Delegatie krijgt kritiek op het eigen drugsbeleid

RABAT - Midden in het betoog van oppositiewoordvoerder Alaou veren de Kamerleden op. Aanzwellend gejoel van buiten dringt door de dikke rode gordijnen. “Ons land kampt met ernstige economische en sociale problemen. De geluiden die u hoort getuigen daar van. Het is een demonstratie van afgestudeerden, die geen werk hebben”, zegt het Marokkaanse parlementslid.

MARLEEN BARTH

De Nederlandse delegatie van de Tweede Kamer die deze week Marokko bezoekt, voerde gisteren gesprekken met collega's in Rabat. Eerst met leden van de regeringspartijen, daarna met vertegenwoordigers van de oppositie. Bovenaan het lijstje van de Kamerdelegatie staat de opvang van Marokkanen uit Nederland die naar hun vaderland terug willen keren. Hebben zij kans op een goede toekomst, als zij Nederland de rug toekeren?

Remigratie is voor de Marokkaanse overheid een nieuw probleem, legt parlementariër Salmi van de regerende Nationale Democratische Partij uit. Onder de eerste generatie emigranten komt pas sinds enige jaren de wens naar boven om de tocht naar het vaderland te maken. Daar bestaat geen programma voor; geen beleid voor hun opvang. Salmi wil daarom vooral samenwerking met de Europese Unie, maakt hij duidelijk. Als zo de opvang goed van de grond komt, dan zijn Marokkanen in Nederland er wellicht van te overtuigen dat terugkeer zin heeft.

“Wat moet de tweede generatie, die in Nederland is geboren, hier in vredesnaam komen doen?”, barst woordvoerder Chkail van coalitiepartij MND los. “Zij zijn bijna Nederlanders. Ik zeg niet dat we ze niet willen hebben, want Marokko is groot genoeg, maar. . .?” De vraag blijft in de lucht hangen, maar Chkail spreekt het niet uit.

Pas later, tijdens de lunch die volgt op de officiële ontmoeting, laten Marokkaanse parlementsleden meer het achterste van hun tong zien, vertelt CDA-Kamerlid Verhagen. “Jongeren die uit Nederland hier terug komen, vormen direct een probleem, want ze zijn werkloos. Illegalen die zijn teruggestuurd, vormen direct een probleem, want ze zijn werkloos”, krijgt de Nederlandse volksvertegenwoordiger dan te horen. En de werkloosheid in Marokko is al zo enorm.

Tijdens de gesprekken is de stap gauw gemaakt van werkloosheid naar een ander groot probleem: de hasjteelt in vooral het noorden van Marokko en de export naar West-Europa. Omdat er voor de boeren in het Rif weinig andere mogelijkheden zijn om in hun bestaan te voorzien, groeit de teelt van hennep nog steeds met sprongen. De Kamerleden willen weten hoe Marokko dat bestrijdt, maar ze krijgen voor hun kiezen wat bijna elke Nederlandse politicus in het buitenland overkomt: een aanval op het Nederlandse drugsbeleid.

Professor Mansoeri van regeringspartij RNI vertelt dat het parlement in Rabat onlangs begonnen is met een onderzoek naar betrokkenheid van de overheid bij de drugshandel. Marokko is begonnen met de strijd tegen drugs, zegt hij, maar de Nederlanders moeten een ding niet vergeten: “Hennep wordt hier al sinds eeuwen verbouwd, zonder veel problemen voor de volksgezondheid. De laatste tien jaar hebben internationale drugshandelaren belangstelling gekregen voor dit product, en voor de uitvoer naar het buitenland. Marokko wordt verweten dat het drugs naar Europa stuurt. Maar de werkelijkheid is dat er in Europa vraag naar is. Nederland tolereert het gebruik van hasj en dat maakt de strijd tegen drugs er niet gemakkelijker op.”

Als rechtgeaard lid van de regeringscoalitie zwaait hij zijn oppermachtige vorst, koning Hassan II, lof toe. “Koning Hassan de tweede heeft besloten de strijd tegen drugs aan te gaan. We pakken de internationale handelaren aan. We verwachten daarom een gebaar van Europa, zodat we de gelegenheid krijgen om ons op de teelt van een ander gewas te richten.”

De oppositie verwoordt het nauwelijks anders. Ook parlementslid Tayebi, vertegenwoordiger van de Noord-Marokkaanse stad Nador, vraagt om geld en steun van Europa - ter onderstreping van de vraag om 3 miljard gulden voor economische ontwikkeling die Marokko al bij de EU heeft neergelegd. “Nederland is zeer bekend in Nador. Ieder gezin heeft wel een familielid in Nederland wonen. Voor de ontwikkeling van dit gebied heeft de regering een agentschap in het leven geroepen. Wij willen er alles aan doen om het gebied economisch op te krikken, om de drugsteelt de wind uit de zeilen te nemen. Daarbij is samenwerking met en hulp van Europa onontbeerlijk.”

“Het is een beetje een patstelling”, stelt de Nederlandse delegatieleider, PvdA-Kamerlid De Cloe, vast. “Europa wil wel wat doen, een bijdrage leveren. Er zijn in het Noorden bijvoorbeeld best mogelijkheden om de toeristenindustrie op gang te brengen. Maar het was voor ons best moeizaam om over een aantal zaken helderheid te krijgen. Er is een paar jaar geleden al 80 miljoen toegezegd voor projecten. Marokko heeft daar nooit voorstellen voor ingediend. Wij hebben niet boven water gekregen waarom dat niet”, geeft hij toe.

“De Marokkaanse parlementariërs stellen ook dat hun regering wel aan de slag wil, maar eerst moet Europa over de brug komen. Het zijn toch die twee botsende werelden, die op elkaar staan te wachten tot de ander over de streep komt.”

Over de kritiek op het Nederlandse drugsbeleid haalt de sociaal-democraat zijn schouders op: “Hun stelling is een constatering van een feit, dat we niet onder tafel kunnen vegen.” Vandaag vliegt het Nederlandse gezelschap naar Nador, om met eigen ogen te zien wat de problemen en mogelijkheden van het Noorden zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden