Desmond Tutu laat Zeeuwse klei trillen

MIDDELBURG - Desmond Tutu behoeft geen introductie. De voormalige anglicaanse aartsbisschop van Kaapstad was dit weekeinde naar Nederland gekomen om de Roosevelt Award voor de vrijheid van godsdienst in ontvangst te nemen voor zijn verdiensten in de gewonnen strijd tegen de apartheid in zijn land en de bevlogen wijze waarop hij als voorzitter van de Waarheids- en Verzoeningscommissie gestalte geeft aan de verwerking van Zuid-Afrika's verleden.

WIM BOEVINK

Iedereen kent hem in die rol. In 1984 was hij voor die rol al met de Nobelprijs voor de Vrede onderscheiden. Maar gisteren zat de Nieuwe Kerk in Middelburg vol met mensen die de flamboyante Tutu in een andere hoedanigheid wilden beleven. Of zoals ds. G. J. Smit van de Hervormde Gemeente het tijdens de dienst in zijn woord aan de kinderen formuleerde: “Omdat bisschop Tutu een echte bisschop is, wil-ie natuurlijk preken.”

Een preek van Tutu in een kerk in Zeeland, als daar de klei niet van zou gaan trillen, waarvan dan wel? Dus nam men in gespannen afwachting voor aanvang van de dienst alvast in ogenschouw wat het interieur van de kerk voor afwijkends te bieden had: de perstribune, een min of meer geluidsdicht hok voor de radioverslaggever, een vleugel en het preekgestoelte dat ter ere van de gelauwerde uitbundig was gedecoreerd met bloemstukken.

Tutu's intrede in de kerk zullen weinigen goed hebben kunnen waarnemen: de grote voorvechter van de mensenrechten is nogal klein van stuk. Niettemin was zijn presentie van meet af aan voelbaar, alsof er in dit sobere gotische gebouw met zijn asgrauwe hoge muren iets lacherigs over het kerkvolk was neergedaald, iets vrolijk makends. Men zou waarachtig menen dat de samenzang bij het kyrië en het gloria spontaan bijna musical-achtige trekken ging vertonen en dan moest de gospelmuziek nog beginnen. Twee reusachtige zwarte vrouwen traden naar voren en over de gekamde hoofden en de hoog gesloten regenjassen golfde ritmisch het 'Precious Lord, take my hand'. Een opwarmertje voor Tutu die na de epistel-lezing door Zuid-Afrika's ambassadeur in ons land, Carl Niehaus, en de evangelielezing door dominee Smit het hoge preekgestoelte beklom.

Hierop had men gewacht. Tutu had zijn mond nog niet geopend of het wonder van de betovering was al geschied: zo klein is hij dat, eenmaal op de preekstoel, zijn gedaante bijna volledig achter de bloemstukken verdween waarop onder daverend gelach van de kerk een lid van de kerkenraad toesnelde met een verhoging. En boven alles uit klonk, versterkt door de microfoon, de hoge giechel van Tutu zelf.

'O dear', begon hij en demonstreerde met die twee woordjes al zijn ontwapenende kracht: het gehoor was in zijn ban. Deze gave van het woord, gecombineerd met zijn volkomen natuurlijk werkende uitstraling, moeten in Tutu's loopbaan temidden van alle politieke geweld en onrecht enorme wapens zijn geweest. Met een man als Tutu leg je het niet aan, je sluit hem in je armen.

Tutu, die zijn internationale faam naar eigen zeggen vooral dankt aan het feit dat je zijn naam zo makkelijk uit kan spreken, begon zijn publiek in die Middelburgse kerk te bespelen. 'Good morning', zei hij en terug kwam een zacht gerommel. “Ik weet dat jullie Nederlanders verlegen zijn , maar probeer die verlegenheid even af te leggen. Good morning.” En prompt oogstte hij een heel wat fermer klinkend good morning uit de kerkbanken.

Tutu sprak op zijn Tutu's over Genesis 2, vers 18: het is voor de mens niet goed om alleen te zijn. Dat begon al in die Tuin van Eden, waar alleen maar vrede heerste en 'iedereen vegetariër was', maar God toch medelijden kreeg met de eenzame Adam. Dus liet Hij de hele dierschare aan hem voorbij paraderen opdat hij zich een aardige partner uit zou zoeken, maar Adam wees de een na de ander af. Dus schiep God terwijl Adam sliep uit diens rib dat verrukkelijke wezen dat we Eva zijn gaan noemen. “Toen Adam die ochtend ontwaakte en Eva zag, zei hij: 'Waaaauw'.” Een mens wordt pas een mens door andere mensen, betoogde Tutu. In al hun verschillen complementeren ze elkaar in een netwerk van onderlinge afhankelijkheid. Vandaaruit was het voor Tutu maar een kleine stap naar de strijd tegen de apartheid. “De overwinning op de apartheid zou volledig onmogelijk zijn geweest zonder uw steun, uw hulp, uw gebeden. Het is dankzij u, dat wij in Zuid-Afrika vandaag vrij zijn. Ik heb 63 jaar moeten wachten voordat ik wist wat het betekent om vrij te zijn. Het is voor mij een geweldig privilege om naar u terug te kunnen keren en namens miljoenen Zuid-Afrikanen tegen u te kunnen zeggen: dank u, dank u, dank u.” Zijn 'dank u' sprak hij op fluistertoon uit.

Toen hij vervolgens het kerkvolk (“nogmaals ,ik weet dat jullie verlegen zijn”) uitnodigde te gaan staan zodat het zichzelf een staande ovatie kon brengen, moet menig kerkganger het gevoel hebben bekropen dat de man op de kansel zijn hele leven al vrijer is geweest dan het gehoor waarop hij zich in alle dankbaarheid richtte: zo geremd en enigszins gegeneerd kwam men overeind om in opdracht van de bisschop zichzelf te feliciteren. Hier begon de klei weer stevig te trekken en begon het calvinisme op te spelen tegen de aanstekelijkheid van Gods eigen komediant daar op de preekstoel.

Tutu intussen was in zijn preek al begonnen aan zijn volgende morele kruistocht en nam het op tegen de oorlogen die van kinderen wezen maken, tegen landmijnen, tegen xenofobie en neonazisme, tegen het onrecht in Sri Lanka, Oost-Timor, Soedan, Nigeria, Bosnië en het Midden-Oosten: het klonk als een overvolle orderportefeuille van een onvermoeibare ambassadeur van de mensenrechten.

Na afloop van de dienst was er in de belendende wandelkerk gelegenheid om Tutu de hand te drukken. Je hoefde niet echt naar hem te zoeken: hij was daar waar gelach weerklonk. Boven alles uit dat van hemzelf. Die hoge giechel.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden