'Denk je nou echt dat ik hier ebola ga verspreiden?'

IRIS PRONK

Moe is ze wel na zes weken aaneengesloten werken in de ebolakliniek, twaalf uur per dag. Toch had verpleegkundige Evita Looijen (37) een 'supertijd' in Bo, een stad in Sierra Leone. "Ik kon tenminste iets doen."

Op het Amsterdamse kantoor van haar werkgever Artsen zonder Grenzen vertelt ze over ebola en de ontwrichtende angst ervoor. "De paniek is besmettelijker en gevaarlijker dan de ziekte zelf."

Een medewerker van Artsen zonder Grenzen zei van tevoren: Je hóéft haar geen hand te geven.

"Klopt. Als het jou een ongemakkelijk gevoel had gegeven om me aan te raken, had je dat niet hoeven doen. Maar ik ben geen gevaar, ik heb me steeds aan het protocol gehouden, ik heb geen riskant incident meegemaakt en vertoon geen symptomen van de ziekte."

Krijg je veel angstige reacties hier in Nederland? Mijden mensen jou uit angst voor besmetting?

"Het thuisfront weet precies hoe het zit; mijn familie en vrienden zijn niet bang. Verder houd ik me rustig, ik spreek alleen met goede bekenden af omdat het woord 'ebola' zoveel paniek oproept. In de kliniek zeiden we: 'Ebola maakt mensen dom'. Ze horen het woord en kunnen daarna niet meer helder nadenken.

Ik heb veel hartverwarmende, steunende reacties gekregen, maar ook negatieve. Sommigen noemen mij een slechte verpleegkundige en een egoïst, omdat ik mijn eigen volk in gevaar zou brengen."

Maakt dat je boos of verdrietig?

"Het feit dat mensen me wantrouwen, betekent dat ze mijn integriteit in twijfel trekken. Ik ben naar Sierra Leone gegaan om ebola minder erg te maken. Hoe haal je het dan in je hoofd dat ik hier ebola zou gaan verspreiden? Ik heb gezien wat ebola doet, denk je nou echt dat ik anderen in gevaar zou brengen? Dat ik bijvoorbeeld de bus zou pakken als ik koorts had? Dat onbegrip frustreert me wel."

Op 20 oktober stond er ook een interview met je in deze krant. Je zat nog in Sierra Leone en zei: "Er moeten echt vliegtuigen vol hulpverleners deze kant op komen". Die zijn niet gekomen.

"Nee, maar we hebben in de loop van die zes weken wel een grote groep lokale verpleegkundigen opgeleid. Zij doen het echte werk, zij zijn de helden. Mijn taak was het om supervisie te houden en en te zorgen dat de lokale staf veilig was.

Soms voelde ik me meer een cheerleader dan een verpleegkundige; ik probeerde hun spirit op te peppen. Zij zien collega's ziek binnenkomen, mensen uit hun eigen dorp, buren.

Ze voelen zich in de steek gelaten door de rest van de wereld én ze zijn enorm gestigmatiseerd omdat ze in de ebolakliniek werken.

Hun inzet is indrukwekkend, maar dat neemt niet weg dat er nog veel meer handen aan het bed nodig zijn."

Wat maakte de meeste indruk op je in de kliniek?

"Een jongeman van 25 werd in heel slechte toestand binnen gebracht. Maar zijn geest was ongebroken, we hadden veel lol.

Toen hij hoorde dat ik uit Nederland kwam, zei hij: 'Je móét Arjen Robben en Robin van Persie bellen, ik ben hun grootste fan'. Dat heb ik nog geprobeerd, maar het lukte niet en een dag later was hij al overleden.

Er was een driejarig jongetje dat ebola had overleefd, terwijl zijn ouders waren overleden. Zijn familie was te bang om hem in huis te nemen, dus moest hij naar een weeshuis. Het overweldigde me soms dat ebola niet alleen lichamen, maar álles in de maatschappij verwoest. Ook de menselijkheid."

En naar dat verwoeste land wil je toch terug?

"Ja, ik kan niet wachten. Ik moet nog even een beetje bijtanken en veel knuffelen met mijn neefje en nichtje. Rond Kerst verwacht ik terug te gaan naar Sierra Leone. Het is een geweldige missie. Ik weet wel dat mijn bijdrage een druppel op de gloeiende plaat is, maar ik ben blij dat ik die druppel was."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden