Dekker gaat onzekere weg op

Staatssecretaris Sander Dekker van onderwijs is een weg opgegaan, waarvan ernstig betwijfeld mag worden of die ook ergens toe leidt. Maandag werd bekend dat hij geen geld beschikbaar stelt voor een islamitische middelbare school in Amsterdam, omdat, aldus de staatssecretaris, niet duidelijk is of en hoe de school de door de wet voorgeschreven taak het burgerschap van de leerlingen te ontwikkelen zou kunnen vervullen.

Het is voor het eerst dat bekostiging van een school wordt stopgezet nog voor de school van start gegaan is. Een uitzonderlijk geval dus, maar dat geldt vrijwel voor de gehele geschiedenis van dit initiatief van de Stichting islamitisch onderwijs Amsterdam en omstreken.

Amsterdam en het ministerie doen al langer hun uiterste best om de stichting en zeker de start van de school te dwarsbomen. Huisvesting is er nog steeds niet, terwijl het initiatief aan de vereisten van de wet voldoet. De Raad van State moest er al aan te pas komen om de gemeente Amsterdam te manen de school uiterlijk per 1 augustus 2017 huisvesting te bieden.

De zorgen van Dekker komen niet uit de lucht vallen, zoveel is wel duidelijk. Een bestuurslid van de stichting, Abderazak Khoulani, toonde openlijk sympathie voor IS en zijn mede-bestuursleden namen maar aarzelend en dan ook nog halfslachtig afstand van hun collega.

Dekker maakt nu gebruik van een nieuwigheid in de voorwaarden voor financiering van scholen. Het is maar zeer de vraag of de wet hem die ruimte biedt. Wellicht hoopt hij hiermee een proces uit te lokken en daarmee een rechterlijk oordeel over het nieuwe criterium van burgerschapsvorming.

Tegelijkertijd schept de bewindsman echter vooralsnog een ongehoord precedent. Hoe is het met de burgerschapsvorming gesteld op een orthodox-protestante school waar het creationisme wordt aangehangen en de evolutietheorie bestreden? Homoseksuelen mogen daar niet trouwen en ook niet lesgeven. Uiteraard zijn dat geen staatsondermijnende opvattingen zoals het voormalige islamitische bestuurslid predikte, maar als vrijheid van onderwijs het constitutionele uitgangspunt is, dan accepteren we ook dat groeperingen daarop een beroep kunnen doen, hoe onwelgevallig standpunten wellicht ook zijn.

Het grote probleem is dat groepen wellicht - of het zo is moet eerst nog maar eens bewezen worden - democratische rechten gebruiken om ondemocratsiche doelen na te streven. Die mogelijkheid levert om het zacht uit te drukken spanningen op.

Dat is reden te meer om in de wetgeving absolute duidelijkheid te geven. Een ongewisse stap zetten in de hoop dat de rechter duidelijkheid verschaft is niet de weg die de staatssecretaris in zou moeten willen slaan. De zaak is daarvoor te principieel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden