrijk gegeven, want dankzij dit ongebruikte onderstel hoeven de eigenaren van de woonwagens geen onroerendezaakbelasting te betalen. Een niet onbelangrijk voordeeltje waar geen haan naar kraait.

Op de parkeerplaatsen aan de overkant van de weg staan bestelbussen en caravans geparkeerd; kampers gebruiken deze mobile homes om rond te reizen. Als we de huidige bewoners van de Doorweg mogen geloven, zit een echte kamper het reizen nog steeds in het bloed.

Het verhaal gaat dat Herman de Kok, voorman van de kampers, eind jaren tachtig een wethouder op driehoog buiten het raam heeft laten hangen, toen deze hem liet weten geen tijd te hebben. Of dit geweldsincident echt gebeurd is, doet er niet veel toe: het fungeert als een krachtige anekdote die op het Amstelveense stadhuis nog steeds de ronde doet. Een voormalig VVD-raadslid zegt dat de ambtenaren aan de balie speciale instructies hebben. Zodra De Kok zijn gezicht laat zien, staat de beveiliging op scherp. Als een gewone burger op hoge toon verhaal komt halen, „dan zetten de twee beveiligingsbeambten hem de deur uit. Bij kampers is dat niet het geval. Zij krijgen dingen voor elkaar door te dreigen en door desnoods geweld te plegen.”

Een voormalig gemeenteambtenaar weet dat De Kok altijd een scherp oog heeft voor de zwakke schakel in de bestuursketen. Zo’n ambtenaar wordt dan onder druk gezet. En als dat allemaal niet helpt, weet De Kok het adres of het mobiele nummer van de burgemeester of betreffende wethouder wel te vinden. Desnoods komt hij zelf even langs.

In Nederland kent de communicatie tussen ambtenaren van de gemeente en zijn woonwagenbewoners zogeheten klassieke trekken, waarbij de tactiek van de bewoners neerkomt op eisen, afdwingen en ’langskomen’. In de beleving van de kampers zeggen gemeenten immers altijd botweg ’nee’ op alles wat ze vragen, terwijl ambtenaren ten stadhuize laveren tussen afhouden, temporiseren en het gesprek aangaan. Ook in Amstelveen bestaat die spanning tussen gemeente – handhaver van de regel- en bouwvoorschriften –, kampers die zich nergens wat van aantrekken en klagende bewoners uit het vlakbijgelegen Oude Dorp.

Voor de gewone wandelaar, fietser of jogger in dit fraaie natuurgebied was de rommelige locatie lang een raadsel. Hoe is dit allemaal mogelijk? Waarom treedt de gemeente niet handelend op? Een ambtenaar van de afdeling Milieu- en Bouwvergunningen, die veel te maken heeft gehad met de bewoners van de Doorweg, zegt: „De kampers krijgen dingen voor elkaar die jij en ik nooit voor elkaar zouden krijgen. Je kunt wel zeggen: ontruim de hele handel. Maar welke ambtenaar gaat daar uitvoering aan geven? Je wordt namelijk met de dood bedreigd, daar heb je toch geen zin in?”

Volgens een ex-ambtenaar Welzijn zeggen „de woonwagenbewoners dat je een ambtenaar eerst voor zijn bek moet slaan, wil hij naar je luisteren. En dat houden ze al jaren vol.”

Ook deze ambtenaar kwam vaak bij de kampers over de vloer. Het viel hem op dat ze door hun vele contacten met gemeentelijke functionarissen precies weten waar ze recht op hebben en dat ze de mazen van de wet kennen. In de woonwagens zag hij „natuurlijk dingen die niet door de beugel kunnen. Maar gelukkig heb je geen meldplicht. Je bent dus niet verplicht over illegale zaken te rapporteren.”

Het Wijkplatform Oude Dorp schreef in september 2004 een boze brief naar de gemeente. Het buurtcomité klaagde over de herinrichting van de Doorweg. „Wij willen hier voor de zoveelste maal met klem tegen protesteren. Angst en onmacht zijn slechte en onacceptabele raadmeesters. Door dit nu weer toe te staan zal niet voorkomen kunnen worden dat er in de toekomst nieuwe overtredingen van de regels plaatsvinden.”

Het wijkplatform had daar slechte ervaringen mee, al acht, negen jaar lang. Zo rolden de kampers boomstammen weg die de gemeente daar had geplaatst als natuurlijke begrenzing van de parkeerplaatsen. Ze zetten hun eigen auto’s en caravans er weer neer.

In een gesprek licht de secretaris van het platform – volgens de huidige burgemeester een redelijke man – de achtergrond van het klaagschrift toe. De burgers van het Oude Dorp hadden maar één eis: „Gewoon de wet handhaven.” Want, zegt de secretaris, „het was daar op de Doorweg totale wetteloosheid en alles werd er maar getolereerd. De gewone politie zag je daar niet. We hebben bij de gemeente wel viermaal om de tafel gezeten, zowel met de burgemeester als met de ambtenaren. Die woonwagenbewoners dachten dat ze alles konden maken. Er werden illegaal kleine paleisjes gebouwd. Het was ook hun grondgebied, en steeds was sprake van landjepik. Maar de gemeente gaf keer op keer niet thuis, er gebeurde helemaal niets.

De laatste keer heeft de toenmalige burgemeester gezegd dat hij het boetekleed zou aantrekken. Vervolgens gebeurde er weer niets. Beloftes werden steeds niet nagekomen.

De woonwagenbewoners willen helemaal niets te maken hebben met de gewone burger. Die houding heeft hen heel veel opgeleverd.”

Een jaar later, in oktober 2005, treedt de gemeente Amstelveen dan toch op als handhaver. Volgens een lokale krant verwijdert ze in samenwerking met de politie drie zeecontainers die zonder vergunning waren geplaatst van het terrein aan de Doorweg. Volgens de woordvoerster van de gemeente was de verwijdering noodzakelijk om de herinrichting van de Doorweg mogelijk te maken. Ondanks een eerdere aanschrijving hadden de eigenaars de containers niet weggehaald. De kampers lieten die omvangrijke, dure klus wijselijk over aan de gemeente.

Ze hadden nog een reden om niet te protesteren. Hun voornaamste eisen waren namelijk ingewilligd: er kwamen vier standplaatsen en enkele parkeerplekken bij en het fiets- en wandelpad werd verplaatst.

Op een pleintje in het Oude Dorp schrijft de nieuwe wijkregisseur een parkeerbon uit, vlak voor de idyllische Dorpskerk. De eigenaar van de auto praat druk op de wijkagent in, die onvermurwbaar lijkt. Het is de voornaamste grief van de bewoners in Amstelveen. De handhaving van de wet geldt wel voor de gewone burger, maar niet voor de woonwagenbewoners.

Lange tijd was het gebied aan de Doorweg zelfs een no-go-area voor burgers, ambtenaren en politie. Alleen de speciaal aangestelde buurtregisseur was er welkom. Kijk, licht deze agent toe, „het zijn mensen met een apart handvat. Ze hebben een ongelofelijk grote bek en ze trekken zich niets aan van de regels.” Dan voegt hij er snel aan toe: „Op het justitieel vlak waren er geen bijzondere problemen, geen diefstal, geen omgekatte auto’s.”

Niettemin rukten op 23 augustus 2008 brandweer en politie uit, voor een brand in een woonwagen aan de Doorweg. Volgens een persbericht was die vermoedelijk veroorzaakt door het illegaal aftappen van stroom voor een kweekinstallatie met 250 hennepplanten; dienders en brandweerlieden ontdekten in een schuur naast de wagen nog een kwekerij.

Dat die illegale installatie niet was ontdekt, kan komen doordat de jaarlijkse ’schouw’ was afgeschaft, een controle op de naleving van regels voor onder meer brandveiligheid. Zo’n schouw was tot voor kort onderdeel van het woonwagenbeleid dat sinds 1999 onder de gemeenten valt.

Het kan ook komen doordat ambtenaren nogal wat moeite hebben met de bejegening van deze bijzondere bevolkingsgroep met zijn eigen regels, intimidatie en geweld, met een afkeer van formele procedures en van bemoeienis met wat er gebeurt rond de woonwagens – hun territorium. Een toezichthoudende ambtenaar zegt onomwonden: „We zijn met zijn allen bang. Door al dat gedreig ben ik ook wat voorzichtiger geworden. Ik ben nu 45, ik hoef me toch in niet in elkaar te laten rossen.”

In ambtelijke taal betekent dat dat handhaving van de bouwvoorschriften aan de Doorweg geen prioriteit heeft.

Een ambtenaar, belast met woonwagenaangelegenheden, noemt zichzelf een ’creatieve oplosser van problemen’. „Tachtig procent van de ambtenaren hier op het stadhuis kan niet omgaan met deze categorie mensen. Je moet de instelling hebben dat je die mensen gaat helpen. Anders krijg je alleen maar gezeik, dan red je het niet.”

Hij is een echte manager in de frontlinie (zie kader), niet opererend volgens de regels maar met het oog op het helpen van mensen bij het zelf oplossen van problemen.

Formeel staat het woonwagenkamp onder beheer bij de afdeling Vastgoed van de gemeente Amstelveen. „De publiekrechtelijke bevoegdheid”, zo meldt de burgemeester, een VVD’er, „ligt bij de afdelingen Vergunningen en Handhaving van de gemeente.”

Maar gezien het specifieke karakter van de woonwagenwereld, zoals dit met een understatement heet, heeft de lokale overheid gemeend een aantal diensten uit te moeten besteden aan gespecialiseerde bedrijven en sleutelpersonen. Een beproefde strategie van bestuurders als reactie op de dreigementen en agressie van kampers, niet alleen in Amstelveen. „Angst afkopen, zo noemen we dat”, meldt een ambtenaar ter plekke.

Amstelveen heeft de firma Nijbod uit Eindhoven in de arm genomen voor het innen van de huurpenningen, het technisch beheer van de standplaatsen en huurwoonwagens en het onderhouden van de contacten over woonaangelegenheden.

Ambtenaren en woonwagenbewoners in Noord-Holland kunnen een beroep doen op het adviescentrum Bureau Primo. Uit zijn kleurrijke brochure leren we dat woonwagenbewoners legitieme woonwensen hebben. Door er niet alleen maar zuiver juridisch, financieel of veiligheidstechnisch naar te kijken, valt er best wat te regelen. Woonwagenbewoners op hun beurt dienen te leren dat een gesprek ook resultaat kan opleveren.

Zo is de locatie Doorweg ooit tot stand gekomen, blijkt als we eindelijk Herman de Kok te spreken krijgen, de woordvoerder van de Doorwegbewoners. Hij is 66, maar ziet er jonger uit. En hij kent zijn reputatie van breekijzer. „Je moet af en toe wat kracht zetten om de noten te kraken, maar dat heb ik in al die jaren wel geleerd”, zegt De Kok. „Al die wethouders en ambtenaren draaien maar om de brij heen. Ze geven geen eerlijke antwoorden, ze weten heus wel dat ik gelijk heb.” Het is niet moeilijk voor te stellen hoe intimiderend De Kok met zijn doorgroefd gelaat, boksersneus en volle, zwart geverfde haardos over kan komen.

De Kok verhuisde in 1967 vanuit Nunspeet naar de Randstad om er een autosloperij te beginnen. „Maar het werd er zo vol, het was ook een enorme troep en het groeide dicht met auto’s. We zijn toen gaan rondkijken naar een andere goede locatie en we hebben de parkeerplaats aan de Doorweg gekraakt. Samen met een paar zwagertjes en neefjes. Gekraakt dus, met zes of zeven wagens.” Uiteindelijk werd het illegale kampje van overheidswege goedgekeurd – maar nu klaagt De Kok over de krapte. Hij zou meer grond willen voor zijn wagen („je kijkt zó tegen de buurman aan”) en vergunningen om hoger te bouwen.

De Kok vertelt hoe er laatst een akkefietje was: een neef van hem bouwde puntdaken op de bungalows, tegen de regels in. Een ambtenaar dreigde met verwijdering van de illegale opbouw, maar een PvdA-wethouder greep in om escalatie te voorkomen.

De Kok: „De wethouder heeft dat in de goede richting gedraaid, ja, dat is wel gelukt. Kijk, weet je wat het met de gemeente is? Ze hebben eenmaal een bepaald beleid, daar willen ze aan vasthouden. Je moet ze uit dat patroon weten te krijgen. Dat is heel moeilijk voor ze, daar zijn stappen in de aarde voor nodig.”

De Kok kan zich best voorstellen dat je niet altijd gelijk kunt krijgen. Maar dan kun je altijd nog naar de burgemeester stappen, want „elk mens mag zijn recht halen. Ik loop rustig de kamer van de burgemeester binnen, ook al zit hij daar met dertig personen.”

De tactiek van Herman de Kok is die van een welzijns-chiselor – iemand die alle sluiproutes in het labyrint van uitvoeringsinstanties kent. „Ik doe iets, ik krijg dan te horen dat het niet mag. Maar er zijn overal mazen in de wet te vinden. En anders pas je de wet maar aan.” De Kok heeft het mobiele nummer van de ambtenaar Handhaving in zijn telefoon zitten.

De jongste aanvaring met de overheid begon toen De Kok de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. De Kok: „Ik heb altijd gezegd: Als ik 65 jaar word, wil ik een paard.” Het paard kwam er, op zijn verjaardag. De gemeente heeft ’met dierenarts en ambulance’ geprobeerd het beest weg te halen, „maar dat is niet gelukt”, zegt De Kok. „Je weet dat paarden van oudsher horen bij woonwagenbewoners. De burger heeft een herdershond, ik heb een paard, dat laat ik me niet afnemen.”

Paard Santino staat op stal. De Kok heeft daar geen vergunning voor, maar dat deert hem niet. Er is zelfs al een tweede paardje gearriveerd, Rustie. „Ik ga ook een karretje kopen, waar vier man op kunnen zitten. Kan ik mijn kleinkinderen op het karretje zetten en het bos inrijden.”

Het Wijkplatform Oude Dorp reageerde afkeurend. Niet zo vreemd, want nog geen jaar geleden is een illegale paardenstal aan de Doorweg verplaatst naar een ander deel van Amstelveen. Herman de Kok had een jaar geleden goede hoop dat hij zijn paarden kon houden. Hij vertelde dat hij een persoonlijk onderhoud met de burgemeester had gehad. „Ik heb tegen de burgemeester gezegd: als het paard weg moet, dan doe jij je ambtsketen niet meer om.” De burgemeester reageerde laconiek op deze ’wens-met-dreiging’. Hij moest maar met de ambtenaar Handhaving gaan praten.

Woonwagenbewoners hebben trouwens ook kritiek op het trage opereren van de gemeente. Dat beaamt de voormalige buurtregisseur, als hij vertelt over de bouw van de illegale puntdaken op de chalets. „Ik gaf dat door aan de gemeente”, zegt de politieman, „maar die kwam pas na twee of drie maanden in actie. Je moet bij deze mensen meteen optreden, dat gebeurt dus niet. De gemeente is ook niet daadkrachtig. Ze zijn zo bang.”

Zo veroorzaken de lokale autoriteiten ergernis bij menig bewoner in Amstelveen. Voor bijna elke verandering aan zijn huis, schuur of dakkapel moet hij toestemming vragen aan de gemeente en bouwtekeningen voorleggen aan een welstandscommissie. Ambtenaren zien scherp toe op de verbouwing. Daarom staan ook deze gemeentelijke ’handhavers’ niet te juichen bij het gedogen van illegale praktijken aan de Doorweg. De oud-buurtregisseur zegt: „B. en w. openen deuren die voor anderen gesloten blijven. Dat geeft irritatie. Nu weer is het een probleem met het paard van De Kok. Dat paard moet weg, maar dat wil De Kok wil niet. Sommige mensen denken dan: laat het maar staan. Zo beloon je afwijkend gedrag.”

Epiloog. Maanden later haalde Herman de Kok na een lange gerechtelijke procedure bakzeil – en verkocht Santino en Rustie. De Kok slaapt er nog slecht van. Maar de zomer nadert en hij droomt weer. Over een paard. „Ik word wel ouder, maar hou niet op met strijden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden