Depressie is goed te behandelen

De behandeling van mensen met een depressie kan veel beter. De psychiater vertelt wat er nu niet goed gaat in de praktijk; de projectleider hoe zij het roer radicaal wil omgooien. Hun beider doel: maar liefst vijftig procent minder patiënten met een chronische depressie binnen een jaar.

Eveline Brandt

Hoofdschuddend bekijken ze de laatste cijfers. Het gebruik van antidepressiva stijgt nog altijd. Vorig jaar, zo meldt de Stichting Farmaceutische Kengetallen, werd weer vier procent vaker een recept voor depressiemiddelen uitgeschreven dan in 2002. Antidepressiva behoren tot de meest voorgeschreven geneesmiddelen in Nederland; inmiddels slikken bijna 900000 mensen de pillen.

Terwijl dit toch in veel gevallen niet wenselijk is, weten Jochanan Huyser, psychiater in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, en Gerdien Franx, projectleider bij het Utrechtse Trimbos-instituut. ,,Antidepressiva zijn bedoeld voor de behandeling van een depressieve stoornis die matig of ernstig is'', zegt Huyser.

,,Maar op dit moment worden de middelen ook voorgeschreven bij allerlei depressieve klachten of lichte depressies, zonder dat gekeken wordt hoe die klachten zijn ontstaan. Of deze groep patiënten wel baat heeft bij het gebruik van antidepressiva is niet duidelijk. Wanneer je de middelen te snel voorschrijft, dus als het niet nodig is, is de werking gering en houd je de bijwerkingen over. Bovendien raakt de patiënt teleurgesteld over het resultaat, terwijl je mensen die depressief zijn teleurstellingen juist moet besparen.''

Lange tijd was het idee, zo verklaart de psychiater de medicijnenmanie, dat huisartsen depressie niet voldoende herkenden. Als ze dat nou maar leerden, en als ze dan vaststelden dat hun patiënt echt aan een depressie leed, dan waren medicijnen nodig. Met de herkenning van depressies is het nu, vele bijscholingen later, beter gesteld.

Helaas dacht, en denkt men nog steeds, dat de diagnose gelijk is aan medicatie. ,,Maar depressie is geen longontsteking die altijd met medicijnen moet worden behandeld'', zegt Huyser, die zich in zijn praktijk uitsluitend met depressieve patiënten bezighoudt. ,,Er is maar een beperkte groep bij wie de biologie zodanig een rol speelt dat medicatie de enige manier is om te herstellen. Dit geldt meestal niet voor beginnende of lichte depressies; vijftig procent daarvan gaat vanzelf over binnen drie maanden. Pas na zes maanden komt de patiënt in een risicogroep, en moet de behandelaar overgaan tot een 'depressiespecifieke' behandeling: psychotherapie of medicijnen.''

Er gaat van alles mis in de behandeling van de ziekte depressie, die hard op weg is om volksziekte nummer twee te worden in de westerse wereld, na hart- en vaatziekten. Het Trimbos-instituut wil de behandeling rigoreus verbeteren met het ambitieuze Doorbraakproject Depressie, dat dit najaar start. Het idee achter de uit Amerika overgenomen 'doorbraakmethode' is dat een groep zorgverleners gezamenlijk in korte tijd een grote verbetering in de zorg tracht te bewerkstelligen.

,,Juist die korte duur is de charme van de methode'', zegt projectleidster Franx. ,,In de lichamelijke zorg is dit al vaker gedaan, in de geestelijke gezondheidszorg nog nooit. Dankzij een doorbraakproject van het kwaliteitsinstituut CBO is bijvoorbeeld op intensive cares de beademingsduur sterk teruggebracht. Men wist bij bepaalde ziektes dat het onnodig is om de patiënt langer dan enkele dagen aan een beademingsmachine te leggen. Er waren ziekenhuizen waar dat toch gebeurde, en soms nog veel langer. Men weet dat het beter kan, maar ziet dat het niet gebeurt. Dát proberen te doorbreken -dat is ook van dit project het doel.''

Ja, zeggen Franx en Huyser in koor: bij de ziekte depressie is een doorbraak hard nodig. Want de behandeling in de praktijk loopt achter bij de kennis die er over de ziekte is. Wanneer een depressieve patiënt nu bij een arts komt, zegt Huyser, start die arts vaak te snel een behandeling met antidepressiva of gerichte psychotherapie. Overbehandeling, dus.

Lang niet altijd nodig, omdat de laatste jaren veel bekend is geworden over de goede resultaten van 'kortdurende interventies'. Mits die vormen van korte, krachtige hulp maar heel snel worden ingezet. Want in de eerste drie tot zes maanden van een depressie, schetst de psychiater, hebben mensen vaak nog zelf de capaciteit om verandering in hun situatie te brengen. Soms onder begeleiding van een gespecialiseerde verpleegkundige of huisarts, zolang die maar niet direct de pillendoos opendoet of doorverwijst naar een gespecialiseerde psychotherapeut die vervolgens een maandenlange wachtlijst heeft.

Nee, zegt Huyser: ,,Je maakt gebruik van de kracht van de patiënt om zelf te herstellen, maar wel met aanwijzingen.''

Het kan om heel eenvoudige aanwijzingen of interventies gaan, zoals tips om beter te slapen en gezonder te leven. Hardlooptherapie. Vijf gesprekken bij een psycholoog. Of het volgen van een cursus, zoals 'In de put, uit de put'. Nieuw in het doorbraakproject waarvan Huyser adviseur is, is de sterke nadruk op zulke 'niet-depressiespecifieke behandelingen', waarmee veel patiënten met beginnende depressies goed geholpen kunnen worden.

,,Van deze minimale vormen van hulp is bewezen dat ze werken, alleen weten lang niet alle artsen dat en is die hulp onvoldoende bij de huisarts beschikbaar'', zegt Franx. ,,Dat is een van de zaken die wij willen doorbreken. Het moet bekender worden dat je patiënten vaak op een eenvoudige manier goed kunt helpen -en dus ook zonder onnodige schade aan te richten zoals de bijwerkingen van medicijnen.''

Aan de andere kant is er ook nog altijd veel ónderbehandeling. Mensen met een langdurige depressie die een behandeling met pillen of praten hard nodig hebben, krijgen die nu vaak niet, of niet op tijd. Dit komt deels door wachtlijsten - die weer verergeren door overbehandeling. Ondertussen 'verankert' hun depressie zich, en dat is riskant. ,,Na een half jaar is er een groot risico dat de depressie chronisch wordt, en ook moeilijker te behandelen'', zegt Huyser.

Het inzicht in die 'zes maanden-grens' is vrij nieuw. In plaats van te spreken over 'lichte' of 'zware' depressies, is het volgens de psychiater daarom beter om te kijken hoe lang de depressieve klachten van een patiënt al bestaan. Vervolgens is het devies voor hulpverleners: ná zes maanden intensief behandelen; vóór die tijd de sterke kanten van mensen zelf aanspreken en ze niet afhankelijk maken van de hulpverlening.

Het zwaardere geschut alleen inzetten als dit echt nodig is, kortom. ,,Maar'', zegt Franx, ,,dan moeten de langdurig zieke patiënten wel meteen de juiste behandeling krijgen, en niet nog maanden op een wachtlijst staan. Daarover moeten de teams in het doorbraakproject ook afspraken maken: Jongens, we willen dat deze patiënten na een halfjaar binnen een maand bij de psychotherapeut terecht kunnen, hoe gaan we dat doen? Misschien kan daarvoor tijd worden gereserveerd met een soort urgentiesysteem. De hartchirurgie kent al zulke categorieën; de geestelijke gezondheidszorg nog niet. De doorbraak gaat dus ook om het beter organiseren van de zorg.''

Huyser knikt. ,,Wanneer iemand bovenop een flat staat en ernstig depressief is, weet iedereen dat goede behandeling en eventueel opname snel nodig zijn. Voor alle andere depressieve patiënten moet de aangewezen behandeling net zo duidelijk zijn. Dan moet een huisarts kunnen bellen met een psychiater: luister, ik heb hier een depressieve patiënt, ik heb dit en dat al geprobeerd maar het slaat niet aan. Dus moeten we naar de volgende fase: kun jij de patiënt zo snel mogelijk zien?''

Wat ook onvoldoende gebeurt, en nodig moet veranderen, is met een lelijk woord 'monitoren'. Behandelen, en de maand erop kijken of het helpt -dat is nog veel te weinig de gewoonte. ,,In dit project gebeurt dat voortdurend'', zegt Franx. ,,De teams die de verbeteringen doorvoeren moeten elke maand een overzicht geven of patiënten zijn opgeknapt, of wachttijden zijn verkort. Dat is voor de deelnemers zelf ook stimulerend want zij zien meteen of het helpt wat ze doen.''

Huyser: ,,Het probleem van ons vak is dat we geen bloed kunnen prikken en daaruit een depressiewaarde kunnen aflezen. Maar we kunnen wel vragenlijsten afnemen. Daarmee krijg je sneller door wanneer het niet goed gaat met een patiënt. We moeten onze terughoudendheid hierin laten varen.''

Bij de ziekte depressie, weet de psychiater, is het verraderlijk dat de patiënt meestal niet klaagt. ,,Die zegt al snel: het zal wel aan mij liggen, ik ben zo'n zeur, ik moet niet te snel weer naar de dokter gaan. Voor je het weet, duurt het te lang voordat de patiënt opknapt en ontstaat er een spiraal naar beneden. Als je met vragenlijsten meet hoe hoog iemand scoort op de depressieschaal, dan kun je na zes weken weer meten of diegene wel vooruitgaat. En als dat niet zo is, is dat een belangrijk signaal dat je niet op de goede weg bent met die patiënt.''

De vele verschillende hulpverleners die zich bezighouden met depressie, vertelt Franx, gaan in dit project verder kijken dan hun vak. De psychiater moet om de tafel met de huisarts, de psycholoog en de verpleegkundige. Met elkaar, en met nog andere hulpverleners, zullen zij zich buigen over de problemen van onderbehandeling, van overbehandeling. Ze moeten meer aan 'monitoring' gaan doen. Patiënten actief gaan voorlichten hoe zij hun ziekte zelf kunnen aanpakken.

En dan, zo luidt het ambitieuze doel, kan het aantal mensen bij wie een depressie langer dan een jaar duurt, worden gehalveerd.

Vijftig procent minder chronische depressies -is dat realistisch? Huyser: ,,Ik denk het wel. Ik denk dat we veel kunnen bereiken door tempo te maken, door mensen beter in de gaten te houden die te lang dreigen door te modderen. Gaat het met hen steeds slechter, dan heb je dat als hulpverlener veel sneller door. En dan kun je ook sneller intensiever gaan behandelen, bij hen dus die dat echt nodig hebben.''

Uiteindelijk, als het project slaagt en alle veranderingen ook beklijven, is het natuurlijk de bedoeling dat de patiënt er beter van wordt. ,,Maar eerst wordt de hulpverlening hier beter van omdat die professioneler gaat werken, dus met meer plezier'', verwacht de psychiater. ,,Als je geen beroepenstrijd meer hebt maar goed samenwerkt en je gezamenlijk verantwoordelijk voelt voor je patiënten, merk je dat je met elkaar meer aankunt. De doorbraak is dat je samen het probleem draagt. Dat je niet langer zegt: die huisartsen doen het niet goed, of: de specialist heeft te lange wachtlijsten. Maar dat je in een geroutineerd team werkt waar iedereen weet wat hij moet doen en waar de patiënt, hoe moeilijk diens ziektebeeld ook is, van opknapt.''

Franx: ,,Hulpverleners gaan zich veel minder onmachtig voelen om de zorg te veranderen. Niet vanuit het management maar vanuit hun eigen vakkennis gaan ze proberen die doelstelling van vijftig procent minder chronische depressies te bereiken. Wat ze proberen is nooit fout, iedereen zoekt oplossingen. Volgens mij werkt dat heel stimulerend.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden