Column

Democratie is het excuus voor een parlement dat een burgeroorlog imiteert

Stemmen die zijn uitgebracht in het referendum over het associatieverdrag tussen EU en Oekraïne. Beeld anp
Stemmen die zijn uitgebracht in het referendum over het associatieverdrag tussen EU en Oekraïne.Beeld anp

Van tijd tot tijd wordt me gevraagd zitting te nemen in de jury van een boekenprijs. Ik heb daar inmiddels een punt achter gezet. De winnaar was meestal een compromiskandidaat waar geen van de juryleden overwegende bezwaren tégen had. Zo kwam het in ieder geval tot een bekroning, maar frustrerend was het wel. Sinds mijn terugtreden wacht ik de beslissing van de literaire jury's in lijdzaamheid af, om daar vervolgens al dan niet over te mopperen. Maar op voldoende grote afstand om me er niet over te verbijten.

In een politiek referendum is gans het volk de jury geworden. En dus rijzen ook daarbij de verwachtingen tot grote hoogten. Wie zich inzet voor iets, wil dat zijn kampioen de winnaar wordt. Helaas is dat bij democratische besluitvormingen vaak niet zo. Dus vormen referenda een open uitnodiging voor een wrokkig volk. De uitkomst zet zelden een streep onder de omstreden kwestie, die onder de verliezers blijft dooretteren tot ze bij een volgend referendum een nieuwe kans krijgen. Na een voor hen negatieve uitslag zetten de Schotse separatisten hun dromen niet bij het oud vuil. In sommige Zwitserse kantons kregen vrouwen pas stemrecht na het zoveelste referendum daarover.

Prijs van democratie
Is dat de prijs van de democratie? Zo lijkt het wel - maar dan nemen we de hoge pretenties van deze staatsvorm misschien iets te serieus. Het best mogelijke beleid gedragen door de grootst mogelijke meerderheid: dat was ongeveer het ideaal van de vroegmoderne voorvechters. In werkelijkheid pakte het anders uit. Om te beginnen omdat niemand werkelijk kan weten wat 'het best mogelijke beleid' eigenlijk is. En de grootst mogelijke meerderheid valt onder het geharrewar daarover al snel weer uit elkaar.

De beste omschrijving van de taak van de democratie stamt nog altijd van Job Cohen: de boel bij elkaar houden. Hóe ze dat doet en welke beslissingen ze neemt, is van secundair belang. De democratie moet voorkomen dat mensen elkaar op straat in de haren vliegen; burgeroorlog was al volgens Thomas Hobbes het ergste wat er is. En dus vertaal ik: democratie moet het politieke vuur wel laten smeulen, maar zorgen dat het niet te hoog oplaait. Ze moet mensen betrekken bij het bestuur, maar niet zo dicht dat ze alléén nog maar 'politieke wezens' zijn.

Kloof
De verdedigers van een referendum-bestel willen dat laatste juist wel. Ze willen de burgers een stem geven bij alle - of minstens veel meer - concrete beslissingen die nu nog door het parlement genomen worden. Want de kloof tussen politiek en samenleving moet worden overbrugd. Sommigen - zo constateerde Hans Goslinga in deze krant - willen er zelfs het partijenstelsel voor opblazen.

Je vraagt je af waarom deze referendumridders halt houden bij de politiek. Ook in de rechtspraak zou de burger een veel grotere stem kunnen hebben. In sommige landen heeft hij dat sinds lang. Toch krijg je er in Nederland de handen niet voor op elkaar. Er zitten teveel nadelen aan; laten de daartoe opgeleide specialisten daarvoor de verantwoordelijkheid maar nemen. De samenleving heeft vervolgens de vrijheid om naar hartenlust te mopperen als een uitspraak haar niet bevalt - zonder reële consequenties.

Rechtvaardigheid
Rechtspraak heeft met politiek gemeen dat ze allebei zeggen het beste na te streven, maar in werkelijkheid vooral de boel bij elkaar houden. Bij justitie legt rechtvaardigheid het nogal eens af tegen de wet, als er over een zaak maar een bindende uitspraak wordt gedaan. Een geschil moet de wereld uit voordat het gaat etteren. Als dat met een schijn van billijkheid gebeurt, des te beter, maar zelden wordt een partij helemáál tevreden gesteld. Dat werkt omdat de rechter tegenover de samenleving staat, niet er middenin. Was dat zo, dan bleef de zaak net zo lang doorwoeden als de roep om ultieme rechtvaardigheid. Het recht ploetert daartussendoor - en daarom is het effectief.

Zo gaat het ook in de parlementaire politiek. Wat het beste is weet niemand, maar er moet wèl geregeerd worden - en vervolgens zien we wel wat ervan komt. Daarom stelde de politiek denker Benjamin Constant zo'n tweehonderd jaar geleden al vast dat de burger zich vooral niet teveel met het parlementaire gedoe bemoeien moet. Af en toe naar de stembus gaan is genoeg; daarna laten we de zaken over aan de parlementaire beroepskaste. Die moddert ook maar wat aan, maar linksom of rechtsom hakt ze wel knopen door. De samenleving kijkt ernaar, moppert erover - en gaat over tot de orde van de dag.

Excuus
Democratie is het excuus voor een parlement dat op onbloedige wijze een burgeroorlog imiteert om de samenleving daarvoor te behoeden. Een fikse kloof tussen die twee is daarvoor onontbeerlijk. Politiek is een democratisch schouwspel waar de burger af en toe naar kijkt - meer niet. Lachen, huilen, boe-roepen en applaudisseren: dat staat hem vrij. Maar laat hij niet denken zelf een acteur te kunnen zijn. Dan wordt het op het podium èn in de zaal pas echt een tragedie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden