Desi kan weer niet komen. Nu heeft hij de Mexicaanse griep

De getuigen Soepar Moeslikan (voorgrond) en Sammy Monsels (links in de deuropening) komen aan op de militaire basis in Boxel. (FOTO REUTERS)

De Surinaamse krijgsraad heeft eind vorige week het proces hervat tegen 25 verdachten van de Decembermoorden.

Het strafproces tegen de Surinaamse ex-legerleider Desi Bouterse en 24 andere verdachten van de decembermoorden in 1982 is hervat: toen werden vijftien tegenstanders van het ’militair gezag’ op beestachtige wijze vermoord.

Bouterse heeft zich nog niet laten zien, zoals hij sinds het begin van de zittingen op 30 november 2007 nooit is verschenen. Volgens zijn raadsman Irwin Kanhai is hij dit keer verhinderd omdat hij de Mexicaanse griep heeft.

Op 13 oktober vierde ’Bouta’ nog wel uitbundig zijn 64ste verjaardag met zijn aanhangers. Bij de verkiezingen in mei 2010 is hij lijsttrekker van de Megacombinatie, een samenwerkingsverband van de NDP met andere partijen. Zijn tegenstanders vrezen dat hij het proces zal laten stopzetten wanneer hij aan de macht komt.

Wel aanwezig waren vijf familieleden van de slachtoffers uit Nederland, onder wie Madeleine Rahman-Henar (80), moeder van vakbondsleider en journalist Lesley Rahman. Haar zoon stelde in september 1982 kritische vragen tijdens een persconferentie. Daarop reageerde Bouterse: „Jij weet niet waar je mee bezig bent”. Vanaf haar vakantieadres in Nederland stuurde ze Lesley een kaart voor zijn 28ste verjaardag, met als PS: „Wees voorzichtig”.

Ze vertelde hoe militairen haar zoon thuis ophaalden. „Hij heeft gezegd: 'Maak je niet ongerust hoor, ik heb niets verkeerds gedaan' en gaf me nog een klopje op mijn schouder." Op 10 december 1982 vond ze Lesley terug in het mortuarium. „Ik was te emotioneel om te kijken en heb alleen zijn voeten aangeraakt”, zei Rahman in tranen. Haar zuster heeft het zwaar gehavende lichaam van Lesley geïdentificeerd. Rahman verliet Suriname in 1983 en kwam er slechts één keer terug. Zij en haar dochter Joyce (51) getuigden tegen Desi Bouterse en Imro Themen.

Soepar Moeslikan (50) werkte van 1980 tot 1987 als hofmeester en ordonnans voor Bouterse. In diens werkkamer zou hij vakbondsman Fred Derby in een smekende houding hebben gezien, slechts gekleed in een onderbroek. Donderdag, in de zaak tegen Bouterse, zei Moeslikan dat hij niets had gezien en gehoord. Tijdens eerdere zittingen beweerden ook veel andere militairen dat zij zich niets herinnerden of niets bijzonders hebben opgemerkt.

Vrijdag legde hij wel een belastende verklaring af tegen oud-minister Errol Alibux: die had hij op de dag van de moorden gezien in Bouterse’s kamer. Alibux ontkende in alle toonaarden. Moeslikan verliet Suriname in 1987 en is er nooit teruggeweest. Vrijdag voelde hij zich opgelucht. „Vanaf dit moment heb ik geen angst meer.”

Sammy Monsels woont sinds 1988 in Nederland. In 1982 was hij sportinstructeur in het Surinaamse leger. Met anderen arresteerde hij in de nacht van 7 december 1982 advocaat John Baboeram. Op 9 december hielp hij de vijftien lijken naar het mortuarium te vervoeren. Monsels getuigde tegen acht verdachten, onder wie Arthy Gorré, die Bouterse opvolgde als bevelhebber na de terugkeer van de democratie in Suriname.

Toen Gorré merkte wat zich afspeelde, vertrok hij naar eigen zeggen naar de Diamond, een nachtclub in de buurt van Fort Zeelandia waar de moorden plaatsvonden. „Daar ging ik wel vaker naar toe. Muziek luisteren en striptease kijken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden