Demasqué van de Duitse gleufhoeden

Drie chefs van inlichtingendien- sten zijn opgestapt wegens falen inzake de Duitse 'dönermoorden'. Parlementaire onderzoekscom-missies brengen nu de verbijste- rende feiten aan het licht.

ANTOINE VERBIJ | BERLIJN

Het begon allemaal bij Herbert Roewer. Eind jaren negentig was hij chef van de geheime dienst in de deelstaat Thüringen. Onder zijn bewind infiltreerde de dienst intensief in het regionale rechts-extreme milieu. Onder de 140 leden van de Thüringse Heimatschutz, een neonazistische koepelorganisatie, bevonden zich twaalf informanten. Desalniettemin formeerde zich in die tijd ongemerkt de 'Nationalsozialistische Untergrund' (NSU).

Sinds eind vorig jaar weten we dat de NSU tussen 2000 en 2007 de tien zogenoemde 'dönermoorden' heeft gepleegd - acht op Turkse middenstanders, één op een Griekse ondernemer en één op een politieagente. Hoe heeft de NSU in al die jaren aan de aandacht van de inlichtingendiensten kunnen ontsnappen? Een speciale onderzoekscommisse van het Thüringse parlement zoekt momenteel naar een antwoord op die vraag, en riep Roewer vorige week op als getuige.

Roewer was in 1994 van Bonn naar Thüringen gekomen en viel meteen op door zijn excentrieke gedrag. Hij bruuskeerde het personeel, bouwde op kantoor wijn- en kaasfeestjes met zijn vrouwelijke medewerkers, liep op blote voeten rond en verplaatste zich per fiets over de gangen. Ondertussen werkte hij met informanten die alleen hij kende en die hij rijkelijk beloonde. Het inlichtingenwerk mondde onder zijn bewind uit in een complete chaos.

In 2000 vertelde een neonazistische informant hoe hij de 25.000 D-mark die hij van Roewer had ontvangen, in rechts-extreme propaganda had geïnvesteerd. Roewer, die ook nog in een paar financiële kwesties was verwikkeld, moest zijn biezen pakken. Sindsdien leeft hij, zoals hij de onderzoekscommissie meedeelde, als schrijver. Van hem is een boek bekend waarin hij uitlegt dat niet Hitler maar Churchill de Tweede Wereldoorlog is begonnen.

De onderzoekscommissie vertelde hij dat hij bij zijn benoeming stomdronken was, dat hij een uitstekende job heeft geklaard, dat hij niets weet van klachten over zijn optreden en dat hij zich geen details over informanten kan herinneren. En o ja, hij zat de NSU op de hielen, maar de politie heeft de arrestatie verknald. Bovendien voelde hij zich verschrikkelijk moe en stoorde het hem dat de commissie hem vier uur had laten wachten voor ze hem opriep.

Roewer is misschien niet representatief voor het personeel van de Duitse inlichtingendiensten. Maar dat een dubieuze chaoot zes jaar lang de Thüringse dienst heeft kunnen leiden, zegt iets over de anarchie die in kringen van de staatsveiligheid heerste. En nu niet alleen het Thüringse parlement maar ook de Bondsdag een onderzoekscommissie heeft ingesteld om het falen van de geheime diensten te onderzoeken, vliegt de vuile was over straat.

In Duitsland is een wirwar aan inlichtingendiensten actief. Elke deelstaat heeft een eigen dienst, opererend onder de naam 'Verfassungsschutz' ('Grondwetbescherming'). Daarboven zweeft het federale 'Bundesamt für Verfassungsschutz', die de 16 deelstaatdiensten moet coördineren maar door hen vooral als stoorzender en concurrent wordt gezien. En dan is er de 'Militärische Abschirmdienst', die ook een informant had in de Thüringse Heimatschutz.

Dat rammelende netwerk aan inlichtingendiensten is niet totaal incompetent. Bij de bestrijding van islamitisch terrorisme was de coördinatie bijvoorbeeld in orde, zoals het oprollen van de zogeheten 'Sauerland-bende' bewijst - een groepje tot de islam bekeerde Duitsers dat ver was gevorderd bij het voorbereiden van een bomaanslag. In de jacht op islamitische terroristen is dan ook, na de aanslagen van 2001 in Amerika, veel energie gestoken. Dat blijkt nu ten koste te zijn gegaan van de aandacht voor rechts terrorisme, waar de coördinatie geheel ontbrak.

De onderzoekscommissie van de Bondsdag heeft dat falen twee weken geleden pijnlijk ervaren. Uit haar onderzoek bleek dat een leidinggevende functionaris van de federale inlichtingendienst eind vorig jaar, kort na de ontmaskering van de NSU, cruciale dossiers had vernietigd. Die dossiers bevatten informatie over het infiltratiewerk in Thüringen en hadden antwoord kunnen geven op de vraag of in de NSU zelf een informant actief was.

De desbetreffende functionaris is inmiddels geschorst en de chef van de federale dienst, Heinz Fromm, heeft vorige week zijn ontslag ingediend. Het incident geeft voeding aan de speculatie dat de inlichtingendiensten beter op de hoogte waren van wat er in het extreem-rechtse milieu speelde dan men tot nu toe aannam. Ze hebben alleen niets met die informatie gedaan. De diensten waren, zo zeggen de critici, 'blind aan het rechteroog'.

De afgelopen maanden hebben journalisten allerlei voorbeelden aan het licht gebracht van inlichtingendiensten die op het spoor van de NSU waren. Maar telkens weer liep dat spoor dood in de gebrekkige samenwerking tussen de diensten. Zo tipte de Saksische geheime dienst in het voorjaar van 2000 de collega's in Thüringen over de mogelijke verblijfplaats van de NSU'ers, maar de Thüringse dienst ondernam geen actie.

In Thüringen en Sachsen rollen inmiddels ook de koppen. Thomas Sippel, opvolger van Roewer als chef van de Thüringse inlichtingendienst, is tien dagen geleden met vervroegd pensioen gestuurd. En deze week smeet zijn Saksische collega Reinhard Boos de handdoek in de ring. Met Fromm zijn dat nu al drie kopstukken die hebben moeten erkennen dat de dienst onder hun leiding ernstig heeft gefaald. En de vierde is ook al in zicht.

Dat betreft de inlichtingendienst in de deelstaat Hessen. Een medewerker van die dienst zou in 2006 in Kassel aanwezig zijn geweest bij de NSU-moord op de Turkse eigenaar van een internetcafé. De beambte, die veel contacten had in het rechts-extreme milieu, is volgens sommige kranten ook op andere plekken gesignaleerd waar de NSU moorden pleegde. Hij is geschorst, maar voor zijn mogelijke betrokkenheid nooit vervolgd.

De voorzitter van de federale onderzoekscommissie, de SPD'er Sebastian Edathy, stelde vorige week de toenmalige Hessische CDU-minister van binnenlandse zaken en huidige premier Volker Bouffier verantwoordelijk. Bouffier reageerde verontwaardigd - evenals zijn partijgenoten, ook die in de commissie; want meer dan in Nederland gaat in Duitse parlementaire onderzoekscommissies de politieke strijd vóór het zoeken naar de waarheid.

Niet alleen de inlichtingendiensten blinken uit in slechte coördinatie, dat geldt ook voor de opsporingsdiensten. Daar geldt hetzelfde verhaal: iedere deelstaat heeft zijn eigen dienst en daarboven zweeft een federale dienst. Omdat de dönermoorden in verschillende deelstaten plaatsvonden, lag het voor de hand dat de federale dienst de leiding zou nemen, maar omdat de eerste moord in Beieren plaatsvond, trok de dienst aldaar de opsporing naar zich toe.

Het was de Beierse opsporingsdienst die de fatale beslissing nam om de daders in Turkse criminele milieus te zoeken. Jarenlang heeft ze zich in dat spoor vastgebeten. Geen middel was haar te dol om in die hoek de daders te vinden. Zo stuurde ze agenten op reis naar Turkse dorpen om mogelijke criminele netwerken op te sporen. En ze raadpleegde een Indiaas medium om met de slachtoffers van moord in contact te treden.

Op zeker moment klopte de Beierse minister van binnenlandse zaken bij de federale recherche aan met de vraag of achter de misdaden wellicht een soort 'Braune Armee Fraktion' zat, naar analogie van de links-extreme 'Rote Armee Fraktion' uit de jaren zeventig. Welnee, kreeg hij te horen, dat zou een professionele ondergrondse organisatie vereisen, met ondersteuning van buitenaf en financiering door bankovervallen. Uitgesloten!

Sinds eind vorig jaar weten we dat de dönermoorden door exact zo'n organisatie zijn gepleegd. Die heette geen 'Braune Armee Fraktion' maar 'Nationalsozialistische Untergrund'. Ze financierde haar ondergrondse bestaan door middel van bankovervallen en ze kreeg steun in de vorm van wapens, valse papieren, onderkomens en vervoersmiddelen uit kringen van de Thüringse Heimatschutz, de club van neonazi's van wie bijna één op de tien informant was.

Een van die bankovervallen werd de NSU vorig jaar fataal. Met de politie op de hielen ontmaskerde de terreurorganisatie zichzelf. Twee van de drie leden pleegden zelfmoord in een kampeerwagen. De derde, een jonge vrouw, blies het huis op waarin ze woonden. In het puin vond de politie de bewijzen dat het drietal jarenlang moordend door Duitsland was getrokken zonder dat de geheime diensten ook maar enige verdenking in hun richting koesterden. Of ze ook nieuwe aanslagen in voorbereiding hadden, is tot de dag van vandaag onduidelijk.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden