Interview

'Denken is het gevaarlijkste instrument dat we hebben'

Bettina Stangneth: 'Jihadisten handelen op grond van een theorie. We moeten hun manifesten lezen.' Beeld Maartje Geels

Moeten we het kwaad begrijpen? Niet te snel, meent filosoof Bettina Stangneth op grond van haar studie naar Adolf Eichmann, de architect van de Holocaust. Begrijpen leidt te vaak tot goedpraten.

Vorig jaar was het in Duitsland nog een rel. Uit brieven die filosoof Martin Heidegger na de oorlog aan zijn broer Fritz schreef en die in oktober werden vrijgegeven, bleek dat de belangrijke Duitse denker niet 'toevallig onder een nazivlag was beland', zoals Bettina Stangneth het nu formuleert, maar dat hij er zelfs in 1945 nog een echte een nazi-filosofie op nahield. Zo bleef hij volhouden dat het Duitse volk zich terecht had verdedigd tegen het 'wereldjodendom'. Dagblad Die Zeit beschreef dit als de onthulling van een 'intellectuele catastrofe'.

Voor Bettina Stangneth (1966) kwam het bericht niet meer als verrassing. "Het was niet het eerste schandaal. Er komen er nog meer, kan ik u vertellen." De Duitse filosofe en historica weet waar ze over praat. Tien jaar lang verdiepte ze zich in de filosofie van het nazisme - een volgens haar zelden bestudeerde schat aan informatie. Haar ideeën legt ze vast in polemische boeken. Vorige week verscheen één daarvan in het Nederlands als 'Het kwade denken'. Achter een glas thee ("van koffie word ik agressief") legt ze uit waarom ze niet schrijft over waarheid, zoals de meeste filosofen, maar over leugen. En over de verleiding je te laten inpakken door leugenaars.

Wat dat betreft is Martin Heidegger (1889-1976) een goed voorbeeld. Bettina Stangneth beschouwt zijn vroege werk als 'absoluut geniaal' en begrijpt dus waarom hij als een van de grote filosofen van de twintigste eeuw wordt beschouwd. Al zag ze gaandeweg meer parallellen tussen zijn denken en dat van de nazi's met hun nationalistische agenda.

Maar toen in 2014 de zogenaamde 'Schwarze Hefte' uitkwamen, geschriften die Heidegger niet voor niets verborgen had gehouden, was ze toch nog oprecht verbijsterd, vertelt ze. "Ik was op alles voorbereid, maar toch. Heidegger schrijft dat de vernietiging van de Joden niets voorstelt vergeleken met wat Duitsland na 1945 is overkomen. Na de bevrijding zou Duitsland zijn veranderd in één groot 'concentratiekamp'.

"Hij scheldt op de geallieerden. Hij ervaart hun komst in geen enkel opzicht als bevrijding. Natuurlijk was Heidegger de béste nazi-filosoof, maar dat is precies het thema van mijn boek. Hoe zijn we op het idee gekomen dat denken leidt tot een redelijke wereld? Dat klopt niet. Denken kan het kwaad ook heel goed legitimeren."

Moet je niet gewoon zeggen dat Heidegger zijn redelijkheid kwijtraakte toen hij de nazi's ging napraten? Wie een beetje nadenkt moet toch erkennen dat je ánderen niet mag behandelen zoals je zelf niet behandeld zou willen worden?

"Ja, dat is wat Immanuel Kant (1724-1804) nog dacht, net als iedereen in de achttiende eeuw. Er waren toen ook nog amper scholen, veel mensen waren analfabeet. En toen heeft Kant mét veel andere filosofen uit de Verlichting gedacht: als we mensen nou leren zelf te denken, als we ze toegang geven tot kennis en tot een openbare ruimte waar ze vrijuit van gedachten kunnen wisselen, dan wordt de hele wereld redelijker. Dat is de enige manier om van burgers verantwoordelijke wezens te maken. En op zich had hij daarin gelijk."

Behalve dan dat er ook fascistische theorieën ontstonden.

"Wat verlichtingsfilosofen zich niet konden voorstellen, is dat mondigheid een neveneffect kan hebben. Het kan ook leiden tot verkeerde ideeën. Denken is gewoon een instrument, zoals een mes dat is. Met een mes kun je een prachtig Japans menu bereiden, maar je kunt er ook iemand mee doodsteken. En denken is het gevaarlijkste instrument dat we hebben."

Hier moet vermeld worden dat Bettina Stangneth niet alleen bekend is met het denken van Martin Heidegger, maar ook met dat van Adolf Eichmann (1906-1962) de architect van de Holocaust. Het proces tegen de hooggeplaatste nazi, die in 1961 in Jeruzalem tot de dood veroordeeld werd, kreeg internationaal veel publiciteit. Niet alleen stond hier de hoofdverantwoordelijke voor de Holocaust terecht, waardoor veel mensen zich destijds pas bewust werden van de verschrikkingen van de Jodenvervolging.

Maar het Eichmann-proces leidde ook tot grote ophef, omdat de Duits-Joodse filosoof en Heidegger-leerling Hannah Arendt (1906-1975) Eichmann na het bestuderen van zijn verdediging omschreef als een bureaucraat. Hij leek niet te handelen uit haat, maar deed uit bureaucratische ijver zijn plicht bínnen het nazi-systeem. Zijn weigering om na te denken over zijn daden, pleitte hem niet vrij, vond Arendt, maar liet wel zien dat het kwaad ook een vorm van 'banaliteit' kon zijn, een gebrék aan denken.

Precies daarmee is Stangneth het fundamenteel oneens. Op grond van documenten die Arendt in 1961 nog niet kon kennen, laat ze in haar boek 'Eichmann vor Jeruzalem' (2011) zien dat het nazi-kopstuk er wel degelijk een ideologie op na hield. Niet een gebrek aan denken deed hem miljoenen Joden uitmoorden, maar een uitstekend uitgedokterd denksysteem.

Die achtergrond stemt Stangneth wantrouwig ten opzichte van het ook tegenwoordig soms geuite idee dat misdadigers 'niet weten wat ze doen'. Zowel Eichmann als Heidegger hielden er immers antisemitische ideeën op na die ze goed verborgen hielden.

Bovendien ging de slimme strategie van Eichmann verder. Tijdens zijn proces wist hij zich te verschuilen achter ideeën die in 1961 kennelijk overtuigender klonken dan zijn nazisme, bijvoorbeeld dat loyaliteit aan 'het systeem' voor hem zwaarder woog dan loyaliteit aan het idee van menselijkheid. Daarmee ontkende hij de 'morele imperatief' die volgens Kant - en volgens Stangneth - in ieder van ons aanwezig is. Want sommige dingen, zoals onschuldige mensen vermoorden, dóé je niet. In welke cultuur je ook leeft, hoe je ook bent opgevoed en onder wiens bevel je ook staat.

Dat beroep op Kant klinkt ouderwets universeel. Maar mensen worden toch gestuurd door de cultuur waarin ze opgroeien, de Duitse cultuur bijvoorbeeld? Daaraan ontlenen ze toch hun waarden?

"Het probleem met waarden is, dat ze nooit duidelijk maken wat je moet doen - en dat is toch waar moraal om draait. Stel dat je je laat leiden door eergevoel. Dat helpt je niet als je moet handelen. Wiens eergevoel: dat van jou of van mij? Van vrouwen of mannen? Van Amerikanen of Noord-Koreanen? Je komt in een pingpongspel terecht. Als ik wil weten of ik iets moet doen, wil ik een snel antwoord. Dan kan ik niet eerst drie jaar in de bibliotheek gaan zitten om een denkwereld te bestuderen. Daarom heeft Kant die regel opgesteld die iedereen kan begrijpen: handel zo dat je de hele wereld kunt uitleggen waarom je dat doet. Handel zo als je zelf behandeld zou willen worden. Dan weet je dat je goed zit. En die wet is niet afhankelijk van een bepaalde cultuur, ze geldt voor iedereen."

Dus Kant bedoelt dat je filosofie of religie of boeken nodig hebt om te weten wat goed en kwaad is?

"Kant was een filosoof van de Verlichting, hij wilde de invloed van mensen met macht indammen. Door een morele regel te formuleren waar iedereen het mee eens kon zijn, zei hij eigenlijk: laat je niets wijsmaken, je kunt zelf bedenken waarom iets goed is of niet. Dat besef is iets heel bijzonders van mensen, ons hele rechtssysteem is erop gebouwd. Alleen heeft de geschiedenis laten zien dat zo'n systeem niet vanzelf overeind blijft. Filosofen, journalisten en wetenschappers zouden er dus op moeten wijzen hoe bijzonder het is dat we dat morele instinct hebben. Vooral aan kinderen moet je dat steeds weer laten zien. We moeten naar scholen gaan om dat keer op keer uit te leggen. Mensen kúnnen nadenken over hun gedrag en voelen zich doorgaans schuldig als ze liegen. Dat moeten we duidelijk maken."

En dat gebeurt onvoldoende, vindt u. U vindt dat denken wordt gebruikt om misdadigers een uitweg te bieden, bijvoorbeeld door erop te wijzen dat jihadisten een nare jeugd hebben gehad. Dat deed Adolf Eichmann ook, doen of hij een nare jeugd gehad had.

"Kijk naar hoe we over terroristen praten. We willen hen altijd begrijpen; ze moorden omdat ze een slechte jeugd gehad hebben, enzovoorts. Kennelijk kunnen misdadigers slechter denken dan wij. Kennelijk weten ze zelf niet hoe slecht ze zijn."

Maar een misdadiger begrijpen, betekent toch niet zijn daden goedkeuren?

"Daar zit precies het probleem. Zodra je begrijpen verbindt aan verontschuldigen of aan rechtvaardigen, dan ga je aan de kant van de dader staan. Adolf Eichmann kon heel goed uitleggen waarom hij Joden had vermoord. De nazi's hadden een theorie ontwikkeld die zich over twaalfduizend publicaties uitstrekt en waarin ze exact uitleggen waarom het goed is mensen massaal uit te moorden. Dat is een van de vele voorbeelden van het kwade denken. En het is een heel consequente theorie. Alles klopt. Net zoals bij jihadisten en bij Anders Breivik. Zulke misdadigers handelen op grond van een theorie. Je zou kunnen zeggen dat hun gedrag getuigt van karakter. Maar kennelijk kan consequent handelen leiden tot massamoord."

Wat nog niet wil zeggen dat consequent denken per definitie uitnodigt tot moord. De meeste naoorlogse filosofen, van Emmanuel Levinas tot Jürgen Habermas, hebben geprobeerd én consequent te denken én zo te denken dat hun filosofie niet misbruikt kan worden.

"Helaas klopt dat niet helemaal. De filosoof Alexander Koyré, een vriend van Hannah Arendt, heeft al in de jaren dertig, direct na zijn emigratie en nog vóór de oorlog gezegd: dit zijn geen tijden om Hegel te lezen, we moeten 'Mein Kampf' lezen. Dat we Hitler een idioot vinden met zijn geschreeuw, betekent nog niet dat we zijn ideeën moeten negeren. We móéten daar kennis van nemen.

"Tegenwoordig geldt hetzelfde. We móéten de manifesten van terroristen lezen. We moeten ook naar Poetin luisteren en naar Erdogan én naar Geert Wilders en Donald Trump. We moeten niet te snel zeggen: dat zijn maar mensen zonder theorie en zonder principes. Hoe kan een domme man president van de VS zijn geworden? Dat moet iemand uitzoeken. Maar de meeste filosofen houden zich daar niet mee bezig, ze geloven niet dat denken gevaarlijk kan zijn.

"In Duitsland was er paar jaar geleden een schandaal rond de filosoof Peter Sloterdijk. Een van zijn leerlingen had zich aangesloten bij een rechts-extremistische partij en beriep zich daarbij op Sloterdijk. Zo zie je maar weer. Je kunt nog zo briljant zijn, maar je moet je afvragen waar het spelen met gedachten toe kan leiden."

Bettina Stangneth Het kwade denken (Böses Denken) Vertaling: René van Veen. Atlas Contact, 235 blz. € 24,99

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld rv

Publicaties Bettina Stangneth

Bettina Stangneth (1966) werkt als onafhankelijk onderzoekster in Hamburg. Haar proefschrift filosofie schreef ze over de Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant. In haar internationaal bekendste boek 'Eichmann vor Jeruzalem' (2011) beschrijft Stangneth leven en denken van nazi-kopstuk Adolf Eichmann op grond van niet eerder bekende documenten. Ze weerspreekt daarin de invloedrijke analyse die filosoof Hannah Arendt na het proces tegen Eichmann schreef. Volgens Stangneth was Eichmann geen bureaucraat die bevelen uitvoerde. Hij wist precies wat hij deed.

In Duitsland werd 'Eichmann vor Jeruzalem' bekroond met de NDR-prijs van het beste non-fictieboek van 2011. In 2012 publiceerde Stangneth onder de titel 'Lüge! Alles Lüge!' de dagboeken en herinneringen van Avner Werner Less, de man die Eichmann in Jeruzalem ondervroeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden