'Der Ring des Nibelungen' als unieke doos van Pandora

De opvoeringen waren bij voorbaat al historisch. Al was het alleen maar vanwege het feit dat het ging om de allereerste complete enscenering van Richard Wagners ’Der Ring des Nibelungen’ die in Nederland werd geproduceerd. Maar die allereerste Nederlandse ’Ring’ groeide ook in artistiek opzicht uit tot ’historische’ proporties.

Na aanvankelijke aarzelingen gaven publiek en pers (ook internationaal) zich compleet over aan deze unieke en tijdloze presentatie van Wagners ultieme uitdaging aan een operahuis. Kleuren, beelden, personages, megalomane decors, rook- en knaleffecten zetten zich vast op de netvliezen en de trommelvliezen werden dankzij Hartmut Haenchen bestookt met een zo ’schoon’ mogelijke weergave van de partituur; voor bepaalde opera’s rolde de partituur van de nieuwe, kritische Wagner-editie per pagina van de fax en ook daar haalde Haenchen nog vele fouten uit.

Vanaf vandaag gaat ’Der Ring des Nibelungen’ bij De Nederlandse Opera in reprise. Voor de allerlaatste keer. De gigantische enscenering van Wagners vier opera’s kon men in juni 1999 voor de eerste keer in zijn geheel ondergaan. Dat wil zeggen: alle vier opera’s binnen een week uitgevoerd. De Nederlandse Opera voerde het werk toen in vier cycli uit, die precies de hele maand juni in beslag namen. Vele liefhebbers leefden toen in een soort ’Ring’-roes, waaraan ze nog graag herinnerd worden.

De opbouw van Wagners immense muziektheatrale meertrapsraket was in september 1997 met ’Das Rheingold’ begonnen. Ook nu bij de herneming van het logistieke operamonster is de opbouw in etappes gegaan, beginnend in mei 2004 met ’Die Walküre’. En ook nu is de vraag naar kaartjes vele malen hoger dan het aantal beschikbare plaatsen in het Muziektheater; en dat ondanks de boven de toneelvloer zwevende extra adventure seats van waaruit men het geklooi van goden, dwergen en mensen daar beneden op het toneel met een helicopterview kan aanschouwen. De Nederlandse Opera houdt het nu op ’slechts’ drie cycli, waarna het overweldigende decor van George Tsypin ten prooi zal vallen aan de hamers en cirkelzagen van de slopers. Er is geen plek om het ergens op te slaan.

Wat een geluk dat de NPS in 1999 met camera’s in de zaal aanwezig was en dat die registraties vanaf volgend jaar op dvd verkrijgbaar zullen zijn. Zo blijft deze wonderbaarlijk evenwichtige, diep-menselijke, spectaculaire, schrijnende, ontroerende en muzikaal overweldigende enscenering van regisseur Pierre Audi en dirigent Hartmut Haenchen in ieder geval voor het nageslacht bewaard. Als er genoeg interesse voor bestaat, overweegt De Nederlandse Opera om de huidige reprise-cyclus op cd vast te leggen, zodat ook de belangrijke zangerswisselingen sinds 1999 gedocumenteerd zullen zijn.

De tegendraadsheid waarmee Audi en Haenchen Wagners ’heilige’ tetralogie te lijf gingen was ontwapenend eenvoudig en extreem ingewikkeld tegelijk. Wagner schreef de vier opera’s speciaal voor het Festspielhaus in Bayreuth, dat in 1876 met de wereldpremière van de ’Ring’ geopende werd. De orkestbak en de dirigent zijn daar voor het publiek totaal onzichtbaar, omdat volgens Wagner niets moest afleiden van het gebeuren op het toneel. De voorstellingen in Bayreuth beginnen dan ook heel sprookjesachtig vanuit een volledige duisternis. Ineens is daar de muziek. In Amsterdam hebben ze geprobeerd om die duisternis-ervaring te imiteren. Elke opera begint ook hier met alle lichten uit. In die verwachtingsvolle donkerte licht slechts het puntje van Haenchens dirigeerstokje op, zodat de orkestmusici, die de eerste maten uit hun hoofd kennen, ritmisch houvast hebben.

Maar met dat duistere begin houdt elke vergelijking met Bayreuth op. Toen Audi en Haenchen begrepen dat het wegwerken van het orkest zoals in Bayreuth in het Muziektheater niet mogelijk was, kozen ze rigoureus voor het andere uiterste. Het orkest moest juist heel erg aanwezig zijn. Het orkest zit in ’Das Rheingold’ in de zeer open en door plankieren omgeven orkestbak. Voor ’Die Walküre’ verhuist het naar rechts op het toneel, in ’Siegfried’ speelt het links op het toneel en voor ’Götterdümmerung’ keert het weer terug in de bak. In de vier voorstellingen beweegt het orkest zich dus in een cirkel - tegen de klok in. Die ’negatieve’ cirkel is een bewuste verwijzing naar de negatieve krachten van de vervloekte Nibelungen-ring, waar het in dit werk over gaat.

De ring zelf, door Alberich gesmeed uit het geroofde Rijn-goud, is bij Audi een mysterieus gouden kubusje. Die kubusvorm kwam terug op de affiches, op de programmaboeken en ander promotiemateriaal. De ring als kubus. Een doosvorm zogezegd. En bij Audi bleek die ’kubusring’ een enorme wagneriaanse doos van Pandora. Audi’s beeldtaal is weinig anekdotisch. Het was een vondst om de hut van Sieglinde en Hunding uit te beelden als een klein, veilig huisje. Op het moment dat Sieglinde er met Siegmund vandoor gaat, schiet dat ’burgerlijke’ huisje als een raket het toneel af. Later doet het afgedankte huisje dienst als oven waar Siegfried (zoon van Sieglinde en Siegmund) zijn onoverwinnelijke zwaard Nothung smeedt. Het zwaard dat uiteindelijk de speer van oppergod Wotan doormidden zal klieven.

Wotans speer was in deze ’Ring’ steeds overduidelijk en omineus aanwezig; als een rotorblad vervaarlijk draaiend in de nok van het toneel, als een enorme spies neergepoot op de immense decorvloer en als een provisorisch bijeengebonden wapen dat zich helemaal aan het slot door de achterwand heenboort; een laatste oprisping van Wotans (on)macht.

De ’rake’ beelden zijn ontelbaar, maar als hoogtepunt mag toch gelden de scène waarin Brünnhilde als een zwarte madonna treurt bij het lijk van Siegfried. Er gebeurt verder niets, de prachtige ’Trauermusik’ wordt door Haenchen liefdevol opgepookt en die twee zwarte, onbeweeglijke silhouetten vertellen het hele verhaal van onmacht en verloren liefde. Onvergetelijk.

Een superieure enscenering kortom, waarin overigens ook wel af en toe wat misging. Een voorstelling van ’Siegfried’ moest ooit aan het einde van de tweede akte worden afgebroken omdat zanger Heinz Kruse over het decor struikelde waarbij zijn arm uit de kom raakte. Diezelfde Kruse kreeg een andere keer het zwaard dat hij aan het smeden was niet meer losgetrokken uit de smeedapparatuur waardoor hij sissend de coulissen in moest roepen: ’Ein Schwert, ein Schwert!’ Een wakkere toneelknecht bezorgde hem net op tijd een alternatief zwaard. Ontploffingen zorgden af en toe voor opstoppingen, een bezoekster raakte lichtgewond door rondslingerende rekwisieten en ’Das Rheingold’ kreeg een onbedoelde pauze omdat twee enorme computergestuurde decorplaten op tilt sloegen.

Maar de allerleukste ’misser’ was nog wel die in ’Götterdümmerung’ (eerste akte, derde tafereel), waarin Brünnhilde haar zuster Waltraute op bezoek krijgt. Bij opkomst was Nadine Secunde (Brünnhilde) vergeten haar kubusring om te doen en dat juist in een scène waarin zuslief haar vraagt om van die ring afstand te doen. Waltraute begint haar monoloog met: ’Höre mit Sinn, was ich dir sage’ (Luister aandachtig naar wat ik jou zeg), waarop Brünnhilde doodleuk het toneel verliet om haar ring op te halen. Waltraute bleef ins Blaue hinein jeremiërend op het toneel achter. Het geeft aan dat in Audi’s hi-tech ’Ring’ ook de goden en half-goden niets menselijks vreemd is.

De voorstellingen

’Der Ring des Nibelungen’ is vanaf vandaag nog drie keer in zijn geheel te zien. De 'Ring' gaat in drie cycli in het Muziektheater. ’Das Rheingold’ op 19/9, 28/9 en 7/10, ’Die Walküre’ op 21/9, 30/9 en 9/10, ’Siegfried’ op 23/9, 2/10 en 11/10 en ’Götterdümmerung’ op 26/9, 5/10 en 14/10. De voorstellingen zijn uitverkocht, maar DNO hanteert een volgnummersysteem voor niet afgehaalde kaarten. Info: www.derringdesnibelungen.nl of 020 6255455.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden