Review

Denk erom: de chaos valt niet te ordenen!

Hoofdpersoon Kees is beleidsmedewerker en hoopt in New Yorktheorieën te verzamelen voor een nieuwe theaterschool. Dat kánniet goed gaan, in een roman van Kees 't Hart.

Uit alle romans van Kees 't Hart blijkt dat deze schrijver eendiepgewortelde achterdocht koestert tegen de beschrijving -ordening - van de werkelijkheid. Met name wetenschappers:biografen, historici, letterkundigen, moeten het bij hem ontgelden. Hun beeld van de werkelijkheid beschouwt hij alsclichématig en gebaseerd op vooroordelen en vastgeroesteideologieën.

Zo heeft hij in zijn laatste roman 'Ter navolging' het braveimago van Betje Wolff en Aagje Deken, de schrijfsters van 'DeHistorie van mejuffrouw Sara Burgerhart', stevig opgepimpt doorer radicale vrijdenkers van te maken die onder meer pornoschreven. Dat is je reinste fantasie natuurlijk, maar het oogtwel frisser dan de gezapige werkelijkheid.

Door ook nog authentieke personages in die roman op te nemen,zoals de mediëvist Frits van Oostrom, maakt hij de verwarringtussen fictie en werkelijkheid nog groter. Want verwarring enonzekerheid zijn hem liever dan vaststaande ideeën envooroordelen.

Mijns inziens draaft hij met zijn kermis van verwarring nogaleens door. Het is welbeschouwd ook maar een maniertje. Zijnromans lijken dan ook veel op elkaar. Zijn hoofdpersonen zijnaltijd ik-vertellers gevangen in een web van gefantaseerde enauthentieke elementen. Vaak schrijven zij een scriptie ofproefschrift, maar hun onderzoek eindigt meestal in chaos, omdat't Hart in zulke ordeningen niet gelooft.

Ook de hoofdpersoon 'De krokodil van Manhattan' is eenkwakkelende ik-verteller die ook nog eens Kees 't Hart heet. Hetstoeien met authenticiteit en fictie gaat dus gewoon door, maardat spelletje kennen we nu wel. De ik-verteller is dan ook,ondanks zijn naam, geheel fictief, reden waarom ik hem teronderscheid van de auteur maar Kees zal noemen.

Kees reist als beleidsmedewerker van een hogeschool waar meneen nieuwe opleiding in het lichtere

theatergenre wil opzetten, af naar de befaamde JuilliardSchool in New York om daar voorgelicht te worden over hundoelstellingen en organisatie. Hij betrekt een appartement opBroadway bij ene Theo Xoranvitis, een antiekhandelaar wiens stulpeen chaotische bric-à-brac van beelden, schilderijen, meubels,vazen en dergelijke herbergt.

De charismatische Theo en diens omgeving hebben eenbedwelmende invloed op Kees, die zijn toch al moeizaam verlopendeonderzoek naar het theaterbeleid op Juilliard compliceren. Keesblijkt er uiterst vage, aan Mark Twain ontleende educatievetheater-concepties op na te houden. De student dient te leren'zijn talent te verdoezelen', te 'verlangen naar ervaringen',naar 'ruil' en 'offer'. Of 't Hart hier nu Twain of Kees over dehekel haalt is me niet eens geheel duidelijk. Zeker is wel datde verbinding van deze noties met 'langeretermijnstrategieën'en andere hoge beleidspraat ('that was my thing', aldus Kees) alskekke satire is bedoeld. Hetzelfde geldt voor het doordraven vanKees, die in alles wat er rondom hem gebeurt - een striptease vanTheo's zuster Dorty bijvoorbeeld - 'offers' en 'rituelen' à laTwain ziet. Maar dat zijn nu net niet de offers waarvoor hij naarNew York kwam.

Kortom: 't Hart laat ook deze hoofdpersoon-onderzoeker weeropgewekt afgaan. Van de vooraf gemaakte afspraken met hogemedewerkers van Juilliard komt weinig terecht omdat de personenin kwestie opeens op vakantie zijn of nauwelijks tijd voor Keeshebben. Over het beleid op Juilliard komt hij dan ook niks teweten.

De enige die hem zou kunnen helpen, de choreograaf BenjaminHarkarvy, een authentieke persoon die inderdaad jaren lesgaf opJuilliard en in Nederland met Hans van Manen heeft samengewerkt,blijft als een schim op de achtergrond, terwijl juist hijmethodes lijkt toe te passen in de geest van Twain.

't Hart goochelt weer ongeremd met feit en fictie, zijnverslag larderend met eindeloos veel 'misschiens' en'vermoedelijks' die de chaotische indruk compleet moeten maken.Intussen laat hij Kees te pas en onpas in slaap of halfslaapvallen, en laat hij Nobelprijswinnaar Derek Walcott doodleuk zijngedichten voordragen naast de fictieve Dorty, wier gedichten danook geheel op naam komen van de authentieke dichteres StevieSmith. Op deze makkelijke en irritante manier wordt dewerkelijkheid dan feitelijk onkenbaar verklaard.

't Hart grossiert in losse draden, ongemotiveerdegebeurtenissen en zelfgecreëerde chaos die hij trots presenteertals 'bewijs' van de existentiële chaos. Kees' missie misluktuiteraard, zo heeft de schrijver het nu eenmaal graag, en de'beleids- en managementkant' van zijn 'organisatie' gaan frequentover de hekel.

Leuk wel, zo nu en dan, maar met wat meer ouderwetse ordeningen wat minder gespeelde onwetendheid zou 't Hart heel watovertuigender romans kunnen schrijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden