Dementie: een overbekend woord, maar hoe spreek je het uit?

TON DEN BOON

Door de vergrijzing is het fenomeen dementie in de 20ste eeuw een steeds groter maatschappelijk probleem geworden. Dat verklaart waarom het woord dementie in diezelfde periode algemeen gangbaar is geworden.

Aanvankelijk was dementie een medische vakterm, die gewoonlijk werd aangetroffen in de Latijnse vorm dementia. In 1924 maakte deze variant zijn entree in de Dikke Van Dale. Het woordenboek verklaarde dementia als krankzinnigheid. Die betekenis was in lijn met de herkomst van het woord: dementia gaat terug op het Latijnse woord d¿m¿ns, dat afgeleid is van d¿ (weg) en m¿ns (verstand). Letterlijk betekent d¿m¿ns 'geen verstand (meer) hebbend'. In 1950 voegde Van Dale de variant dementie toe aan dementia. Intussen veranderde de betekenis van het woord en in 1961 werd de definitie daarom veranderd in 'blijvende verzwakking van de intellectuele vermogens en het ethische gevoel'. Die definitie werd in 1984 aangevuld met 'geestelijke aftakeling'. In dat jaar nam het woordenboek ook het trefwoord 'ouderdomsdementie' op. Met de popularisering van het woord dementie nam ook de onduidelijkheid over de beklemtoning daarvan toe. Aanvankelijk lag de klemtoon net als in dementia op de tweede lettergreep: deméntie, maar tegen het einde van de 20ste eeuw werd ook de uitspraak dementíé gewoon. De laatste tijd hoor je steeds vaker nóg een andere uitspraak: démentie. De taaladviesdienst van de Taalunie houdt (historisch gezien correct) vast aan de 'aanbevolen' uitspraak deméntie, maar Van Dale schrijft bij dementie inmiddels dat 'het accent wisselt'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden