Denker des Vaderlands is geen dagsluiter

Filosoof Hans Achterhuis is de eerste Denker des Vaderlands. In een vraaggesprek met Trouw licht hij toe hoe hij die rol wil invullen. "Ik wil me pas in het debat mengen als ik me in de materie heb verdiept."

'We zaten te wachten op de uitzending, de testopname zat erop, de technici waren klaar, en de presentatrice nam nog even door hoe ze de aanwezigen in het tv-programma zou voorstellen. Het programma ging over arbeid, waarover ik een boek geschreven had. Bij mij aangekomen zei ze wat aarzelend: 'Hans Achterhuis, fi-lo-soof'." Hans Achterhuis nam de paar minuten voor die televisie-uitzending te baat om die aarzeling te analyseren.

Wat stelden de anderen zich dan voor bij een 'fi-lo-soof'?

"De aanwezigen vonden het lastig te omschrijven wat een filosoof is of doet", zegt Achterhuis nu. "Uiteindelijk opperde iemand: 'Een filosoof is een soort dagsluiter, iemand die overal wel wat over te zeggen heeft'. 'Nou', antwoordde ik, 'als jullie zo tegen een filosoof aankijken, wil ik niet aangekondigd worden als fi-lo-soof. Ik heb drie jaar hard gewerkt om alle literatuur over arbeid te lezen, en het fenomeen te begrijpen, vervolgens heb ik er een uitgebreide studie over geschreven. Dat is toch wat anders dan een dagsluiter die overal een zegje over kan doen'."

Er ontstond een discussie hoe ik dan wel geïntroduceerd moest worden. Uiteindelijk werd het: 'Hans Achterhuis, die als filosoof een uitgebreide studie schreef over arbeid'."

Achterhuis haalt de anekdote op om zijn toekomstige werkwijze als Denker des Vaderlands te verduidelijken. Achterhuis is de eerste Denker des Vaderlands. Deze titel is een initiatief van Filosofie Magazine, Stichting Maand van de Filosofie en dagblad Trouw.

"In Frankrijk heb je echte televisiefilosofen. De bekendste is wel Bernard-Henri Lévy, die bijna wekelijks op televisie zijn filosofische kijk op de wereld geeft. Ik hoorde hem nu zelfs beweren dat het militair ingrijpen in Libië te danken zou zijn aan een telefoontje dat hij uit Benghazi pleegde met president Sarkozy."

Lévy past in de Franse traditie van denkers als Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir. Achterhuis: "Sartre ondertekende honderden petities, als ergens ter wereld iemand onderdrukt werd stond hij op de barricaden. Hij besprak de hele wereld, vaak zonder grondige feitenkennis. Hiertegenover staat de Franse filosoof Michel Foucault, die zich pas in het publieke debat mengde nadat hij zich verdiept had in het onderwerp, zoals de psychiatrie en het gevangeniswezen."

"Ik wil als Denker des Vaderlands niet naar Benghazi reizen om vervolgens geraakt te worden door de ellende daar, en op te roepen tot ingrijpen. Afgelopen decennia heb ik me geregeld in het publieke debat gemengd, bijvoorbeeld als het over gezondheidszorg, arbeid, geweld, atoomenergie, of de verlenging van de missie naar Uruzgan ging, maar pas nádat ik mij verdiept had in de materie. In de gesprekken die ik als Denker des Vaderlands de komende jaren met Trouw zal voeren, zal ik ook zo te werk gaan."

Waarom? Stel dat Lévy er werkelijk in geslaagd is om als denker Sarkozy te beïnvloeden. Is dat dan geen winst? We zagen toch allemaal dat er iets moest gebeuren?

"Dat er iets moest gebeuren - zeker, zo voelen we dat. Maar een politicus heeft beter zicht op de talrijke factoren die een rol spelen bij een oproep tot militair ingrijpen dan een filosoof. Op grond van eerdere gebeurtenissen kan een filosoof wel de vraag stellen of ingrijpen zinnig lijkt."

Is dat belangrijk? Er vallen daar nu toch doden?

"Ik moet nu denken aan de situatie in Kosovo. Ook toen gingen we sterk op ons gevoel af. Premier Wim Kok die met een kind op de arm zegt: 'Nooit meer Auschwitz'. Zo'n uitspraak heeft onmiddellijk implicaties voor het soort interventie dat je wilt plegen."

"Ook in Bosnië gingen we in Nederland sterk op ons gevoel af: we moeten iets doen in onze Europese achtertuin. De druk om militair in te grijpen nam met de dag toe, maar niemand vroeg zich af wat we precies gingen doen, en wat we wilden doen. Ook niet nadat de Canadese blauwhelmen tot de conclusie waren gekomen dat ze in Srebrenica niet konden werken. Er werden zelfs door militairen morele argumenten aangevoerd in plaats van militair strategische."

Moet je dan níet op je gevoel afgaan, niet ingrijpen?

"Ik heb van de filosofe Hannah Arendt geleerd dat een militaire interventie alleen kans van slagen heeft wanneer er geen grote humanitaire doelen in de verre toekomst worden nagestreefd, maar militairen concrete, realiseerbare opdrachten krijgen uit te voeren."

Kent u dan zelf niet ook het gevoel dat er iets in Libië gedaan moest worden?

"Zeker wel. Maar het instinctieve gevoel van Hans Achterhuis is niet hetzelfde als wat de filosoof Hans Achterhuis denkt."

U heeft twee zielen in uw borst?

"Ja. De Amerikaanse wetenschapper en schrijfster Samantha Power heeft deze tweestrijd prachtig beschreven in het boek 'Een probleem uit de hel'. Hoe kan het, vraagt zij zich af, dat de wereld na elke genocide plechtig belooft: dit nooit meer, en bij de volgende genocide weer even blind en doof is.

"In het voorwoord van dat boek beschrijft Power hoe ze in juli 1995 als jonge journaliste in het door de Serviërs belegerde Sarajevo verbleef. Zij krijgt daar het bericht dat de Bosnische Serviërs Srebrenica aanvallen. Het is haar dan duidelijk dat de 40.000 Bosnische moslims groot gevaar lopen. Power beschrijft haar opluchting toen de NAVO-straaljagers overvlogen op weg naar Srebrenica. Ze deed de high-five met haar tolk, blij dat er eindelijk werd ingegrepen en er een einde kwam aan de 'beschamende passiviteit'.

"Toen de jagers terugkwamen bleken ze één tank te hebben gebombardeerd. Zij stelde toen de vraag waarom de wereld toekeek en de Navo deze genocide toeliet. Power dook de archieven in en ontdekte dat Bosnië een terugkerend probleem uit de hel is, en niet op te lossen is met een paar straaljagers.

"Samantha Power is nu een van de meest invloedrijke adviseurs van Obama, zij was een stuwende kracht achter het ingrijpen in Libië. Maar Libië heeft alles in zich om in een lange burgeroorlog te vervallen, om een probleem uit de hel te worden. Weet het Westen welke rol het daarin wil spelen?"

Leren we dan niets van die eerdere interventies?

"Toch wel. Bij de oorlog in Kosovo stelde de toenmalige minister voor ontwikkelingssamenwerking Eveline Herfkens enthousiast dat we zoveel ervaring hadden dat we van Kosovo binnen twee jaar een welvarend land zouden maken. Zonder kennis van zaken zo'n maakbaarheidsideaal tentoonspreiden - als je haar uitspraken nu leest, rijzen de haren je te berge.

"Bij een humanitaire interventie is altijd veel gesproken over Ius ad bellum, dat letterlijk 'recht tot oorlog' betekent. Dat recht houdt zich bezig met vragen wie een humanitaire interventie mag plegen, en wanneer. Dan is er ook een Ius in bello, dat het feitelijke oorlogsrecht omvat, zoals vastgelegd in de Conventies van Genève.

"Maar nu horen we steeds vaker een pleidooi voor een verlegging van het zwaartepunt: van de leer van de rechtvaardige oorlog, via een rechtvaardige interventie naar een toestand van stabiele vrede die uitdrukking moet krijgen in het Ius post bellum, in het tijdperk na de oorlog."

Daar dachten we vroeger niet over na?

"Nee, in Irak had men geen idee wat te doen na de oorlog. Men wist zelfs niet welke gebouwen extra beveiliging nodig hadden. Grote plunderingen waren het gevolg. In Afghanistan dacht men daar wel over na, maar uitgaande van een veel te optimistisch geloof in de maakbaarheid van dat land. Deze week bleek dat het bedrijfsleven nauwelijks geïnteresseerd is om te investeren in Uruzgan om zo het land te helpen opbouwen".

Viel dat niet te verwachten?

"Vroeger was ik vaak een eenling die kritische opmerkingen maakte over de maakbaarheid van een samenleving of een interventie. Nu zijn er velen, zoals Jolande Sap (fractieleider GroenLinks, red) gemerkt heeft toen ze hier in Nederland dacht te kunnen formuleren waaraan een politieopleiding in Uruzgan zou moeten voldoen."

Is dat een taak van de Denker des Vaderlands, een tegengeluid te laten horen? "Ik zie het niet als mijn taak om per se de andere kant van een zaak te laten zien. Ik vind het wel belangrijk om als filosoof buiten een discussie te kunnen stappen. Standpunten lijken vaak maar twee kanten te hebben: voor en tegen. Vervolgens worden de posities geframed, en hebben de voor- en tegenstanders zich ingegraven.

"Ik wil als Denker des Vaderlands in publieke debatten verschillende posities duidelijk maken, en vervolgens onzeker maken wat schijnzeker leek. Die zekerheid tref ik ook in mijn eigen milieu aan. Bij lezingen, die altijd door een bepaald publiek bezocht worden, krijg ik nu al een jaar of drie de vraag: wat vindt u van Wilders? Ik proef bij de aanwezigen op zo'n moment een moreel onbehagen, waarop ik heel makkelijk kan inspelen. Doe ik dat, dan knikt iedereen en zijn we het fijn eens. Dat lijkt me geen taak voor de Denker des Vaderlands.

Sociale filosofie centraal in werk Achterhuis

De nadruk in het werk van Hans Achterhuis ligt op de sociale filosofie, waarbij hij zich richt op thema's als ontwikkelingshulp, welzijnswerk, schaarste en technologie. Zo stelt hij in een van zijn eerste boeken, 'De markt van welzijn en geluk' (1980), dat de enorme groei van de sector van het welzijnswerk niet alleen op vooruitgang duidt. Meer hulp schept ook afhankelijkheid, schrijft hij.

In 2008 verschijnt het voorlopige magnum opus van Achterhuis: 'Met alle geweld'. Bij deze poging om het geweld filosofisch te begrijpen put Achterhuis uit romans, filosofische literatuur en de krant van vandaag. Een conclusie dringt zich op: geweld kent geen monocausale verklaring. Of het nu de biologische natuur is of het door de Franse filosoof Girard beschreven zondebokmechanisme, we kunnen het geweld niet definitief verslaan door één zogenaamde oorzaak weg te nemen. 'Met alle geweld¿ werd onderscheiden met de Socrates Wisselbeker, de prijs voor het beste filosofieboek van dat jaar. Vorig jaar publiceerde Achterhuis 'De utopie van de vrije markt'. Daarin onderzoekt Achterhuis de liberale overtuiging dat er niet zoiets als een 'Kapitalistisch manifest' zou bestaan. Hij stelt vragen bij de opvatting dat de vrije markt een 'objectief proces' zou zijn dat niemand heeft bedacht en door niemand is ingevoerd. Met dit boek doet Achterhuis opnieuw een gooi naar de Socrates Wisselbeker.

Levensloop

Achterhuis (1942) studeerde theologie en filosofie in Utrecht en Straatsburg. Hij promoveerde met een proefschrift over Albert Camus. Lange tijd combineerde Achterhuis zijn wetenschappelijke werk met functies bij maatschappelijke organisaties (Werelddiaconaat, Nederlands Centrum voor Buitenlanders). Als docent sociale filosofie was hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. In 1988 werd Achterhuis bijzonder hoogleraar milieufilosofie aan de Universiteit van Wageningen. Van 1990 tot zijn emeritaat in 2007 bekleedde hij de leerstoel Wijsbegeerte aan de Universiteit Twente.

Optredens Hans Achterhuis

Het eerste publieke optreden van filosoof Hans Achterhuis in zijn rol van Denker des Vaderlands vindt vandaag plaats, tijdens de officiële opening van de Maand van de Filosofie in Boekhandel Selexyz Donner op Lijnbaan 150 in Rotterdam. Aanvang om 16.00 uur. De toegang is vrij.

Vanavond is de Denker des Vaderlands te volgen op de radio. Tussen 19.00 en 20.00 uur is hij te gast in het programma Brands met Boeken op Radio 1.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden