Dennis Rodman is excentriek, dat is handige koopwaar

(Trouw)

De afgelopen dagen toerde een gezelschap Amerikaanse ex-basketballers door Europa. De groep had een uithangbord: de volslagen verknipte, en daardoor zeer publiciteitsaantrekkelijke Dennis Rodman.

Deze grappige en volgens velen ongevaarlijke weirdo torst een hele geschiedenis met zich: gebroken huwelijken/verhoudingen en ontsporingen die nauwelijks nog gecatalogiseerd kunnen worden.

Een aankondigingfilmpje bij de NOS begon met het tonen van een limousine van zeventien meter. Platter en voorspelbaarder kon het werkelijk niet, maar de organisatoren van de feestjes in België, Nederland en Duitsland moeten gedacht hebben dat het goed was deze clichés simpel in stand te houden.

Onder sportvolgers ontstond een boeiend gesprek: moet je wedstrijden als deze aan den volke tonen? Moet je uitrukken om mannen op leeftijd die twintig jaar geleden vaardig speelden, nu, in hun volgend bestaan, nog steeds opvoeren als bezienswaardigheden? Zijn zij camera’s en uitzendtijd waard? Is ieder woord over de veteranen uit Amerika die in drie duels tegen veteranen uit de eerder genoemde landen in het veld komen, er een te veel? Horen ook deze woorden niet opgeschreven te worden?

Ik bedoel, als in Nederland mannen als Okke te Velde en Geert Hammink, veertigers met een goede baan, in een sporthal opduiken, zal niemand daar warm voor lopen. Dat ligt aan onze nuchtere instelling, die inhoudt dat we geen idee hebben wie die kerels zijn en ook aan het ontbreken van een sportcultuur die plaats biedt aan een vluchtige vorm van verering.

Dan komt er een groepje Amerikanen aanvliegen en in lange rijen gaat een nieuwe generatie journalisten en volgers klaarstaan, mannen en vrouwen die de Amerikanen alleen van horen zeggen kennen.

Wedstrijden van dit formaat zijn vaak knoeipotjes waarin sommigen doodernstig hun vroegere sport beoefenen en sommigen het zien als een leuk avondje transpireren met een biertje toe. Nu komen Belgen, Duitsers en Nederlanders, allen ex-internationals, heel even in een veld te staan met een man op leeftijd uit een andere wereld die hun bewierookte tegenstander is. Het is derhalve circus en anders niet.

Grappig, maar natuurlijk o zo waar, die Amerikanen hebben geen enkel idee wie hun tegenstanders zijn. Alleen de Europeanen kennen de verhalen over Rodman of Muggsy Bogues, een speler die vroeger vooral en altijd geafficheerd werd als de kleinste NBA-speler die het ’groot’ wist te maken.

In het verleden, toen de wereld kleiner was en we nog geen idee hadden wat satellieten waren, liepen duizenden mensen in Amsterdam warm om de Harlem Globetrotters te zien. Dat was een sociaal uitje, daar werd wekenlang over gesproken. Dat was nieuw, dat was Amerikaans

Is dat nu ook het geval? Staan er nog steeds trappelende fans klaar bij de kassa? Of zijn Rodman en vrienden gewoon een goedkope circusact, opgetrommeld door handige zakenlieden? Ik ben benieuwd hoe het met de publieke opkomst zal zijn.

Ik ken honderden topsporters, mensen die snakken naar waardering of een minuutje televisie die meer recht hebben op coverage dan deze mannen, maar ik weet ook hoe het systeem in elkaar zit. Rodman is excentriek, zijn ploeggenoten hadden ooit naam en dat is handige koopwaar. Blijkbaar draait de (sport)wereld zo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden