Demjanjuk zal vrijspraak krijgen

Iwan Demjanjuk volgde bevelen op van hogerhand. In Duitsland is hij daardoor moeilijk te veroordelen.

Naar verwachting zal binnenkort Iwan Demjanjuk voor de Duitse rechters staan om zich te verantwoorden voor medeplichtigheid aan de moord op 29.000 – voornamelijk Nederlandse – Joden in het vernietigingskamp Sobibor.

Strafprocessen dienen de reparatie van de geschonden rechtsorde en het herstel van het vertrouwen daarin bij de burgers. En juist wat betreft dat laatste kan men zich afvragen of de Duitse rechters zullen slagen. De kans op ontslag van rechtsvervolging in de zaak Demjanjuk en daarmee op imagoschade voor de Duitse justitie is namelijk aanzienlijk. De bij die zaak betrokken juristen zijn zich daarvan ongetwijfeld bewust en de vraag is dan ook waarom de Duitse justitie zich in de zaak heeft laten betrekken.

Of het tot een proces tegen Demjanjuk zal komen is nog onzeker. Dat is primair afhankelijk van het oordeel over de medische conditie van de inmiddels 89-jarige verdachte. Maar zelfs wanneer Demjanjuk fit genoeg wordt geacht om terecht te staan, blijven er overwegingen over die de Münchense rechters ertoe zouden kunnen doen besluiten het proces niet eens op te starten.

Zo rijst de vraag of de strafvervolging van Demjanjuk niet strijdig is met het in artikel 3 van het Duitse Grundgesetz verankerde gelijkheidsbeginsel. Dit, gezien het feit dat de Duitse justitie in het verleden nazi-criminelen van zijn formaat juist uitdrukkelijk van die vervolging heeft uitgesloten. Die uitsluiting kwam al een halve eeuw geleden aan de orde bij de berechting van een ondergeschikte Gestapo-beambte die in juni 1941 had deelgenomen aan een executie-actie in het Poolse Augustowo. Navraag van de rechters bij de Zentrale Stelle zur Aufklürung von nationalsozialistischen Verbrechen in Ludwigsburg (de instantie die ook in de zaak-Demjanjuk een centrale rol speelde) over het strafvervolgingsbeleid in soortgelijke gevallen, leverde het volgende antwoord op – ik citeer uit het vonnis: „dat van de kant van de strafvervolgingsautoriteiten niet beoogd wordt onderzoeken te initiëren tegen alle bij dergelijke misdrijven betrokken personen; ’kleine Befehlsempfünger’, zoals bijvoorbeeld de leden van de executie- of bewakingscommando’s, dienen als regel niet te worden aangeklaagd.”

In de Bondsrepubliek zijn de uitvoerders aan het einde van de bevelslijn – de ’kleine Befehlsempfünger’ – zelden of nooit voor de rechter gebracht of bleven ze, wanneer dat in een enkel geval toch gebeurde, doorgaans onbestraft. De reden daarvoor ligt in de door de West-Duitse justitie gekoesterde opvatting dat zij niet anders konden handelen dan zij deden. Als kleine ondergeschikten hadden zij, aldus de redenering, geen mogelijkheid zich aan de bevelen te onttrekken zónder zich bloot te stellen aan sancties die voor henzelf gevaar opleverden.

Zelfs wanneer die overmachtsituatie niet had bestaan (en dat bestaan werd, ondanks intensief justitieel-historisch onderzoek, nooit aangetoond), ging justitie er bij de ’kleine Befehlsempfünger’ van uit dat zij hadden gehandeld in de veronderstelling dat zulks wél het geval was. Deze alternatieve mogelijkheden staan in het Duitse strafrecht bekend als de ’Befehlsnotstand’, respectievelijk de ’Putativbefehlsnotstand’. De eerste betreft een schulduitsluitingsgrond op basis van een situatie van werkelijke overmacht, de laatste geldt een situatie van vermeende overmacht.

In de praktijk betekende dit dat ondergeschikte daders geen schuldverwijt kon worden gemaakt en dus geen straf opgelegd. In het Treblinka-proces van 1964/65 gold zulks voor één van de tien verdachten; in het Sobibor-proces van 1965/66 waren het er vijf van de elf en het Landgericht München I besloot om dezelfde redenen in januari 1964 zelfs dat tegen maar liefst zeven van de acht beschuldigden van de massamoorden in het vernietigingskamp Belzec in het geheel geen proces plaats behoefde te vinden.

Komt het tot een proces, dan zal de rechtbank zich in ieder geval over de kwestie van de Befehlsnotstand moeten buigen. En daarbij zal zij zeker overwegen dat Demjanjuk als voormalig krijgsgevangene in de bevelshiërarchie vér stond onder de laagst geplaatste Duitse kampfunctionaris en dus wellicht nog minder dan deze in de positie verkeerde om dat bevel te negeren.

Aldus valt niet goed in te zien hoe de Münchense rechters Demjanjuk zullen kunnen veroordelen. Net als bij zijn voormalige (niet bestrafte) Duitse Sobibor-kameraden geldt voor hem immers dat hij mogelijk handelde in een overmachtsituatie. Over die handelingsmotieven kan men zo zijn twijfels hebben. Maar de Duitse rechter zal die mogelijke motieven niet kunnen weerleggen.

Dat heeft tot gevolg dat Demjanjuk onbestraft zal blijven. En dat komt het aanzien van de Duitse justitie niet ten goede. Voor de in het proces als toegevoegde aanklagers betrokken Nederlandse overlevenden van Sobibor zal het ook een flinke deceptie opleveren.

Daarbij komt dat zij in dit geval kans lopen voor een deel van de proceskosten te worden aangeslagen. Dat zal niet de gerechtigheid zijn waarop men gehoopt had.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden