Den Haag helpt bijstandsklant aan werk

door Wilma van Meteren

De cijfers spreken voor zich: het lukt Den Haag beter dan Amsterdam om mensen uit de bijstand aan werk te helpen. Dankzij een andere aanpak, zegt wethouder Henk Kool van sociale en economische zaken.

Ron van Gijzen, zonder afgeronde opleiding, kwam uit het buitenland naar Den Haag en zat dik anderhalf jaar in de bijstand. „Ik hing steeds aan de lijn om aan de slag te komen. Thuis zitten, daar word je niet gelukkig van. Je zwerft over straat en gaat geld uitgeven dat je niet hebt.” Hij kwam terecht bij Omnigroen, het groenbedrijf van de Haeghe Groep, die de sociale werkvoorziening regelt in Den Haag maar steeds meer betrokken raakt bij de opleiding van werklozen uit de bijstand. Zij trainden hem. „Ik kwam weer in een goed ritme, kreeg meer zelfvertrouwen en kon groeien.”

Zijn reïntegratie is een van de successen van de Haagse aanpak. Om zijn expertise – sociale werkvoorziening leunt steeds dichter aan tegen het echte bedrijfsleven – heeft De Haeghe Groep in die aanpak een centrale rol gekregen. „We pakken mensen op die heel vaak negatief – ook door zichzelf – zijn bekeken”, vertelt manager bijzondere projecten Ingrid Schoemaker. „We proberen goed naar hen te luisteren en rekening te houden met hun beperkingen. We willen hun een nieuwe kans geven zodat ze weer naar de toekomst durven kijken. We weten dat ze van ver komen.”

Bij de training staan niet de technische, maar de sociale vaardigheden voorop. Het gaat er niet zozeer om dat mensen na het reïntegratietraject in de groenvoorziening kunnen werken, maar ook in andere banen als postbode of veiligheidsmedewerker. „Voor werkgevers telt dat werknemers op tijd komen, zelfstandig werken, kunnen deelnemen aan overleg. Ze moeten betrouwbaar en gemotiveerd zijn. De techniek leren ze wel op de werkplek”, weet trajectbegeleider Marc Spring in ’t Veld. Daarin gaan de begeleiders vrij ver. „Het gaat om basale dingen die je in het werk nodig hebt”, zegt uitvoerder Jan Bouma. „Desnoods zorgen we voor een wekker.”

Natuurlijk komt het voor dat mensen afhaken. Dat gebeurt meestal in het begin. Dan komen ze niet opdagen en dat wordt aan de sociale dienst gemeld. Soms verkeren ze in te grote problemen. Spring in ’t Veld: „Van iemand die in een auto woont met twee plastic AH-tassen kun je niet een normaal werkritme verwachten.”

Mensen trainen op een – desnoods gesimuleerde – werkplek, zoals bij de Haeghe Groep, is typisch voor de Haagse aanpak. Hagenaars die een bijstandsuitkering aanvragen, gaan onder het motto Werk Voorop binnen twee weken in principe 32 uur per week aan de slag, met daaraan gekoppeld training of scholing. Dat gebeurt sinds kort zoveel mogelijk in eigen werkbedrijven, waarvan het eerste – gericht op zakelijke dienstverlening – net is geopend.

Er is een belangrijk verschil met de aanvankelijke aanpak. „Vroeger probeerden we eerst iemands rugzak vol te maken en dan ging hij aan het werk. Nu beginnen we met werk en proberen meer aan de hand van de praktijk en het groepsproces te zien hoe het met vaardigheden en belastbaarheid is gesteld”, legt Anne Westerhout, hoofd van de diagnoseservice, uit.

Ook de taaltrainingen staan in het teken van werk. Voor jongeren, die vaak hun opleiding hebben afgebroken, geldt een iets andere aanpak dan voor volwassenen. Ze doen sociale klussen en sport, en krijgen te maken met professionals uit allerlei disciplines. Ze worden zo vooral gestimuleerd weer terug te gaan naar school.

Kwartiermaker Toos Tholen van het werkbedrijf constateert dat jongeren weinig zicht hebben op de arbeidsmarkt en kampen met een gebrek aan zelfkennis. „Omdat ze jong zijn hebben ze nog een keuze. Volwassenen moeten het werk accepteren dat er is om in hun onderhoud te voorzien.”

Anders dan Amsterdam, dat alles uitbesteedt, kiest Den Haag er heel bewust voor de reïntegratie van bijstandklanten in eigen hand te houden, onderstreept wethouder Henk Kool. „We vonden de resultaten van de uitbesteding niet zo geweldig. Daarom zijn we het zelf gaan opzetten. We hechten eraan zicht te houden op hoe het mensen vergaat en te voorkomen dat ze stuurloos door de stad gaan zwerven en in criminaliteit vervallen. Het werkt als een soort preventie.”

Beter inspelen op wat de plaatselijke arbeidsmarkt vraagt, noemt hij een ander voordeel. Het grote probleem van de huidige werklozen is volgens Kool de mismatch met de banen die er zijn. Twee weken geleden heeft het college besloten tot ’sociale aanbesteding’ „In ruil voor grotere opdrachten willen we de garantie dat vijf procent van onze werklozen aan werk wordt geholpen. Aanvankelijk was er verzet uit liberale hoek. Maar de bezwaren hebben ze ingetrokken omdat ze merkten dat ondernemers daar wel voor voelen. Het past in maatschappelijk verantwoord ondernemen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden