Recensie

Depeche Mode weer op de barricaden, en bijt weinig subtiel van zich af

Beeld RV

POP
Depeche Mode
Spirit
(Sony)
**

Boze tijden krijgen boze muziek. Flink ironisch dus dat de Amerikaanse neonazi Richard Spencer onlangs Depeche Mode als 'officiële band van de alt-right' betitelde, tot afschuw van frontman Dave Gahan en de zijnen. Goed, de kille esthetiek, duistere hopeloosheid en grauwe verdoemenis die uit hun synthrock wasemt vindt wellicht weerklank bij hen die dromen over het Derde Rijk. Maar Spencer heeft blijkbaar niet het tekstenboekje van deze veertiende langspeler opengeslagen. 

De band die nog tegen Thatcher en Reagan in het verweer kwam, bijt wederom van zich af. En doet dat weinig subtiel, met de bariton waarmee Gahan platte teksten over grootkapitaal, leegte en revolutie declameert. De plaat begint sterk, de dreigende single 'Where's the Revolution' blijft lekker hangen, maar de band valt vervolgens snel in herhaling. 

Ergens is het charmant hoe de band koppig doormarcheert met hun gedateerde klankenpallet, waar de doorgaans lichte toets van producer James Ford (Simian) weinig aan verandert. Dit opgeteld bij de eendimensionale teksten en teveel zwakke nummers rechtvaardigt alleen niet waarom Depeche Mode zo ver na hun hoogtijdagen nog muziek uitbrengt. Voor de fans, niets meer dan dat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden