Opinie

Democratie betekent: ruimte laten voor minderheden

Het Binnenhof met Prinsjesdag. Beeld EPA

Steeds vaker permitteren politici het zich om in de staatsvrije ruimte te treden die grondrechten beogen te waarborgen.

De essentie van een democratie is niet dat de meerderheid beslist. Dat is 'slechts' een procedureel aspect, nodig om tot besluitvorming te komen. Het hart van de democratie klopt in het besef dat de meerderheid bij besluiten zoveel mogelijk ruimte laat aan minderheden en hun opvattingen en gedragingen.

Het is hier dat grondrechten hun volle betekenis krijgen: een sfeer waarbinnen minderheden kunnen leven, geloven, spreken en zich gedragen naar eigen inzichten en overtuigingen, ook als de overgrote meerderheid van de bevolking die niet deelt of zelfs verwerpelijk of achterlijk vindt, en zonder bemoeienis van overheid en politiek.

Deze principiële visie op grondrechten is aan erosie onderhevig. Steeds vaker permitteren politici het zich om via uitspraken of zelfs wetgeving te treden in de staatsvrije ruimte die grondrechten beogen te waarborgen. Doorgaans gebeurt dit ter realisering van politieke doelstellingen, zoals emancipatie, gelijke behandeling, enzovoort. Dat leidt bij de één tot voorstellen tot 'modernisering' (meestal een eufemisme voor aantasting of inperking) van de vrijheid van onderwijs, bij de ander zelfs tot een pleidooi voor afschaffing van de godsdienstvrijheid.

Kennelijk zijn politici zich er niet van bewust dat hiermee een buitengewoon riskante stelling wordt betrokken, namelijk dat grondrechten zomaar ondergeschikt gemaakt mogen worden aan - op zichzelf legitieme - politieke doelstellingen, of dat het ene grondrecht (bijvoorbeeld het non-discriminatiebeginsel) altijd zwaarder weegt dan andere grondrechten (zoals de vrijheid van godsdienst of onderwijs).

Zo ging het debat over een mogelijk verbod op het onverdoofd ritueel slachten in belangrijke mate over de vraag of kosjere c.q. halal slacht al dan niet tot de essentialia van het joodse respectievelijk islamitische geloof gerekend kan worden. Hierbij werd er volstrekt aan voorbijgegaan dat uit de vrijheid van godsdienst voortvloeit dat dit niet aan de wetgever is om te bepalen, maar aan de aanhangers van die religies.

Een ander voorbeeld is de reikwijdte van vrijheid van onderwijs. Over zaken als toelating van leerlingen, kerndoelen en curriculum enzovoorts merken politici niet zelden op dat die diepe historische wortels hebben, maar 'nu toch niet meer van deze tijd zijn'. De essentie van grondrechten is nu juist dat mensen er zélf over gaan hoe zij gebruik maken van de vrijheden die hen door de Grondwet wordt geboden.

Zeker, grondrechten zijn niet absoluut en kunnen bij wet beperkt worden. En dus staan politici in hun formele recht wanneer zij voor hun voorstellen ter inperking van klassieke vrijheidsrechten een meerderheid proberen te halen. Maar wie al te snel roept dat grondrechten 'gewoon' bij wet beperkt mogen worden, geeft er blijk van de essentie van grondrechten niet te hebben begrepen. Grondrechten verdragen immers naar hun aard geen formalistische, minimalistische bejegening door de politiek.

Wat hier speelt is een opvatting over de relatie tussen democratie en grondrechten, waarbij het accent niet ligt op de materiële democratie die rekening houdt met minderheden, maar op de formele democratie: de meerderheid beslist. Dat is een buitengewoon armoedige opvatting over democratie, zelfs een gebrek aan democratische gezindheid.

Misschien heeft dit alles te maken met het feit dat politicologen en politici meer hebben met effectieve besluitvorming en daadkrachtig bestuur dan met rechtsstatelijke principes. De rechtsstaat is echter uiteindelijk van fundamenteler belang dan de democratie, sterker, zij gaat aan democratie vooraf.

Ter illustratie de verzekering van de Moslim Broederschap dat de sjaria alleen in Egypte zal worden ingevoerd als de meerderheid van de burgers daar vóór is. Dat is voor gelovige christenen nauwelijks een geruststellende mededeling. Dit voorbeeld laat in alle helderheid zien dat democratie zonder inbedding in de rechtsstaat verwordt tot een louter formele democratie: de meerderheid beslist tot inperking of zelfs opheffing van grondrechten van minderheden.

Om grondrechten vitaal te houden is een ruimhartige democratische gezindheid onontbeerlijk.

Dit is een samenvatting van het essay dat André Rouvoet schreef voor het afscheidssymposium vandaag in verband met zijn vertrek uit de politiek.


André Rouvoet. Beeld ANP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden