Delfzijl heeft zo zijn eigen zorgen

DELFZIJL - De krimpgemeente Delfzijl, die al jaren nauw optrekt met Appingedam en Loppersum en samen de zogeheten Dal-gemeenten vormen, heeft zo haar eigen zorgen over de jeugd. De gemeente telt relatief meer jonge moeders en kinderen met overgewicht dan gemiddeld. Ook zijn er veel gezinnen in armoede en met schulden, en eenoudergezinnen waar opvoedingsproblemen spelen en kinderen gedwongen uit huis geplaatst worden.

"Wij zien de kinderen vanaf nul jaar, onder meer op de consultatiebureaus. En onze wijkverpleegkundigen zien toe op de psychosociale ontwikkeling van de kinderen. Na drie huisbezoeken zou je klaar moeten zijn, maar in Delfzijl heb je er soms wel tien nodig", vertelt Frank van Liempd, regiomanager bij de GGD Groningen, die ook de Dal-gemeenten onder zijn hoede heeft.

Niet zelfstandig met de trein
Directeur Wybe Cnossen van de grootste jeugdinstelling Elker in Groningen bevestigt dat beeld. "In Delfzijl helpen we veel gezinnen en jongeren. Denk aan problemen bij opvoeden of zelfstandig worden van jongeren, en meedoen in de maatschappij. Soms gaat het ook om overlast." Elker is optimistisch over de aangegane samenwerking met de gemeente: "De zorg staat niet los van hun sociale omgeving. Neem het voorbeeld van een jongen van zeventien, die bij zijn moeder woont en niet op zichzelf kan wonen. Die heeft een leerwerkplek gekregen bij een schilder."

En dat is nou net zo'n voorbeeld dat jeugdzorgwethouder Thea van der Veen (PvdA) wil geven als het gaat om het lokaal zorgen voor de jeugd. "Onze lijnen zijn korter. De vmbo-opleiding techniek in Appingedam had nog maar twaalf leerlingen en werd daarom opgeheven. De jongens moesten naar de stad Groningen of naar Stadskanaal. Maar zij zijn, vanuit hun beschermde omgeving, helemaal niet in staat zelfstandig op de trein te stappen. Dat is een enorme drempel. Onze consulenten herkennen dat en regelen een leerwerkplek voor deze jongeren."

Zo moet dat straks ook gaan met de jeugdzorg. De wethouder heeft er alle vertrouwen in en erkent ook haar beperkingen. "Wij willen meer aan preventie doen. Maar wij beseffen heel goed dat een psychiatrische stoornis behandeld moet worden. Daar helpt geen preventie tegen, het is iets anders dan een gedragsstoornis. We willen de hulpverlening wel goed op elkaar afstemmen. Samen met een begeleider kijken of een kind in een gesloten setting eerder naar een halfopen instelling kan."

Ook de GGD zal aan de nieuwe rol met de gemeente als opdrachtgever moeten wennen, beseft GGD-regiomanager Van Liempd. "We moeten ons allemaal losmaken van onze eigen toko, met elkaar samenwerken. Onze mensen zijn straks niet alleen meer hulpverlener. Ze zullen ook de ouders nadrukkelijk aansporen. Want die zijn en blijven uiteindelijk verantwoordelijk voor hun eigen kinderen."

Dat bevorderen van de zelfredzaamheid staat ook hoog in het vaandel bij de GGD, zegt Cnossen. "Het is een interessante tijd, de dingen moeten anders. Maar het is ook een onzekere periode, voor onze medewerkers bijvoorbeeld. Wij zullen banen inleveren. Je wilt vernieuwen, maar je moet ook bezuinigen. En zorg is wel de belangrijkste werkgever in Groningen."

Brandbrief over bezuinigingen
Onlangs stuurden de 23 Groninger gemeenten, samen met de jeugdinstellingen, een brandbrief aan de commissie-Geluk die het kabinet adviseert. Door de bezuinigingen kan goede jeugdzorg in de provincie niet gegarandeerd worden, stellen zij. "Er zitten in de provincie veel jongeren in de knel. Het gemiddelde bedrag in Nederland dat naar zorg voor een kind gaat, ligt op ongeveer 900 euro per jaar. Wij zitten in Groningen op 1000 tot 1800 euro per kind", licht Van der Veen toe. Zo zijn er in de provincie veel woongemeenschappen en andere instellingen voor gehandicapte kinderen gevestigd. Ook al weet Delfzijl nu hoeveel geld er komt, de zorgen blijven even groot.

Het landelijk gehanteerde percentage aan bezuinigingen van 3,5 procent in 2015 (het eerste jaar) valt in Groningen ook veel hoger uit: bijna 10 procent. Dat komt mede, schrijven de gemeenten aan Geluk, omdat Groningen een hoog aandeel AWBZ-gefinancierde zorg kent. "Er dreigen onverantwoord hoge bezuinigingen op grond waarvan wij nu niet langlopende afspraken kunnen maken. Naast helderheid over budgetten is die ook nodig over welke zorg hieruit betaald moet worden." Van der Veen: "Het Rijk biedt de provincie 144 miljoen euro, de provincie heeft 13 à 14 miljoen euro meer nodig."

En dan nog wat: de nieuwe Jeugdwet regelt de jeugdzorg van kinderen tot en met 17 jaar. De groep 18- tot 23-jarigen, nu nog van zorg gewaarborgd, valt na 2015 buiten de boot.

Van der Veen geeft een 'reëel voorbeeld' van hoe het met die groep mis kan gaan: een jongen schopt op het voetbalveld een keeper in elkaar. Hij heeft te veel gedronken en wordt daar agressief van. Hij woonde begeleid op kamers. Maar na zijn achttiende is de begeleiding gestopt en sindsdien gaat het slechter met hem. Hij kan (nog) niet goed op zichzelf passen.

Van der Veen: "Deze groep is niet heel groot, maar vormt maatschappelijk wel een groot probleem. Een verstandelijke handicap houdt niet op als je achttien bent. Wie begeleidt deze jongeren straks? Daar moeten goede afspraken over gemaakt worden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden