’Denk jij dat iemand bij het instappen zijn geloof meldt?’

De trein van Bagdad naar Basra staat symbool voor de sektarische strijd, maar ook voor de wederopbouw. Irakezen durven er weer mee te reizen.

Het opgeruimde station van Bagdad is een toonbeeld van netheid en orde in een land in de greep van chaos. In de trein naar Basra zoeken de passagiers hun plaats, zonder zich bewust te zijn of hun medereizigers soennitisch of sjiitisch zijn. Vrouwen houden kinderen op schoot en mannen praten wat terwijl de glimmende rijtuigen Bagdad uitrijden.

„God zij geprezen voor de terugkeer van de trein”, zegt een man die zegt dat hij Mehdi heet en die met zijn gezin reist. „In het begin was ik een beetje bang, maar nu roep ik iedereen op hem te gebruiken.”

De trein tussen de twee grootste steden van Irak herinnert mensen aan vreedzamer tijden, voordat de sektarische strijd hun land bijna uiteenreet. Al in december is de lijndienst tussen Bagdad en Basra zonder veel fanfare hervat. Aanvankelijk durfde bijna niemand het aan, maar inmiddels is het nieuws verspreid dat het veilig en goedkoop reizen is. Daarom zoeken functionarissen nu wanhopig naar geld om meer rijtuigen te kunnen laten rijden.

„Mensen vertrouwen onze dienst. Ze komen met hele families”, zegt Abdoel-Amin Mahmoed, die hoofd passagierstransport is bij het Algemene Iraakse Spoorweg Bedrijf. Dat staakte de dienst in 2006, toen moorden, bombardementen en ontvoeringen aan de orde van de dag waren in de zogenoemde Driehoek van de Dood, een gebied dat de lijn doorkruist. Dat was in handen van Al-Kaida, tot de Iraaks-Amerikaanse operatie die vorig jaar van start ging, waardoor het geweld in Irak met zo’n zestig procent verminderd is.

De reis naar Basra duurt elf tot twaalf uur, met stops op zo’n veertig stations. Veel passagiers prijzen het comfort in vergelijking met dat van de ruim 500 kilometer lange autorit met de vele controleposten tussen Bagdad naar Basra.

„Om te beginnen is het de prijs”, zegt Oem Khaled, die de reis maakt met haar kinderen, „en het is comfortabel en veilig.”

Met 4000 dinar per ticket (ruim 2 euro) en 10.000 voor een slaapplaats is de reis maar een kwart van die in een minibus, het meest gebruikte openbare vervoer. „De prijs dekt de kosten niet”, vertelt spoorwegchef Mohammed Hashem in Bagdad. „Dit is een service aan de Irakezen.”

De passagiers worden gefouilleerd voor ze aan boord komen, en bewakers in blauw patrouilleren in de rijtuigen. „Denk jij dat iemand bij het instappen zijn geloof meldt? De spoorwegen zijn van ons allen”, zegt kolonel Al-Tamimi, hoofd veiligheid van het spoorbedrijf. „Als mensen de trein voorbij zien gaan, voelen ze zich veilig en voelen ze dat dingen weer worden zoals ze waren.”

Sinds de invasie hebben treinen, stations en sporen te kampen gehad met sabotage en plunderingen. In plaats van de zes of zeven rijtuigen van voor 2003, rijden er daardoor nu hooguit vier op de dienst naar Basra. En deze mag pas onlangs heropend zijn, de Iraakse spoorwegen hebben tal van andere lijnen ondanks het geweld gaande gehouden. Dat is te danken aan de 11.000 werknemers – zowel soennieten, sjiieten, als Koerden en christenen, zegt Hashem. „De waarheid is, we zijn doorgegaan, zelfs toen de situatie erg gevaarlijk was. Dat is ons werk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden