Delft moet van Schoonhoven gaan houden

Zijn werk werd gebruikt als dartbord en dienblad. Zo onbekend was Jan Schoonhoven in zijn eigen stad Delft. Een expositie moet dat veranderen.

Hij is een van de belangrijkste moderne kunstenaars van Nederland in de afgelopen eeuw. Op veilingen worden de prijzen voor zijn witte reliëfs hoger en hoger: de grotere stukken gaan al richting de acht ton. Zijn hele leven woonde en werkte Jan Schoonhoven (1914-1994) in Delft. Toch kennen veel Delftenaren hem niet. Sterker nog: een van zijn metersgrote linoleumwerken werd jarenlang als dartbord gebruikt in een Delfts studentenhuis. En het grote kleurreliëf dat Schoonhoven in 1958 voor het hoofdpostkantoor in Delft maakte, dreigde bij een renovatie bij het grofvuil te belanden. Ook doet het verhaal de ronde dat zijn reliëfs als dienblad voor koffiebekers werden gebruikt.

"Het wordt tijd dat ook Delft deze grote kunstenaar gaat omarmen", zegt Patrick van Mil, directeur van Museum Prinsenhof Delft. Vanaf vandaag vertelt dit museum samen met Stedelijk Museum Schiedam het complete verhaal over het leven en werk van Jan Schoonhoven. De expositie is voor Van Mil pas echt geslaagd 'als de inwoners van Delft ook van Schoonhoven gaan houden'. Zelf zei de kunstenaar altijd dat hij niet buiten Delft kon. In de straten van 'zijn' stad vond hij de inspiratie voor zijn tekeningen en reliëfs. Je ziet er het patroon van stoeptegels, fragmenten van gevels, ijzeren paaltjes en hekjes in terug.

Van Mil heeft het stadsbestuur voorgesteld om een straat of plein naar Schoonhoven te vernoemen. Ook hoopt hij dat het reliëf uit het voormalige postkantoor, dat nu in bruikleen is bij het Rijksmuseum in Amsterdam, een plek kan krijgen in Delft.

Jan Schoonhoven was tot zijn dood in 1994 een vertrouwde verschijning in de straten van Delft, altijd gekleed in een bruine montycoat of regenjas. Hij is nooit fulltime kunstenaar geweest. Tot zijn pensionering werkte hij als ambtenaar op de centrale afdeling gebouwen van de PTT, waar hij de aan- en verkopen van stukken grond moest inventariseren. Dat was een bewuste keus: een vaste baan zorgde voor structuur in zijn leven en hield zijn alcoholverslaving in toom. Ook hoefde hij daardoor geen opdrachten aan te nemen.

Terug naar nul

Schoonhoven maakte aanvankelijk figuratieve, kleurrijke tekeningen en schilderijen in de stijl van Paul Klee. Later ging hij abstracter en ook 'dik' werk maken. Dan kon het licht er een belangrijke rol in spelen. Dat deed hij niet met dikke klodders verf, zoals tijdgenoot Karel Appel. Hij ging experimenteren met karton en papier-maché. Voor zijn zoontje Jaap knutselde hij kasteelachtige bouwsels in elkaar. Ook kneedde hij van papier-maché organisch gevormde reliëfs, die na verloop van tijd steeds strakker werden.

In 1960 maakte hij zijn eerste witte reliëf. Ribkarton, krantenpapier, lijm en witte latex waren de ingrediënten. Alledaagse materialen, precies zoals de Nul-groep het wilde. Schoonhoven richtte deze kunstenaarsbeweging op met Armando, Jan Henderikse en Henk Peeters om te rebelleren tegen alles wat gangbaar was in de kunst. De kunst moest terug naar nul; ook doodgewone dingen en waardeloze materialen konden tot kunstwerk worden verheven. Lang heeft de Nul-beweging niet bestaan, maar Schoonhoven werd daardoor wel opgemerkt. Zijn internationale doorbraak kwam in 1967, toen hij de tweede prijs won op de Biënnale van São Paulo. In eindeloos veel ritmische patronen heeft hij sindsdien zijn reliëfs gemaakt.

Licht en schaduw maken de beleving van zijn reliëfs telkens weer anders. En daar ging het Schoonhoven ook om. In Museum Prinsenhof kan de bezoeker dat effect heel sterk ervaren dankzij een door de TU Delft ontwikkelde lichtsimulator.

De duo-tentoonstelling over Jan Schoonhoven in Museum Prinsenhof Delft en Stedelijk Museum Schiedam gaat vandaag open en duurt t/m 14 februari.

Spelen met licht

Jan Schoonhoven 'speelt' in zijn reliëfs met licht, net als die andere beroemde Delftse kunstenaar Johannes Vermeer (1632-1675) dat doet in zijn schilderijen. Vermeer woonde net als Schoonhoven zijn hele leven in Delft. Anders dan Schoonhoven is hij er wel geliefd, al heeft de stad geen enkel schilderij van hem. Komend voorjaar komt na 320 jaar Vermeers wereldberoemde 'Straatje' (1658) tijdelijk terug naar Delft. Het Rijksmuseum Amsterdam leent het schilderij uit aan Museum Prinsenhof. Daar wordt het getoond te midden van de topstukken van Delftse tijdgenoten als Pieter de Hooch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden