Analyse

Déjà vu van het taboe en de doofpot

Voorzitter Rieke Samson van de commissie-Samson, overhandigt het eindrapport aan staatssecretaris Marlies van Veldhuizen en minister Ivo Opstelten. Beeld ANP

Na het rapport, eind vorig jaar, van de commissie-Deetman over seksueel misbruik binnen de rooms-katholieke kerk, ligt er sinds gisteren het niet minder schokkende rapport van de commissie-Samson over misbruik van kinderen (tot 18 jaar) die door de kinderrechter uit huis geplaatst zijn in overheidsinstellingen en pleeggezinnen.

De bevindingen van de commissie onder leiding van oud-procureur-generaal Rieke Samson bevestigen nog eens wat ook al door Wim Deetman was opgetekend: seksueel misbruik van kinderen is een breed maatschappelijk probleem, niet specifiek katholiek. Deetman schatte de kans op ongewenste seksuele benadering voor minderjarigen in een instelling, katholiek of niet, twee keer zo groot in als het landelijk gemiddelde van 9,7 procent. Op basis van de cijfers over 2010 concludeert Samson dat kinderen in jeugdzorginstellingen zelfs 2,5 keer zo vaak worden misbruikt als Nederlandse jongeren gemiddeld.

Taboe op seksueel misbruik
De overeenkomsten tussen de rapporten van Deetman en Samson zijn groot. Ook Samson onderzocht het misbruik sinds de Tweede Wereldoorlog. Gedurende een groot deel van die periode heerste een taboe op seksueel misbruik: er werd niet of nauwelijks over gesproken. Schandalen werden liever vermeden vanwege de schade die dat voor de betreffende instelling zou opleveren. Zowel overheid als bisschoppen wisten wel degelijk van het bestaan van seksueel misbruik.

Aandacht voor de kinderen als slachtoffer, specifiek van seksueel misbruik, was er niet of minimaal. De doofpot kreeg de voorkeur. Pas in de jaren tachtig werd de term seksueel misbruik gehanteerd. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig kwam de bestrijding van seksueel misbruik weliswaar op de agenda te staan, zowel van de overheid als van de bisschoppen, maar vervolgens gebeurde er te weinig. Bij de overheid kreeg de veiligheid van het kind sindsdien prioriteit, maar van handhaving door de Inspectie Jeugdzorg kwam weinig terecht. Het ministerie van volksgezondheid stond en staat nog steeds op te grote afstand van de jeugdzorg, vindt de commissie-Samson. Voor zowel de kerk als de jeugdzorg van de overheid geldt dat pas sinds twee jaar (na alle onthullingen over misbruik) sprake is van een actievere bestrijding van misbruik en meer aandacht voor de slachtoffers. De broodnodige cultuuromslag (weg met de doofpot) is volgens voorzitter Ans van de Maat van Jeugdzorg Nederland sindsdien gaande.

Geen schatting
In tegenstelling tot Deetman heeft Samson het niet aangedurfd een getalsmatige schatting te geven van de omvang van het misbruik in de jaren sinds de oorlog. Deetman schat het aantal slachtoffers van misbruik binnen de katholieke kerk op 10.000 tot 20.000. Samson waagt zich er niet aan, omdat archieven, geheel volgens de regels, grotendeels zijn vernietigd.

Zo zijn er naast de overeenkomsten ook verschillen tussen de commissies. Het belangrijkste verschil is de doelgroep. Kinderen op rooms-katholieke internaten en seminaries kwamen doorgaans uit normale, veilige gezinnen.

De kinderen in overheidsinstellingen of pleeggezinnen waren al getraumatiseerd voordat ze uit huis werden geplaatst, ze waren vaak slachtoffer van geweld of misbruik thuis. Zij raakten zo dubbel getraumatiseerd. Beide groepen kinderen hadden zich veilig moeten wanen of ze nu onder de hoede stonden van rooms-katholieke geestelijken of van jeugdhulpverleners in dienst van de overheid. De schok dat dat vertrouwen veel te vaak onterecht was, delen ze samen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden