Democratisering ontaardt eerst in chaos en bloedvergieten

Indonesië geniet de bijzondere aandacht van Nederland. Dat heeft uiteraard te maken met oude historische banden en meer in het bijzonder met de aanwezigheid in ons midden van honderdduizenden Nederlanders die er hebben gewoond of er als militair hebben gediend. Bij velen is de fascinatie zo sterk dat die wordt overgedragen op de leden van de jonge generatie, die de archipel als toeristen bezoeken en op hun beurt in 'de ban van de tropen' raken.

Maar er zijn ook pijnlijke herinneringen. De Molukse gemeenschap in ons land -de stiefkinderen van Indië- blijven ons al een halve eeuw achtervolgen met hun ideaal van een eigen staat in de archipel. Onlangs voegden zich daar de Papoea's bij, wijzend op een oude belofte van Nederland hun de onafhankelijkheid te schenken.

Dat de aandrang van beide zijden juist de laatste tijd nadrukkelijker en heftiger wordt gehoord, heeft direct te maken met ontwikkelingen in Indonesië. De schijnbaar solide eenheidsstaat vertoont ernstige tekenen van desintegratie. Oostelijk Timor, met geweld bezet en beheerst, heeft zich afgescheiden. De oude strijd van Atjeh om meer autonomie wordt in steeds radicaler vorm voortgezet. In de Molukken hebben zich al langere tijd bloedige botsingen voorgedaan tussen christenen en moslims, terwijl op Kalimantan -het vroegere Borneo- de Madurese migrantenbevolking door de Dayaks wordt verdreven. Dus luiden de Molukkers in ons land wanhopig de alarmbel en herinneren de Papoea's zich beloften uit een ver verleden.

Helaas kan Nederland heel weinig doen; het bezit de macht noch de bevoegdheid om tussenbeide te komen. Indonesië zal zichzelf moeten redden, een immense opgave die de kracht van Jakarta kennelijk te boven gaat. De regering, president Wahid voorop, volstaat met sussende geluiden en het afkondigen van halve maatregelen, terwijl het collectieve geweld tussen allerlei bevolkingsgroepen alleen maar venijniger wordt.

Wat ons in het bijzonder intrigeert is het pikante feit dat de ellende is begonnen met de vervanging van het miltaire bewind van Soeharto door een democratisch bestel. Het is juist dat hier en daar gefrustreerde militairen olie op het vuur gooien, maar voor de meeste conflicten vormt dat toch een ontoereikende verklaring. Het is veel waarschijnlijker dat de veelvolkerenstaat die Indonesië bij uitstek is, door een hardhandig militair regime nog wel in de hand is te houden maar aan een democratisch bewind ontglipt. In zijn boeiende studie 'From Voting to Violence: Democratization and Nationalist Conflict', vorig jaar gepubliceerd, betoogt de Amerikaanse politicoloog Jack Snyder dat we hier met een veelvoorkomend verschijnsel te maken hebben. Democratisering betekent immers dat een volk of een minderheid een politiek bewustzijn ontwikkelt en zich op basis van versterkte identiteitsgevoelens tegenover andere volksgroepen gaat opstellen. Dit kan leiden tot internationale conflicten maar er kunnen evengoed binnenlandse controverses uit worden geboren. Regio's en etnische minderheden die voorheen geen vuist konden maken, beginnen op te komen voor hun belangen en zullen, indien ze niet worden gehoord, naar gewelddadige middelen grijpen.

Hoewel Snyder niet op de gebeurtenissen in Indonesië ingaat, passen die geheel in zijn algemene theorie. Door elke volksgroep het recht te geven zich uit te spreken , heeft de jonge Indonesische democratie, onvoldoende van bindenden instituties voorzien, zich gevangen gegeven aan allerlei vormen van etnisch sub-nationalisme. Het is in Oost-Europa en op de Balkan niet anders gegaan. De allesbeheersende communistische staatspartij kon de Sovjet-Unie lange tijd bijeen houden. Toen die partij werd onttroond en het democratische experiment van start ging, viel het rijk uiteen. In Joegoslavië hetzelfde verhaal: onder de straffe leiding van Tito en zijn communistische eenheidspartij bleven de interne rivaliteiten verborgen. Na zijn dood begon het land weg te glijden, met als eindresultaat de chaos en het bloedvergieten van de laatste tien jaren.

We zitten momenteel nog volledig in het voortgaande proces van desintegratie. De sterkste deelstaat van Joegoslavië, Servië, wist een tijdlang nog enkele gebieden bijeen te houden maar bleek uiteindelijk niet opgewassen tegen de regionale nationalismen die de kop opstaken. In Kosovo speelt zich de laatste akte van het Joegoslavische treurspel af: Kosovaren, zich beroepend op hun etnische banden met Albanezen buiten Kosovo, keren zich niet alleen tegen Servië maar ook tegen Macedonië dat een aanzienlijke Albanese minderheid binnen zijn grenzen heeft.

Wie het voorrecht heeft dergelijke conflicten vanuit een veilige positie te kunnen observeren, onderkent een levensgroot dilemma. Democratisering is overal ter wereld het 'Gebot der Stunde'. Er is geen weg terug. Maar alvorens de nieuwe democratieën een solide bestel en een rechtsstaat hebben opgebouwd, worden ze, als gevolg van het democratiseringsproces, geteisterd door gewelddadige opstanden en afscheidingsbewegingen. Ze kunnen er min of meer in berusten, zoals de Indonesische regering momenteel lijkt te doen, dan wel overgaan tot grof contrageweld, zoals Rusland in Tsjetsjenië uitoefent.

Het een is even rampzalig als het ander, omdat er in beide gevallen sprake is van een burgeroorlog. P.C. Hooft, die evenals Machiavelli een scherp oog had voor de paradoxen van de macht, vatte het al eeuwen geleden in een korte zinspreuk samen: 'Inlandsche oorlogh ellendighst van alle'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden