Denkend aan een afgeknipte vlecht

Ik zat vorige week in de wachtkamer van de sportorthopeed. Twee jaar geleden brak ik tijdens de Omloop het Nieuwsblad mijn sleutelbeen, er werd een plaatje op geopereerd en dat moet er nu weer uit. Maar daar gaat dit verhaal niet over. Ik zat in de wachtkamer, de tv stond aan, zonder geluid. Het beeld toonde tennis.

Ik keek niet echt, tot de tennisster in het babyblauw tijdens een pauze ineens in een worsteling met iets op haar achterhoofd belandde. In haar ene hand zag ik de oren van een schaar, in de andere hield ze haar vlecht vast. Je kon haar spierbal goed zien, een flinke spierbal, met daarop in zwierige letters Pain doesn't kill me, I kill pain getattoeëerd.

De spierbal spande en rolde, want het werk met de schaar bleek zwaar. Was de schaar niet goed, was het zo'n snel uit een EHBO-doos gegraaide, of een uit een kinderetuitje geviste, klein en bot? Of was het haar van staal? De tennisster knipte stug door en een voor een lieten plukken los, tot de vlecht gehalveerd was. De orthopeed riep me binnen.

Thuis zocht ik op wat er gebeurd was. De tennisster bleek Svetlana Koeznetsova uit Rusland te zijn, ze speelde op een toernooi in Singapore. Bij elke swing van het racket was haar vlecht in haar oog gezwiept. Geïrriteerd kon ze maar één ding bedenken.

Het beeld van de afgeknipte vlecht liet me niet los. Telkens moest ik er even aan denken deze week. De haren, die pluk voor pluk loslieten tussen de benen van de schaar. Dag vlecht.

Dit weekend zag ik Thijsje Oenema bij 'Studio Sport'. Ze was naar de eerste wedstrijden van het seizoen komen kijken, de schaatsster die geen schaatsster meer is omdat ze kanker heeft. Voorzichtig vroeg de verslaggever of ze nog wel eens aan wedstrijden rijden dacht. Haar vooruitzichten waren bepaald niet denderend geweest, zoals Thijsje het noemde. Eigenlijk was het een wonder dat ze er überhaupt nog was.

Gegeneerd constateerde ik dat mijn ogen steeds van Thijsjes stralende gezicht naar haar hoofd dwaalden. Haar haar. Ze droeg hetzelfde kapsel als altijd. Blond, halflang. Wat is dat toch, dat ik onwillekeurig altijd naar het haar van kankerpatiënten kijk, en me dan afvraag of het echt is of een pruik. Weer dacht ik aan de afgeknipte vlecht.

En ineens realiseerde ik me waarom. Een paar dagen eerder had ik twittertheoloog Alain Verheij op de radio gehoord. Hij vertelde de parabel van de doornstruik, waaraan ik al sinds mijn kindertijd niet meer gedacht had, maar die ik me ineens weer levendig herinnerde. De doornstruik wilde net zo graag koning worden als Clinton en Trump nu president willen worden, zei Alain. Terwijl hij verder vertelde, dacht ik aan een ander verhaal, over Simson met de lange haren, die hem zijn kracht gaven. Pas toen zijn haren in zijn slaap werden afgeschoren, was hij te verslaan.

Kracht, jeugd en gezondheid: dat zag ik bij elke hak van Svetlana Koeznetsova's botte schaar naar de grond dwarrelen. Achteloos. Het lot tartend, bijna. Maar Svetlana won met gekortwiekte vlecht de wedstrijd pardoes. Zo plat was het dan ook wel weer. Gezegend zijn zij die niet over het wel of niet hebben van haar hoeven na te denken - en het naar believen kunnen afknippen. Dat wens je iedereen toch toe. En dan vooral de schaatsster die geen schaatsster meer is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden