Den Heyer vergeet bijbelse en nabijbelse 'verzoeningstradities'

De protesten die uit conservatief-gereformeerde hoek zijn gerezen tegen het boek van de exegeet Den Heyer, waarin hij betoogt dat het dogma van de verzoening, dus het dogma dat Christus aan het kruis de zonden van de mensheid op zich heeft genomen en zo de mensheid met God heeft verzoend, niet in de bijbel is te vinden, bewijzen volstrekt niet dat het om een slecht boek zou gaan. Maar omgekeerd bewijzen ze ook niet dat het boek daarom in alle opzichten waar is.

Het probleem met auteurs die controversen in eigen kring aansnijden is dat ze zichzelf daarmee dreigen te vrijwaren voor externe kritiek. Het is een mechanisme waar de theoloog Kuitert al jaren wel bij vaart en waarvan nu ook de exegeet Den Heyer dreigt te profiteren. Toch wordt in dit boek een aantal theologische fouten begaan waarop ik als relatieve buitenstaander (r.-k.) de aandacht wil vestigen.

Allereerst zegt Den Heyer dat het dogma van de verzoening als zodanig niet in het Nieuwe Testament is te vinden. Maar strikt genomen geldt dit voor alle dogma's. Dogma's zijn in een reflexieve filosofische taal gesteld die niet de taal is van de bijbel. Daarmee zijn ze echter nog niet gediskwalificeerd; elke tijd verwoordt immers in zijn eigen taal het geheimenis van Gods openbaring zoals de bijbel dat verhaalt. Ook de vierde en vijfde eeuw en ook de middeleeuwse Anselmus met zijn satisfactieleer (God die genoegdoening vraagt voor het onrecht van de mens; Christus die die genoegdoening biedt) doen dat.

Ten tweede is het de taak van de exegeet om de theologie telkens weer kritisch te bevragen op het gebruik van de bijbel. Dat doet Den Heyer dan ook terecht. Maar hij schijnt te denken dat hij daarmee zelf al theologie bedrijft en dat is volstrekt niet het geval. Exegese kan nooit vanzelf tot theologie worden. 'Neutrale bijbelwetenschap' is niet synoniem met de waarheid, evenmin als 'de Belijdenis der Kerk' synoniem is met vooroordeel, al schijnt Den Heyer dat te denken.

Als Den Heyer in zijn boek zegt dat “hij niet de Christus van de tweenaturenleer in het Nieuwe Testament ziet rondlopen”, maakt hij een kapitale denkfout. De tweenaturenleer (Christus waarlijk mens en waarlijk God) is juist een poging om het Nieuwe Testament in de taal van de vierde/vijfde eeuw opnieuw hetzelfde te verwoorden. Misschien was die poging gebrekkig of eenzijdig, gericht tegen stromingen die Christus' menszijn geheel loochenden en in Hem een hemels, onlichamelijk wezen zagen (docetisme). Maar men moet als theoloog dan wel bereid zijn om in de taal van de vierde/vijfde eeuw het debat aan te gaan. Kiest Den Heyer bijvoorbeeld voor het Arianisme, waarin Christus' goddelijkheid werd bestreden? Voor het adoptianisme, waarin Jezus als Gods zoon wordt aangenomen, dus niet eeuwig Gods Zoon is? Zelfs mag men deze hele dogmageschiedenis als ballast voor het verstaan van de bijbel overslaan, maar dan kan men niet tegelijkertijd pretenderen dat men als theoloog het debat over het dogma aangaat.

Het voor alle tijden als alleen geldig fixeren van een vierde- of vijfde-eeuwse formulering van het dogma, zoals verontruste gereformeerden maar ook veel katholieken doen, is theologisch uiteraard even ondoordacht. Hiermee wordt de rijkdom van het bijbelse getuigenis onaanvaardbaar verschraald en een historische formule, bepaald door de taal van die tijd, verabsoluteerd. Den Heyer protesteert daartegen terecht. Maar dit geldt voor alle dogma's, niet alleen voor het dogma van de verzoening. Geen enkel dogma is 'woordelijk' in de bijbel te vinden, de vraag is echter of er zakelijk een aanknopingspunt is te vinden.

Joodse tradities

Ten derde mijn voornaamste, meer inhoudelijke bezwaar. Het verbaast dat Den Heyer zo weinig doet met joodse tradities die spreken over het verzoenend bloed van Izaak: “Maak mijn bloed tot hun reiniging en neem mijn leven in de plaats van hun leven.” Izaak die in de nabijbels joodse traditie van onwetend kind tot bewust het offer zoekende martelaar wordt getekend, geeft uit vrije wil zijn leven voor Israël. Omwille van zijn bloed werd Israël bevrijd uit Egypte, zegt de midrasj.

Het is bekend dat de uittocht uit Egypte een belangrijk model is voor de verlossing door Christus. Dat Christus uit vrije wil zichzelf prijsgaf maakt Hem dus niet tot willoos werktuig van een genoegdoening eisende God. Toch kan de christelijke traditie vasthouden dat Christus daarmee de wil van God vervulde. Zo spreekt ook Izaak tegenover zijn vader Abraham uit dat hij geboren is om te worden geofferd en zo tot zegen te zijn voor de mensheid. De vrije wil van de mens sluit de gedachte van voorbestemd te zijn door God dus niet uit in dit beeldende denken.

Hoe gevaarlijk het is om dit soort tradities, die een caleidoscoop van motieven vormen, te systematiseren tot een dogmatiek, moge duidelijk zijn, maar daarmee is het bestaan van deze tradities zowel in het jodendom als in het Nieuwe Testament nog niet weggepoetst. Dat deze tradities over verzoening in de christelijke tradities zijn uitgelegd als een relativering van de eigen verantwoordelijkheid van de gelovige omdat Christus het allemaal zou hebben volbracht, bewijst alleen maar hoe ernstig een religie de mist in kan gaan, maar bewijst niets tegen het bestaan van het motief van verzoening in bijbelse en nabijbelse tradities. Veeleer licht in Christus' weg van plaatsvervangende verzoening de weg van iedere mens op en is zo onophoudelijk appèl aan de eigen verantwoordelijkheid.

In zekere zin heeft de 'klassieke dogmatiek' mijn inziens meer bewaard van de bijbelse en na-bijbelse tradities over verzoening (zij het vaak in onaanvaardbaar gesystematiseerde, verabsoluteerde en verschraalde vorm) dan het boek van Den Heyer.

Dat Den Heyer “mensen hun klassieke formuleringen niet wil ontnemen omdat ze daarmee getroost worden”, zoals hij in zijn interview in Trouw van 4 juli zegt, getuigt van een paternalisme dat mensen alleen maar meer zal kwetsen. Het gaat echter alleen om de vraag: wordt hier goede theologie bedreven? Of mensen gekwetst worden is een pastoraal probleem dat niet mag worden verward met de theologische discussie. Den Heyer mag mijn kritiek dan ook niet op rekening van gekwetstheid schrijven. Ik bekritiseer Den Heyer niet omdat ik 'gekwetst' zou zijn, maar omdat ik meen dat er theologisch een en ander aan ontbreekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden