Déjà-vu-gevoelens bij redding Cyprus, wie is de volgende?

Ijslanders protesteren tegen de slechte economische omstandigheden, 5 maart 2010.Beeld anp

De redding van Cyprus maakt déjà-vu-gevoelens los: berooide spaarders, geschonden vertrouwen, IJsland, Ierland, kleine landen met te grote banken. Je zou bijna denken dat we de volgende slachtoffers al kunnen aanwijzen: Malta? Letland? Nederland misschien?

Het begint erop te lijken dat we in deze langdurige financiële crisis in herhalingen beginnen te vallen. Wat in 2008 begon als een bankencrisis en van daaruit een landencrisis werd, werd deze week weer een bankencrisis. Een crisis waarin spaarders zich bestolen voelen en waarin 'geschonden vertrouwen' weer een sleutelbegrip is.

Vijf jaar geleden was IJsland de kop-van-Jut. De gouden bergen die Icesave aan spaarders beloofde, vielen in gruzelementen. Nu is de plaats delict Cyprus, ook een eiland, in de diametraal tegenovergestelde uithoek van Europa.

Er zijn meer overeenkomsten. Op beide eilanden is de financiële sector in de jaren vóór de crisis onstuimig gegroeid, tot ver boven wat de reële nationale economie eigenlijk kan dragen. De drie machtige banken op IJsland hadden destijds buitenlandse schulden uitstaan die vijf keer zo groot waren als het nationaal inkomen van het eiland.

Toen de kredietcrisis vanuit de Verenigde Staten oversloeg naar Europa, moest dat wel misgaan. Ook Cyprus heeft zo'n bankenwaterhoofd: de Cypriotische banktegoeden zijn met 152 miljard euro negen keer zo omvangrijk als het bruto binnenlands product.

En dan hadden we tussendoor ook de bankencrisis in Ierland nog, eveneens mede veroorzaakt door een onverantwoord grote financiële sector. Hebben we dan in vijf jaar tijd niks geleerd?

Die vraag gaat uit van vergelijkbare omstandigheden, terwijl er natuurlijk ook enorme verschillen zijn tussen IJsland 2008 en Cyprus 2013. Zwartgallig zou je kunnen concluderen dat we in een nieuwe kring zijn beland in Dante's Hel. Want de crisis draait niet in een kringetje rond - was het maar waar. In feite zijn we nog een verdiepinkje gezakt.

Het grootste verschil is dat anno 2013 niet alleen de banken blut zijn, maar ook de overheden. Vijf jaar geleden was 'too big to fail' de gevleugelde omschrijving voor grote, onmisbare banken, in eerste instantie in de Verenigde Staten. Die instituties waren zó groot en zó belangrijk voor het functioneren van het dagelijkse economische verkeer, dat een faillissement geen optie was. De overheid moest ze wel overeind houden.

Niet langer 'too big to fail'
Nu zijn die zogeheten systeembanken niet meer 'too big to fail', maar 'too big to save'. Zelfs dat overeind houden door de overheid is geen optie meer, bij gebrek aan geld. Grote banken die nu dreigen om te vallen, zijn in feite reddeloos verloren.

Of toch niet? Met een zonniger blik kunnen we constateren dat er de afgelopen vijf jaar ook de nodige maatregelen zijn genomen die dergelijke rampen moeten voorkomen. Zo is er inmiddels een permanent Europees noodfonds opgetuigd, met een capaciteit van zo'n 500 miljard euro. Daaruit komt nu ook de Europese steun aan Cyprus: 10 miljard.

Verder wilden de eurolanden gezien de omvang van de Cypriotische economie niet gaan. De rest van de noodzakelijke financiële injectie (5,8 miljard) moet maar worden opgehoest door de, soms rijke Russische, spaarders met Cypriotische banktegoeden.

Naast dat permanente noodfonds werkt Europa ook hard aan de bankenunie, verscherpt toezicht vanuit de Europese Centrale Bank (ECB) op alle grote banken in de eurozone, en mogelijk in de andere EU-landen. Die bankenunie moet straks een zware verantwoordelijkheid wegnemen bij de nationale regeringen en centrale banken, zodat het 'too big to save' niet aan de orde kan zijn.

Vooralsnog geen zorgen
Nederlandse spaarders maken zich vooralsnog geen zorgen. Er is hier althans nog geen sprake van lange rijen voor bankautomaten of het leegplunderen van spaarrekeningen. En dat terwijl Nederland wat omvang van de banksector betreft wel degelijk thuishoort in het illustere rijtje IJsland-Ierland-Cyprus, kleine landen die hun banken zo onstuimig lieten groeien.

Zo bedraagt de gezamenlijke balans van de grootste vier Nederlandse banken bijna vier keer het bruto binnenlands product. Alleen ING is al 1,5 zo groot als de Nederlandse economie. Op nationaal niveau is zo'n instelling dus niet te redden, mocht het misgaan. Hoe lang gaat dat nog goed?

Daar waar de Verenigde Staten met nieuwe regulering inmiddels paal en perk stellen aan de omvang van financiële instellingen, daar is in Nederland het fenomeen 'grootbanken' in de afgelopen crisisjaren eerder groter dan kleiner geworden. Met name de concentratie, die toch al hoog was, is verder toegenomen, zo concludeerde onderzoeks- en netwerkorganisatie Somo in november in het rapport 'Het financiële overgewicht van Nederland'.

Ga maar na: Fortis is van de markt verdwenen, de Rabobank heeft Friesland Bank overgenomen. Al met al is nu 78 procent van de hypotheekmarkt, bankbalans en het betalingsverkeer en 90 procent van alle spaargelden in bezit van vier banken. ABN Amro is weliswaar flink kleiner geworden en ING ietsje, maar de balans van de Rabobank - de enige grote bank die geen Nederlandse staatssteun nodig had - is tussen 2007 en 2011 met 28 procent gegroeid.

Toch heeft Nederland wat het inperken van de banksector betreft vooruitgang geboekt, zegt Harry Huizinga, hoogleraar internationale economie aan de Tilburg University. "Het gemiddelde in de Europese Unie voor de omvang van de banksector is ongeveer 3,5 keer de omvang van de economie. Dat is een mooie richtlijn. Nederland zit nu op ongeveer 4,5. Vijf, zes jaar geleden was dat nog 5,5. Dus zijn we op de goede weg."

Expertise
De omvang is afgenomen door de nationalisaties van onder meer ABN Amro, waardoor die banken werden gedwongen om marktaandeel op te geven. Maar ook andere banken hebben hun activiteiten 'herschikt', zegt Huizinga, die van 2000 tot 2003 adviseur was bij het directoraat-generaal economische en financiële zaken van de Europese Commissie. De hemelbestormende ambities die Nederlandse banken begin deze eeuw hadden, zijn voorbij. "Vroeger was de gedachte dat Nederland veel expertise had en heel efficiënt bankierde", zegt Huizinga. "Die gedachte is opgegeven."

Een onevenredig grote banksector wil niet automatisch zeggen dat rampen onvermijdelijk zijn. Luxemburg en Zwitserland, twee landen met al decennialang een absurd grote banksector, staan nog fier overeind en hun banken ook. Het gevaar zit hem kennelijk vooral in de kleine landen waar de financiële sector in korte tijd explosief groeit, omdat ze graag Zwitserlandje willen spélen. Maar dat kan alleen Zwitserland zelf.

Toch blijft in de beeldvorming het sentiment overheersen dat een banksector die groter is dan een nationale economie, te groot is en dus gevaar loopt. Maar daar valt wel wat op af te dingen, betogen Dirk Schoenmaker en Dewi Werkhoven van de Duisenberg School of Finance.

In een onderzoek dat in oktober vorig jaar verscheen, zetten ze vraagtekens bij de gewoonte om de omvang van de financiële sector af te zetten tegen het bruto binnenlands product (bbp) van een land. Want dat zijn eigenlijk twee totaal verschillende grootheden: het bbp geeft een jaarlijkse stroom van economische activiteiten weer, een eenmalig cijfer. Op een bankbalans prijken ook allerhande bezittingen: van kantoren en gebouwen tot stadions die lang meegaan. Het ene is een foto, het andere een film.

Schoenmaker en Werkhoven pleiten er dan ook voor om ook te kijken naar de specifieke bankbehoeften die per land enorm kunnen verschillen, en naar de aanwezigheid van multinationals in een land. Want die hebben nu eenmaal grote banken nodig. Zo is de enorme omvang van de Nederlandse en de Zwitserse financiële sector deels te verklaren door de relatief grote multinationals in die landen. En die bouwen geen luchtkastelen, die behoren wel degelijk tot de reële economie.

De Anglo Irish Bank, een van de Ierse banken die bijna omviel.Beeld anp

Malta: geen probleem
Wordt Malta het nieuwe Cyprus? Beide Middellandse Zee-eilanden schakelden op 1 januari 2008 over op de euro. Malta is qua oppervlakte een stuk kleiner dan Cyprus, en de economie van Malta, de kleinste van de eurozone, ongeveer half zo groot als die van Cyprus. Maar de omvang van de financiële sector is naar verhouding vergelijkbaar: de Maltese banksector is grofweg acht keer zo groot als het nationale inkomen.

Toch ziet het er niet naar uit dat Malta de hand moet ophouden bij Brussel, zoals Cyprus dat heeft moeten doen om de banken te redden. De Maltese economie doet het uitstekend en is nauwelijks besmet geraakt door de eurocrisis.

Dat komt doordat de uitstaande schulden vooral binnenlands zijn. De Maltese banken hebben nauwelijks 'besmet' schuldpapier in kas, zoals obligaties van wankele Zuid-Europese landen. De problemen van Cyprus daarentegen hingen nauw samen met die van Griekenland.

Letland: Sterke economie met een minpuntje
Met de tumultueuze redding van de Cypriotische banksector in volle gang, kijken sommige Europeanen met angst en beven naar de datum van 1 januari aanstaande. Want dan hoopt Letland (EU-lid sinds 2004) de eigen munteenheid de lats af te schaffen en als achttiende land toe te treden tot de eurozone. Terwijl die het toch al moeilijk genoeg heeft om met z'n zeventienen overeind te blijven.

Kan Europa het zich permitteren om er een nieuw euroland bij te krijgen? Of wordt daarmee een paard van Troje binnengehaald, een potentieel nieuw Cyprus? Want ook de Letse banken zitten boordevol Russisch geld.

Toch zal de Europese Commissie stevig in haar schoenen moeten staan om de Letse aanvraag af te wijzen. Want de economie van dat land staat er goed voor: ze voldoet aan alle criteria uit het Verdrag van Maastricht. Na stevige bezuinigingen ligt het begrotingstekort met 1,4 procent ver onder het Europese maximum van 3 procent. Ook de staatsschuld (40 procent van het nationaal inkomen) ligt ruim onder de 60-procentsgrens. En de economie groeit er stevig.

De omvang van de Letse banksector is ook netjes te noemen: 1,4 keer het bruto nationaal product, tegen een EU-gemiddelde van 3,7. Voornaamste minpuntje is dat de helft van de banktegoeden in Letland aan buitenlanders toebehoort, vooral Russen, tegen 'slechts' 37 procent voor de tegoeden op Cyprus. Die buitenlandse (spaar)tegoeden zijn, zeker in deze barre tijden, een stuk mobieler dan binnenlandse, waarmee de basis onder een banksysteem een stuk wankeler wordt.

Ierland: langzaam opkrabbelen
De economie van Ierland groeit spectaculair. Het land krijgt de titel Keltische Tijger, zoals eerder een aantal snelgroeiende Aziatische landen 'tijger' werd genoemd. Vooral de Ierse onroerendgoedmarkt groeit explosief. Banken groeien mee.

In 2007 spat de vastgoedzeepbel uiteen, een complete bankencrisis is het gevolg. Trots probeert de Ierse regering de noodlijdende banken zelf te redden. Ze wijst steun van andere landen af. Maar als de rentelast ondraaglijk wordt, moet Ierland door de knieën.

Het begrotingstekort is in 2010 opgelopen tot ruim 30 procent van het bruto binnenlands product, ver boven de Europese norm van 3 procent. Ierland doet als eerste land een beroep op de Europese noodfondsen. Hiermee is een bedrag gemoeid van ongeveer 85 miljard euro. Langzaam krabbelt het land inmiddels overeind. Nog steeds is de Ierse bankensector acht keer groter dan de nationale economie.

IJsland: ellende voorbij
Veel Nederlanders zetten in 2008 hun geld op de IJslandse internetbank Icesave. De bank biedt lekker hoge rentepercentages. Tot op 6 oktober 2008 het doek valt. De drie IJslandse banken, die in 2001 zijn geprivatiseerd en in handen zijn gekomen van zakenlieden die met aangetrokken spaargelden overal bedrijven opkopen, staan op omvallen. Dat geldt ook voor Landsbanki, de moeder van Icesave. Binnen een week worden de drie banken genationaliseerd. De hoeveelheid spaargeld die bij die banken is ondergebracht, blijkt elf keer groter dan het bbp van IJsland. Het internationale avontuur van Glitnirbank, Kaupthing Bank en Landsbanki is voorbij.

IJsland vecht tegen een bankroet. De IJslandse regering weet de vrije val van haar munt te stuiten, betaalt de schulden deels af en krijgt de economie weer aan de praat. De IJslandse bevolking heeft wel financieel flink moeten bloeden voor het onverantwoordelijke stuntgedrag van de IJslandse bankiers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden