Democraten proberen minima te lokken

De Democraten gebruiken referenda over het minimumloon om een hoge opkomst van hun kiezers te genereren.

Na zes uur ’s avonds is het leeg op straat in het stadshart van St. Louis. Maar de komende jaren zal de doodse sfeer verdwijnen, verzekert het stadsbestuur. Het is bezig om huishoudens met geld weer naar de stad te lokken. Voor die doelgroep worden op grote schaal historische panden tot luxe appartementen verbouwd.

Het gaat sommige groepen in de tweede stad van Missouri zeker voor de wind, zegt ook Sara Howard. Maar volgens haar is er ook een categorie Missourians die er de afgelopen jaren, ondanks hard werken, alleen maar flink op achteruit is gegaan: de werknemers die moeten rondkomen van het minimumloon.

„Het is al negen jaar geleden dat het Congres voor het laatst het landelijk minimumloon heeft verhoogd”, weet de vakbondsvrouw. „Sinds die tijd hebben de Republikeinen, die in de meerderheid zijn, elke verhoging geblokkeerd.”

Het minimumloon heeft sinds 1997 twintig procent aan koopkracht ingeboet. „We konden niet langer op Washington wachten.” Daarom heeft Howard geholpen om een referendum op te zetten. Onder de campagnekreet: „Geef Missourians opslag. Ze verdienen het.”

Op 7 november beslissen de kiezers of hun staat op eigen houtje het minimumloon van 5,15 dollar tot 6,50 dollar per uur optrekt en daarna jaarlijks automatisch prijscompensatie geeft. Diezelfde dag worden ook tussentijdse verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden en de Senaat in Washington gehouden.

Ook vijf andere staten hebben zo’n referendum. Niet toevallig zijn het staten waarin de Democraten, de politieke bondgenoten van de vakbonden, denken een goede kans te maken om zetels in het Congres te veroveren. In Missouri hopen ze vooral dat Claire McCaskill zittend senator Jim Talent verslaat. Het referendum kan een middel zijn om extra kiezers naar de stembus te krijgen, zoals lagere inkomens en minderheden die normaal bij tussentijdse verkiezingen thuisblijven.

Op straat in St. Louis blijkt er zeker steun voor het referendum. Vince Houston is vóór. Hij werkt als klusjesman voor net boven het minimum. Een ’ja’ zou voor hem opslag betekenen. „Dat extra geld is zo belangrijk. De benzineprijs was de afgelopen tijd belachelijk hoog. Aan het eind van elke maand zit ik een paar dagen zonder geld. En aan sparen kom ik nooit toe.”

Maar de argumenten van de nee-campagne hebben indruk gemaakt op dataprocessor Jeff Meyer. „Verhogen heeft slechte bijwerkingen. De kosten voor bedrijven gaan omhoog en dus zullen zij mensen ontslaan. Het kost banen.” Howard noemt dat onzin. Na de verhoging in 1997 daalde de werkloosheid en de armoede in de VS, zegt zij.

Chiropractor Loretta Standley is ook tegen. „Er zijn weinig banen op het minimum en als ze er zijn, zijn ze bedoeld voor studenten en jongeren. Niet om daar je gezin van te onderhouden. Blijf je in zulke banen hangen, dan ligt dat aan jezelf. Als je het minimum opkrikt, doof je de ambitie om iets beters te zoeken.”

Sara Howard erkent dat maar 2,6 procent van de werknemers nu het minimum verdient. „Toch zal liefst 10 procent van de werknemers profiteren van de verhoging. Veel meer mensen zitten onder of net boven de 6,50 dollar.” Ze bestrijdt ook dat het alleen startersbanen betreft.

Peilingen geven het ja-kamp een voorsprong. Maar maakt het referendum ook zo veel debat los dat de Democraten hun extra hoge opkomst krijgen? Volgens administratief medewerker Cathy McGray „haalt dit referendum nog geen kwart van de aandacht die het homohuwelijk kreeg. Dat was het gesprek van de dag, op televisie en op kantoor. Maar ik heb nog niemand bij de koffieautomaat over het minimumloon horen praten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden