'Denk maar niet dat de verhouding tussen blank en zwart genormaliseerd is'

Beeld Hollandse Hoogte / Hemis Creative and Travel Imagery

Het slavernijmuseum in Liverpool is een plek voor debat over de verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen. Directeur Richard Benjamin vindt dat zo’n museum in Nederland geopend moet worden door de premier.

Het Britse slavernijmuseum kijkt uit op de de dokken van Liverpool, waar ooit de slavenhandel floreerde. Schepen volgeladen met koper, messing en textiel voeren van hieruit naar West-Afrika, om het daar te verhandelen voor Afrikaanse slaven. Jongens vooral, tussen de 15 en 25 jaar. Die vervolgens verscheept werden naar plantages in het zuiden van de Verenigde Staten of het Caraïbisch gebied.

“Hiervandaan vertrokken meer dan vijfduizend schepen voor de slavenhandel. De gegoede burgerij heeft er enorm van geprofiteerd. Veel straten in Liverpool zijn zelfs vernoemd naar slavenhandelaren”, zegt Richard Benjamin, directeur van het International Slavery museum en zelf van Brits-Guyaanse afkomst.

Zijn instituut bestaat tien jaar; het ging open op 23 augustus 2007, exact 200 jaar nadat het Britse parlement de slavernij verbood. Niet dat veel Britse landeigenaren en plantagehouders in overzeese gebieden zich daar in de eerste jaren na het verbod iets van aantrokken, maar het was wel het begin van de ommekeer.

Het museum zit in een groot voormalig pakhuis aan de kade, waar ook het maritiem museum is gevestigd. Daar kwamen ze in 1994 al op het idee om een grote tentoonstelling te wijden aan het Britse slavernijverleden. Niet langer alleen aandacht voor zeehelden als Lord Nelson en de slag bij Trafalgar in 1805, maar ook de ongemakkelijke, zwarte bladzijde van de geschiedenis behandelen. De Britten speelden immers een prominente rol in de slavernij. Die tentoonstelling trok in de jaren negentig veel aandacht en veranderde van een tijdelijk naar een permanent onderdeel van het museum.

Waarom hecht u zo aan een apart museum?

“Kijk naar het politiegeweld tegen zwarte Amerikanen in de VS. Of de discussie over standbeelden van omstreden generaals of zeehelden. Dat is de doorwerking van de slavernij.”

U besteedt veel aandacht aan verzet tegen discriminatie.

“Ja, en aan de veerkracht van slaven onder de erbarmelijkste omstandigheden.”

Dat is al bij binnenkomst te zien. Daar hangt een citaat van William Prescott, een voormalig slaaf: ‘Wij zullen ons herinneren dat we werden verkocht, maar niet dat we sterk waren. Zij zullen herinneren dat ze ons kochten, maar niet dat we heldhaftig waren.’

Het museum richt zich op de lijdensweg van de slaven, op weg van Afrika naar Noord- en Latijns-Amerika. En hoe hun leven daar was. Tegelijk laat het zien hoe Europa profiteerde van de handel. Zich verrijkte. Hoe de Britse bovenklasse met plantages in de koloniën zich kapitale panden kon veroorloven. En hoe de Bank of England, de Britse centrale bank, die geldstromen faciliteerde.

Veel van de tentoongestelde verhalen komen uit dag- of logboeken uit die tijd. Sommige zijn ingesproken door acteurs, die per video te zien zijn. Andere passages zijn afgedrukt op de muur. Zo valt te lezen hoe de ‘Enterprise’, een schip dat Liverpool in 1794 verliet, op 10 augustus in Congo aankomt. En met 360 negroes op 25 november 1794 arriveert in Kingston, de hoofdstad van Jamaica. Daarbij zijn de ‘negerslaven’ in het logboek ook al direct toegewezen aan hun nieuwe eigenaren. William Stokes krijgt dertig mannen, voor 2200 pond. John Dow krijgt 15 menboys (jonge mannen) en 15 Woman Girls (jonge vrouwen), voor in totaal 2420 pond.

Het leven aan boord laat zich aflezen aan de logboeken. Het schip ‘Brooks’ had 351 slaven aan boord, allemaal mannen. Die brachten hun reis van West-Afrika naar het Caribisch gebied door in een ruim van 14 bij 7.70 meter. Per dag kreeg een slaaf 680 gram bonen, 57 gram brood, 28 gram gedroogde vis en 4,5 liter water. 19 slaven overleefden de overtocht niet.

“Ik krijg een erg ongemakkelijk gevoel als ik hier doorheen loop”, zegt Steve Johnston, een bezoeker uit Preston. Hij loopt samen met zijn vrouw door het museum, handen op de rug. “Dit hebben onze voorvaderen op hun geweten en ik zie veel dingen die ik absoluut niet wist. Vooral de mensonterende manier waarop ze met slaven omgingen, walgelijk is het.”

Johnston vindt het goed dat de boodschap op een harde manier wordt overgebracht - alleen zo beseft de bezoeker wat er ‘echt is gebeurd’. “Kijk, ik ging naar school in de jaren zestig, zeventig. Racisme was nog aan de orde van de dag. Wij leerden amper iets over de slavernij. Als je ziet dat extreem-rechts in Amerika weer zulke massa’s mensen op de been krijgt, is het ontzettend belangrijk deze geschiedenis te blijven tonen.”

Dat confronterende geeft blanken een ongemakkelijk gevoel over wat hun voorouders hebben gedaan. Is dat uw opzet?

Benjamin: “Nee, dat is zeker niet de bedoeling. Dit moet juist een plaats zijn waar mensen van verschillende bevolkingsgroepen samenkomen en waar ze aan een gezamenlijke toekomst werken. Daarvoor heb je discussie nodig. Maar daarvoor moet je ook de geschiedenis laten zien zoals-ie was.”

In de zaal ernaast staat een schaalmodel van een plantage. Tientallen slaven slapen in piepkleine barakken, terwijl de planter in een riant landhuis woont. Ook is op foto’s te zien hoe slaven niet alleen overdag gekluisterd waren - om vluchten te verijdelen - maar ook ’s nachts met ketenen om de benen sliepen.

Bezoekster Shirley Russell, Britse van geboorte maar met Jamaicaanse wortels, vindt het lastig om naar te kijken. “M’n zus heeft diep in onze familiegeschiedenis gegraven en ook onze voorouders hebben op zo’n plantage moeten werken. Ik was erg nieuwsgierig hoe het hier zou zijn. Nou, het museum brengt dat beeldend over.”

Toch mist ze iets. “Ik werk in de kledingindustrie en ben vaak in China geweest. Als je ziet onder welke omstandigheden ze daar werken, dat doet verdomd veel denken aan slavernij. Daar is hier geen aandacht voor.”

Is dat een gemis, die aandacht voor moderne slavernij?

Benjamin erkent dat er nu niets over te zien is. “Maar in tijdelijke exposities hebben we er wel degelijk aandacht aan besteed, laatst nog met een fototentoonstelling over mensenhandel en prostitutie in Groot-Brittannië. Of we bieden een platform aan zwarte kunstenaars die discriminatie aan de kaak stellen. Juist omdat we ons niet alleen met de slavenhandel willen bezig houden.”

U ziet discriminatie en racisme als moderne gevolgen van de slavernij.

“Er is een rechtstreeks verband tussen slavenhandel en hedendaags racisme, een nog altijd voelbaar verband.”

Dat wordt getoond in de laatste grote zaal, die de bezoeker de 20ste eeuw in voert. Naar de Amerikaanse burgerrechtenbeweging van Martin Luther King en de opkomst van de Ku-Klux-Klan, die in 1932 nog een miljoen leden kende.

Boodschap: denk maar niet dat de verhouding tussen blank en zwart genormaliseerd is. Daar sluit een lofzang op aan op voorvechters van gelijke behandeling, zoals Nelson Mandela, Bob Marley en Aretha Franklin.

Voert uw museum actie?

“Ik vind het belangrijk dat we ons als museum uitspreken. Je hebt een zekere verantwoordelijkheid als je 400 duizend bezoekers per jaar ontvangt.”

Heeft u tips voor een Nederlands zuster-museum?

“We zijn bij veel anti-racismecampagnes betrokken, maar we richten ons ook op mensen die zich gediscrimineerd voelen: zij kunnen zich bij ons melden als ze niet naar de politie willen gaan. Zo geven we hun het gevoel dat ze ergens terecht kunnen.

“De betrokkenheid van de overheid is cruciaal voor de geloofwaardigheid van zo’n museum. Ik raad daarom aan om het door premier Rutte te laten openen. De overheid moet voluit accepteren dat slavenhandel en slavernij een belangrijk onderdeel zijn van de geschiedenis; steden Amsterdam en Den Haag hebben flink geprofiteerd van de slavenhandel. Het is belangrijk te laten zien hoe dit nog steeds zichtbaar is. En mijn belangrijkste advies is: zorg dat je bijvoorbeeld de Antilliaanse en Surinaamse gemeenschap betrekt bij het oprichten van een museum. Ze moeten voelen dat hun geschiedenis en ervaringen serieus worden genomen.”

U hebt zich verdiept in de Nederlandse Zwarte-Pietdiscussie. Moet zo’n museum daar een standpunt over innemen?

“Dat ligt gevoelig, maar ja, ik vind dat dat moet. Bij Zwarte Piet is er een helder verband tussen slavernij en racisme, daar moet je dus als museum afstand van nemen. Dat aspect van de sinterklaastraditie is deel van een racistische geschiedenis. Het is een beledigende stereotypering van zwarte mensen die absoluut niet meer op haar plaats is.”

Richard Benjamin - directeur slaverij museum liverpoolBeeld Richard Benjamin

Richard Benjamin is directeur van het Slavery Museum in Liverpool. Hij publiceert vaak over het nut van dergelijke musea.

Dit artikel is onderdeel van het speciale themanummer van Letter&Geest over het slavernijmuseum. Meer lezen? Kijk op trouw.nl/slavernij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden