Demjanjuk en zijn jager

Deze week brengt ons op de slingerpaden van de Duitse justitie. In het proces tegen Ivan Demjanjuk in München zal vandaag als getuige de man gehoord worden die als een sleutelfiguur geldt in deze rechtsgang, een man zonder wie dit proces niet eens zou hebben plaatsgevonden.

Thomas Walther is onderzoeksrechter. Hij werkte bij de Zentralstelle zur Aufklürung nationalsozialistischer Verbrechen in Ludwigsburg, een centrale die in 1958 werd opgericht om nazimisdaden op te helderen. Eigenlijk is de 67-jarige al met pensioen – hij ziet Demjanjuk als zijn laatste grote zaak.

En Thomas Walther is het die een manier vond om Demjanjuk in Duitsland te laten vervolgen: een unicum, omdat in al die jaren de Duitse justitie niet had willen oordelen over niet-Duitsers die zich in de SS-misdaden hadden laten meeslepen. Viel niet onder Duitse jurisdictie, zei men. Maar Walther volgde een slingerpad en stuitte op het principe dat ook niet-Duitse collaborateurs in Duitsland vervolgd kunnen worden – als blijkt dat ze met hun daden ook Duitse slachtoffers hebben gemaakt.

Walther begon aan een minutieuze onderzoeking van de transportlijsten van Westerbork – lijsten die vastlegden dat de gedeporteerden het kamp Sobibor als eindbestemming hadden – een eindbestemming die een doodsbestemming werd. Van de 29.587 namen van Nederlandse joden die hij doornam, bleken er 1940 afkomstig van joden uit Duitsland.

Thomas Walther had een zaak.

En hij ging op jacht naar bewijzen. Bewijzen die moesten aantonen dat Ivan Demjanjuk, die eens abusievelijk werd aangezien voor een kampbewaker in Treblinka, en dus werd vrijgesproken, in werkelijkheid was aangesteld in Sobibor.

Niet alleen zal daarom binnenkort het persoonsbewijs van de SS in de rechtszaal als bewijsstuk worden opgevoerd – een persoonsbewijs dat zegt dat Ivan Demjanjuk in april 1943 naar Sobibor is gestuurd – , maar ook een notitie uit het gemeentearchief van het Zuidduitse Feldafing (niet ver van München ) uit 1952. Daar was een kamp voor zogeheten displaced persons, mensen die na de oorlog geen vaderland meer hadden om naar terug te keren. Demjanjuk, zo bleek uit de kampadministratie die Walther in Feldafing terugvond was een van hen en hij heeft er laten optekenen tijdens de oorlog in ’Sobobor’ te zijn geweest – een hoor- en schrijffout van een Duitse ambtenaar, want Sobibor was in 1952 nog steeds nauwelijks bekend. Later zou Demjanjuk zeggen dat hij jaren gevangen zat in een krijgsgevangenenkamp in Chelm.

Zeventien ordners met materiaal stelde Walther samen, na tal van archiefonderzoeken, en hij voegde er een 144 pagina’s tellend eindrapport aan toe. Een dossierkenner. En een jager. Een jager op wie overigens ook zelf gejaagd wordt, want op rechtsextremistische sites mocht Walther talloze doodsbedreigingen aan zijn adres lezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden