Désanne van Brederode: Zwichten voor alles wat moelijk is

Filosofe Désanne van Brederode schreef een schotschrift tegen de vervlakking. In 'Modern dédain' vraagt zij zich af waarom er zoveel minachting is voor kennis, kunst en cultuur. "Alleen in sport mag je nog uitblinken."

'Mijn generatie volwassenen“, schrijft Van Brederode, “hoeft niet meer alles uit de kast te halen om kinderen aan de spruitjes te krijgen. Want hoera: ze smaken niet meer naar spruitjes! De dwaas die nog wel bitter lof en bittere spruiten wil, zal daarvoor naar de natuurwinkel aan de andere kant van de stad moeten fietsen. Geen groot probleem, dat is waar. Maar wat er met moeilijke, bittere smaken gebeurt -namelijk dat ze worden weg gekweekt- gebeurt op tal van gebieden. Mensen worden niet meer gedwongen kennis te nemen van complexe politieke kwesties, van geschiedenis, literatuur, kunst, klassieke muziek en andere zaken die nodig zijn wil je van bagage, van een brede algemene ontwikkeling kunnen spreken én in het publieke debat beslagen ten ijs kunnen komen. Nee, mensen mogen zich verdiepen. En om de zelfstudie aantrekkelijker te maken worden de oude kennisbronnen ontdaan van hun belerende toon en stoffige imago; ze worden 'opgeleukt'.“

Tal van voorbeelden somt filosofe Van Brederode in haar pamflet op om haar stelling te staven. Het begon eigenlijk bij andere manieren van corrigeren in het schoolopstel. Leraren streepten de fouten nog wel aan, maar gaven 'originaliteit en eerlijkheid' een hogere waardering. Ook het afschaffen van klassikaal gedichten reciteren leidde niet bepaald tot een beter inzicht in vorm, toon en betekenis van een gedicht.

Maar het kan allemaal nog veel erger, signaleert zij. Van Brederode noemt actuele voorbeelden: volkszanger Jan Smit, die op de televisie niet zegt te weten waarom 4 mei in Nederland een historische datum is. En die het tijdstip van acht uur op die dag met acht uur 's ochtends verwart. Of schaatskampioen Erik Hulzebosch, die in een gesprek met met schrijver Ronald Giphart stralend vermeldde nog nooit van Harry Mulisch te hebben gehoord: 'Literatuur? Het is toch ook allemaal belachelijk gedoe?' Van Brederode: “Dan dooft het licht.“

Het is nog niet eens het gebrek aan welvoeglijkheid en aan algemene kennis dat haar ergert, zegt Van Brederode. Het is eerder de minachting die zij alom bespeurt zodra het niet over sport of over 'Idols' gaat. Vandaar haar titel 'Modern dédain'.

Het is, concludeert zij, één wijdvertakt zwichten voor alles wat maar moeilijk lijkt. Niet eens denigrerend, maar door en door nihilistisch.

Toen ze werd uitgenodigd voor het programma 'Villa Felderhof', vertelde ze daarin ook over haar zienswijze op het (katholieke) geloof, dat ze zelf belijdt. Maar de televisiekijker kwam dat aspect nooit onder ogen: 'iemand in Hilversum' beschouwde die passage kennelijk als 'te moeilijk voor de doelgroep': dat kunnen 'ze' niet aan. “Het mag hier en daar wel wat stoïcijnser. Uitgeverijen publiceren naast bestsellers toch ook dichtbundels, ook al worden daar maar driehonderd exemplaren van verkocht?“

Van Brederode schreef haar pamflet op uitnodiging van haar uitgeverij. “Aanvankelijk had ik geen groot enthousiasme. Ik kan nu eenmaal niet 'op afroep verontwaardigd zijn'. Door mijn studie filosofie ben ik eerder geneigd aan de beschouwende dan aan de oordelende kant te blijven. Maar gaandeweg kwam er kennelijk lijn in mijn verontwaardiging.“

Ze heeft niets tegen populaire cultuur, maar wel tegen mensen die zeggen dat kunst, kunstenaars en kunstwerken 'belachelijk' zijn, zonder dat ze daar verstand van hebben. “Als andersom een wetenschapper of schrijver bij 'Barend en Van Dorp' zegt nog nooit 'Sex in the city' te hebben gezien, wordt die hooghartig als wereldvreemd afgeserveerd.“

Van Brederode verzet zich in haar schotschrift ook tegen het onstuitbare 'gelijk' van oplage- en kijkcijfers. Onder het mom van 'de consument is koning' wordt volgens haar diezelfde consument juist gekleineerd en geminacht. “Als je steeds maar blijft zeggen dat een mens een concentratieboog van hooguit vijf minuten heeft, komt je natuurlijk niet voorbij het kind dat louter friet, appelmoes en pannenkoeken wil eten.“

Zijn mensen misschien ongezien dommer geworden? Van Brederode: “Dat weet ik niet. Wel is duidelijk dat we minder moeite willen doen. 'Geen moeilijke woorden', zeggen ze dan. En waarom niet? Er zijn toch woordenboeken? Ik hoorde mijn zoon van zeven onlangs het woord 'onwillekeurig' gebruiken en was eerst verbaasd: hoe kómt ie aan dat woord? Kinderen begrijpen veel meer dan bekend wordt verondersteld.“

Uit 'Modern dédain': ,,Is het niet zo dat een sprookje van Grimm, dat wemelt van de niet-alledaagse woorden, kinderen leert om uit de context van het verhaal de betekenis van een moeilijk woord te achterhalen? Wat 'karmozijn', 'karwats' en 'karig' betekenen hoef je helemaal niet altijd uit te leggen - bij herhaling geven de woorden hun betekenis ook wel prijs.“

Volgens Van Brederode zijn alleen sporters nog gevrijwaard van minachting voor hun prestaties. “Op school is gymnastiek is nog het enige vak waarin competitie mag gelden, waarin je geleerd wordt tegen je verlies te kunnen. Bij alle andere vakken mag dat niet. Dan luidt het excuus opeens: 'Ja, maar Marietje heeft dyslexie'. Terwijl diezelfde Marietje de hele dag op internet zit te chatten. Hoe dóe je dat dan?“

Maar al staan sporters nog op een voetstuk, ook zij moeten op hun tellen passen. Een judoka als Dennis van der Geest kan volgens de schrijfster voordat hij er erg in heeft, door de massa die hem nu bejubelt, minachtend aan de dijk worden gezet. ,,Naast zijn sport treedt hij op in tv-programma's, draait hij plaatjes, doet hij mee aan reclamefilmpjes. Zodra zijn sportprestaties achteruit gaan, zal het volk roepen: 'Zie je wel, dat komt er nou van'. Hij houdt zich niet bij zijn leest.“

Van Brederode weet dat minachting zich in verschillende hoedanigheden aandient. Op kerstavond bekeek ze, 'vervuld van religieuze gevoelens', een EO-programma waarin de presentator en zijn gast letterlijke locaties van 'de Here Himself in het Heilige Land' opzochten. Ze bezochten een Palestijns straatje waar een timmermanszaakje bleek te zijn met Jozef als eigenaar, Yussef genaamd. En gingen daar samen met Jozef-Yussef ook maar een plankje staan schuren.

Van Brederode kon haar ogen niet geloven, en bezag het programma vervolgens als topsatire waar Koot & Bie niets meer aan hoefden te veranderen. ,,Zo ongelooflijk plat! Je ziet ze infantiel denken hoe ze dat programma gaan maken: 'We gaan geen verhaal van 2000 jaar oud vertellen, het moet niet belerend zijn, wat actualiseren, beetje vrijblijvend houden'. En dus gaan ze naar een Palestijnse kliniek om daar een babytje vast te houden, want dat had Jezus daar vast ook gedaan. En gaan ze vissen op het Meer van Galilea, waar ze 'een echte Petrusvis' vangen. Dat is toch van een letterlijkheid! Behalve als satire was het walgelijk. Zulk misbruik van zo'n grootse vertelling. Dan heb ik nog liever Gordon en Joling.“

Van Brederode weet ook wel dat ze om dergelijk publiekelijk dédain haar schouders zou kunnen ophalen, teneinde over te gaan tot de orde van de dag. Toch wint de verontwaardiging het keer op keer: ,,Want met zo'n programma zeggen ze eigenlijk: 'Kijk kijkers, zo moet het, zo moet je kerst beleven'.“

'Modern dédain', Désanne van Brederode, Querido, 4,95 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden