Demente patiënten vallen om van pil die bijna niet werkt

Patiënten die een veelgebruikt type medicijnen tegen dementie slikken, lopen kans op ernstige bijwerkingen. Ze kunnen zelfs omvallen en hun heup breken. Dit terwijl het nut van de middelen toch al omstreden is.

Canadese onderzoekers tonen zich in het vakblad Archives of Internal Medicine buitengewoon kritisch over de zogeheten cholinesteraseremmers. Die middelen zorgen ervoor dat de boodschapperstof acetylcholine in de hersenen minder snel wordt afgebroken. Zenuwcellen kunnen daardoor beter met elkaar communiceren, zodat patiënten minder last zouden hebben van hun dementie.

Maar in de praktijk is het klinisch nut beperkt. De meeste patiënten hebben vermoedelijk zelfs helemaal geen baat bij de pillen. Ze ondervinden alleen bijwerkingen, zoals misselijkheid, braken, diarree en spierkramp.

En dat zijn dan nog alleen de officieel erkende klachten. In werkelijkheid veroorzaken cholinesteraseremmers veel meer leed, laten de Canadezen zien. Twee jaar achtereen bekeken ze twintigduizend gebruikers. Ze vergeleken hun klachtenpatroon met dat van zestigduizend vrijwel identieke patiënten die de pillen níet kregen voorgeschreven.

Het resultaat was opzienbarend: gebruikers bleken vaak letterlijk om te vallen, als gevolg van een wegraking. Per duizend slikkers werden er elk jaar 32 in het ziekenhuis opgenomen na zo’n flauwte; bij niet-gebruikers waren het er maar 19. De slikkers braken ook vaker een heup, wat voor demente patiënten meestal dramatische consequenties heeft.

Daarnaast kregen pilslikkers vaker hartritmestoornissen. Om die tegen te gaan, werd er weer vaker een pacemaker geïmplanteerd: een belastende ingreep waarvan het de vraag is of die in hun geval effect heeft. Kortom, problemen te over. Die moeten volgens de Canadezen zorgvuldiger worden afgewogen tegen het tamelijk magere voordeel van de pillen.

Mee eens, reageert hoogleraar neurologie Pim van Gool uit het AMC in Amsterdam. „In sommige landen krijgt ruim 90 procent van de alzheimerpatiënten deze pillen voorgeschreven, terwijl ze hooguit bij een kleine minderheid werken. Al die mensen hebben wel last van de bijwerkingen.”

Op zich zijn Nederlandse artsen, mede dankzij een restrictieve richtlijn, vrij zuinig met cholinesteraseremmers: 10 procent van de mensen met alzheimer wordt ermee behandeld. Maar ook hier gaat het de verkeerde kant op, signaleert Van Gool. „Tussen 2003 en 2007 is het totale bedrag dat aan deze pillen wordt uitgegeven ruim verdrievoudigd, van bijna drie naar elf miljoen euro. Dat komt vooral door marketing.”

Cholinesteraseremmers zijn op de markt gekomen in de jaren negentig. Toen was al duidelijk dat ze niet op het goede mechanisme aangrijpen om alzheimer echt te bestrijden. De pillen werken wel tegen aandachtsstoornissen en hallucinaties, bij een beperkte groep patiënten met een tekort aan de boodschapperstof acetylcholine. Maar de gemiddelde alzheimerpatiënt heeft er nagenoeg niets aan. Het zou dan ook niet zo gek zijn om de recepten van alle dertienduizend gebruikers in ons land eens tegen het licht te houden. „Dementie is erg”, besluit Van Gool, „maar dementie plus een gebroken heup is nog veel erger.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden