Der brave Soldat Schwejk

Fritz Muliar was geen acteur van grote rollen. De kleine man, zoals ’der brave Soldat Schwejk, waren hem op het lijf geschreven.

Toen hij zijn tachtigste verjaardag vierde, vroeg iemand Fritz Muliar hoe oud hij hoopte te worden. „Zevenentachtig”, antwoordde hij. „Hitler heeft zeven jaar van mijn leven gestolen, die gemiste tijd wil ik graag inhalen!”

Daarvoor had Muliar dan ook alle reden. Zijn joodse stiefvader Mischa Muliar vluchtte in 1938 voor de nazi’s naar de Verenigde Staten en eenmaal opgeroepen voor de Wehrmacht verzweeg Fritz, inmiddels lid van een klein cabaret, zijn afkeer van het nationaal-socialisme niet. Een medesoldaat verried hem, waarna hij het doodvonnis tegen zich hoorde uitspreken. Hij kreeg gratie en werd naar het oostfront gestuurd. Uiteindelijk belandde hij in een Brits krijgsgevangenkamp.

Zijn hele verdere leven waarschuwde Muliar voor de gevaren van het nationaal-socialisme en steunde hij bij parlementsverkiezingen openlijk de Oostenrijkse sociaal-democraten (SPü).

Als acteur brak in de jaren vijftig zijn grote tijd aan. Muliar had een groot talent om allerlei dialecten te imiteren: het Jiddisch, Boheems en het Weens lagen hem bijzonder. Op het witte doek, op het toneel – hij maakte bijna dertig jaar deel uit van het Theater in der Josefstadt en twee decennia van het wellicht nog gerenommeerdere Burgtheater – en op televisie was hij een bekende verschijning. Niet directe in grote klassieke rollen („Ik kan ’de kleine man’ heel goed spelen: een joodse bankier – dat kan nog, maar Othello hoeft voor mij niet zo nodig”), ofschoon hij met het solostuk ’Siberien’ veel roem en erkenning verwierf.

Bij het grote publiek, ook in Nederland, zal Fritz Muliar vooral bekend blijven als ’Der brave Soldat Schwejk’, de verfilming – in de jaren zeventig als tv-serie door de Vara op de buis gebracht – van het boek van Jaroslav Haek.

Die rol was Muliar letterlijk op het lijf geschreven: de onschuldige burger die zijn intrede doet in de Eerste Wereldoorlog, als argeloze en onwetende ordonnans in het leger van de zieltogende Oostenrijks-Hongaarse monarchie. In deze onovertroffen parodie op de toenmalige militaire kadaverdiscipline weet Schwejk, alias Muliar, te overleven – juist vanwege zijn onnozelheid. Dialogen als Schwejk, halten Sie’s Maul. Wissen Sie, dass ich Sie einsperren lasse? / Melde gehorsamst, Herr Oberlaitnant, dass ich das nicht weiß, waren typerend voor de gesprekken tussen Soldat Schwejk en zijn meerdere, luitenant Luká.

Op zondagmiddag 3 mei speelde Fritz Muliar nog in het Weense Josefstadt-theater. ’s Nachts overleed hij plotseling – het einde van een ’veelbewogen, vaak moeilijk, maar erg interessant en uiteindelijk gelukkig bestaan’, zoals hij zelf zijn autobiografie uit 2002 ooit inleidde. De titel van dat boek kan nauwelijks verrassen: ’Melde gehorsamst, das ja!’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden