'Degenen die over zijn, zijn de blijvertjes'

Vrienden zijn een apart soort familie. Wat vertellen wij over vriendschappen, en wat zegt dat over ons? Vandaag de schrijvers Judith Koelemeijer en Alex Verburg. Eerst vielen ze voor elkaars werk, daarna voor de persoon.

Alex heeft mij een keer gevraagd een manuscript van hem te beoordelen", zegt schrijfster Judith Koelemeijer (45). "Dat vond ik spannend, want zo'n verzoek kan een bom onder een vriendschap leggen."

"En Judith was genadeloos", lacht haar vriend en schrijver Alex Verburg (58). "Ik kon mijn eigen tekst bijna niet meer terugvinden door al haar gestreep."

Judith: "Ik vond het moedig van jou, en een blijk van vertrouwen. Ik had besloten: oké, dan zeg ik ook eerlijk wat ik niet goed vind, anders is de vriendschap niets waard. Maar ik vond het eng, want ik weet hoe kwetsbaar je bent als schrijver. Als een ander de verkeerde opmerkingen maakt of niet het juiste begrip toont, kan dat schadelijk zijn."

Alex: "Ik heb gezien hoeveel werk ze erin heeft gestoken en daarom zou ik beschroomd zijn haar dit nog eens te vragen, maar zeker níet omdat ze mijn vertrouwen heeft geschaad."

Judith: "Ik was bang dat je van slag zou zijn of mij heel naar zou vinden. Maar je kon mijn commentaar goed horen. Eigenlijk precies zoals het moet: je hebt overgenomen wat je terecht vond, en je was verder eigenwijs genoeg om vast te houden aan je eigen versie."

Judith Koelemeijer en Alex Verburg praten graag, gretig en gedreven over het schrijverschap. Zo begon hun vriendschap tien jaar geleden ook: bij hun boeken. Ze maakten eerst kennis met elkaars werk, toen pas met de persoon. Hij las haar familiekroniek 'Het zwijgen van Maria Zachea', het boek waarmee ze in 2001 debuteerde en dat een bestseller werd met ruim 300.000 verkochte exemplaren. Alex: "Haar boek riep veel bij mij op. Ik kom zelf uit een grote familie, ik was de jongste zoon in een gezin van negen. Het kinderrijke gezin van haar vader dat Judith beschrijft, de onderlinge grapjes, het elkaar vliegen afvangen - die sfeer was goed getroffen. Razend knap."

Hij stuurde haar een briefje, plus zijn eigen debuutroman 'Het huis van mijn vader'. Judith weet nog de eerste zin en draagt die voor, bij hem thuis aan de fraaie, negentiende-eeuwse tafel: "Ze noemen mij een zondagskind." Ze kijkt Alex aan en zegt: "Het trof me direct. Ik was net bevallen van mijn zoontje en las jouw boek wanneer ik hem de borst gaf. Ik vond het herkenbaar omdat ik zelf net over zo'n groot gezin had geschreven, maar ik viel vooral voor jouw toon. Licht melancholisch, zonder sentimenteel te worden. Ik dacht: iemand die zo schrijft, moet zelf ook bijzonder zijn."

Hij zit er een beetje verlegen bij en zegt: "Dat streelt me natuurlijk. Die melancholie heb ik er niet in gelegd om effect te sorteren, die zit gewoon in mij. Dat Judith die zo goed aanvoelt, zegt iets over haar, en over onze vriendschap. Mijn debuut heeft bij lange na niet zoveel gedaan als dat van Judith, hoor: vijf drukken. Maar ik was er hartstikke blij mee."

Judith: "Van mijn boek werd belachelijk veel verkocht, terwijl Alex óók een prachtig boek had geschreven. Ik was wel eens bang dat dat spanning zou opleveren tussen ons. Maar jaloezie kent hij niet. Vlak nadat 'Anna Boom', mijn tweede boek, uitkwam, kreeg ik een zware longontsteking. Alex was toen de eerste die mailde: Kijk! Je mag dan in het ziekenhuis liggen, je staat wél op nummer 5 in de Bestseller-60."

Nadat ze hun boeken en vele e-mails hadden uitgewisseld, ontmoetten ze elkaar voor het eerst in levenden lijve op het Boekenbal.¿ Precies tien jaar geleden. "Da's wel de slechtste plek om elkaar te leren kennen", grijnst Judith. "Het Boekenbal is niet bedoeld voor vriendschap, daar moet je door de gangen paraderen, en als je met iemand praat gebeurt er dit..." Ze staat op en kijkt demonstratief over Alex' schouder of er misschien een nóg interessantere schrijver in de buurt is om mee te netwerken. "Maar wij hadden het gezellig, we hadden heel wat bier gedronken en dat vond ik ook meteen: fijn dat Alex drínkt." Hij schiet in de lach: "Niet als een tempelier, toch?" Judith: ,,Nee, maar ik vind het fijn om met een vriend of vriendin te kunnen drinken. Ik heb dat van huis uit meegekregen: in goed gezelschap wordt er een fles opengetrokken. Ik voelde me ook meteen op mijn gemak; ons contact was direct vanzelfsprekend. Hoe was dat voor jou?"

Alex: "Ik had het gevoel dat ik jou al jaren kende. Een enorme vertrouwdheid. Naarmate ik ouder word, keer ik meer en meer naar binnen. De schrijverij brengt dat ook met zich mee: er gebeurt al van alles in dat hoofd, er kan soms amper nog wat bij. Ik laat ook bijna geen nieuwe vrienden toe; daardoor was ik haast verbaasd dat jij ineens mijn leven binnenwandelde."

Zij is tenger, adrem en beweeglijk. Hij groot, bedachtzaam en een ware gentleman. Hij spreekt een zo beschaafd Nederlands dat Adriaan van Dis er niet aan kan tippen. Samen met zijn partner bewoont hij een schitterend huis op het platteland, dat bijkans als een museum is ingericht. "Alex gedijt bij schoonheid; mijn huis is het tegendeel", zegt Judith wat verontschuldigend. "Daar is het echt een rommeltje - helaas."

Alex is haar eerste vriend die geen 'ex' is. "Als ik vroeger een man leuk vond, kreeg ik ook vaak iets met hem, en bleef daarna soms bevriend. Ik ben nu alweer vijftien jaar samen met Vuk, maar ik had ook verliefd kunnen worden op jou, Alex, toen ik twintig of 25 jaar jonger was. Ik had jou heel mooi gevonden, zo lang, en met zo'n mooie bos haar..."

Alex: "Ik zit verdorie op mijn nagels te bijten, merk ik. Het is vleiend om te horen, maar ik voel me er ook wat verlegen mee. Andersom kan ik mij voorstellen dat ik ook voor jou was gevallen. Ik leef al twintig jaar in opperste harmonie met Eddie, maar het had ook een vrouw als jij kunnen zijn. Als wij in een restaurant zitten, denken mensen waarschijnlijk ook dat wij bij elkaar horen."

Welk woord kan hij hieraan geven? "Zielsverwantschap? Thuiskomen? Of, als er zoiets als een vorig leven bestaat, kennen we elkaar misschien daar al van." Judith, schertsend: "Daar geloof ik niet in, daar gaat hij mij nog een keer van overtuigen." Alex kaatst terug: "Je komt er nog wel achter, dame."

In de restaurants en cafés waar ze lange avonden doorbrengen, worden ze er altijd uitgezet bij sluitingstijd. Omdat ze niet uitgepraat raken, en achteraf nog e-mails moeten sturen over alle onderwerpen die ze zijn vergeten. Tussen hen stroomt het, zegt Judith. "Je ontmoet soms mensen in het leven die je vrijer doen voelen. Bij wie je meer jezelf kunt zijn dan bij anderen." Alex: "Ja, dat is volgens mij een kern van vriendschap: dat je bij elkaar tot je recht komt. Ik hoef bij jou niets te bewijzen, ik word gezien en gewaardeerd om wie ik ben."

Er spelen vaak kwesties, soms worstelingen, in zijn leven waar hij graag Judiths mening over wil horen, omdat die 'altijd onderbouwd' is en 'nooit goedkoop of gemakzuchtig'. Zo trad hij de afgelopen jaren honderdvijftig keer op met Liesbeth List in een door hem geschreven theaterprogramma. "Op die tournees kwam altijd een man mee voor de cd-verkoop. Hij bejegende mij ronduit vijandig; misschien uit jaloezie. Liesbeth en ik ontvingen steevast complimenten, dat we zo'n eenheid vormden, en dat moest die man altijd aanhoren terwijl wij zaten te signeren. Hij werd steeds onhebbelijker; siste, vlak voordat ik het toneel op moest, verwensingen naar me als 'klootzak' of 'hoer'. Een enorme troost om dan iemand als Judith om je heen te weten."

Judith: "Ik ken weinig mensen die zo'n grote innerlijke beschaving hebben als Alex. Hij zal je nooit een streek leveren; je kunt zo bij hem onderduiken. Ik vind het heel erg als hij zo schofterig wordt bejegend. Een echt advies kun je dan niet geven; hooguit begrip tonen en hem steunen: Jij zit goed, laat het alsjeblieft langs je heengaan, die man weet niet beter."

Alex: "Vriendschap helpt mij om me teweer te stellen tegen dit soort hufterigheid. Ik vind dat de wereld er bepaald grimmiger op wordt; bij vrienden kan ik daarvoor schuilen. Eenzelfde gevoel heb ik soms in het Concertgebouw: buiten is Wilders en een hoop onderbuik, maar binnen zit een volle zaal te genieten van schoonheid. Dat vind ik troostrijk. Ook vriendschap troost mij. Niet dat ik mijn vrienden nodig heb om bij uit te huilen, maar om te ervaren dat er tegenkrachten zijn."

Judith knikt: "Daardoor voel je je gesterkt in wie je bent, in hoe jij de dingen aanpakt. Hoe ouder je wordt, hoe scherper dat soms contrasteert met de buitenwereld." Lacht: "Met het Boekenbal bijvoorbeeld. Dat soort buitenkant interesseert ons allebei niet, en ook daarin hebben wij elkaar gevonden. Schrijven is voor ons allebei een diepe innerlijke noodzaak."

Zij noemt als voordeel van hun nog 'jonge' vriendschap die op latere leeftijd begon, dat ze beiden hun bestemming al hadden gevonden. "We zijn schrijvers, over die worsteling en de lange weg daarnaartoe hoeven we het niet meer te hebben", zegt Judith. "Ik denk ook dat ik nu een betere vriendin kan zijn dan vroeger. Als je jong bent, ben je vaak op zoek naar bevestiging. Dan zoek je eigenlijk vooral jezélf in vriendschappen. Je voert veelal gesprekken die twee monologen zijn. De een vertelt over haar fantastische verovering; de ander moet dan meteen over háár verovering vertellen. Terwijl ik nu - ouder, steviger - meer open kan staan voor wie de ander echt is. Daardoor kunnen vriendschappen zich verdiepen. Ik ben zelf ook meer bereid om in mijn ziel te laten kijken, en merk dat ik steeds minder een pose aanneem. Gaandeweg zijn de vrienden afgevallen met wie je niet kon meegroeien. Degenen die nu over zijn, zijn de blijvertjes."

Alex beaamt dat. "Vroeger zocht ik via vriendschappen vooral naar mijn identiteit. Mijn vrienden waren vaak mijn voorbeelden; ik bewonderde hen om kwaliteiten die ik zelf niet bezat. Die afhankelijkheid heb ik afgelegd. Ik doe het werk dat ik het liefste doe, woon op de plaats waar ik het liefste woon, met de partner met wie ik het liefste ben. Toen Judith en ik elkaar ontmoetten, was ik als persoon uitgekristalliseerd. Je bent niet meer behoeftig, je deelt juist in elkaars overvloed en inspireert elkaar waar je kunt. Dat zijn mijn vriendschappen van nu, en die maken mijns inziens de beste kans."

Volgende week:

Jan Brokken en Henk Sliedrecht

Alex Verburg
Geboren: 13 december 1953 in Den Haag

Opleiding: Christelijk Lyceum in Hilversum en een blauwe maandag School voor de Journalistiek in Utrecht.

Loopbaan: Verburg begint in 1973 als verslaggever bij de Texelse Courant. In de jaren tachtig maakt hij naam als interviewer bij grote publiekstijdschriften. Met 'Het huis van mijn vader' debuteert hij in 2002 als romanschrijver. Twee jaar later volgt 'En najagen van wind', in 2009 'Dwalingen'.

Verburg schrijft ook de memoires van Liesbeth List en in 2006 'De verzoening', het levensverhaal van Hank Heijn, weduwe van de in 1987 vermoorde Gerrit Jan Heijn. Momenteel werkt hij aan een boek over het leven van Pater van Kilsdonk.

Judith Koelemeijer
Geboren: 8 april 1967 in Zaandam

Opleiding: Tussen 1979 en 1985 zat Koelemeijer op het atheneum van het St. Michaël College Zaandam. Daarna reisde ze een aantal jaren en werkte ze in de horeca. Van 1988 tot 1993 deed ze Culturele Studies aan de Universiteit van Amsterdam, gevolgd door de postdoctorale opleiding journalistiek aan de Erasmus Universiteit.

Loopbaan: Koelemeijer kreeg in 1995 een baan bij de Volkskrant. In 2000 nam ze ontslag om te werken aan haar boek 'Het zwijgen van Maria Zachea' (2001), dat onder meer werd bekroond met de NS Publieksprijs.

In 2008 publiceerde ze 'Anna Boom', eveneens een bestseller. Volgend voorjaar verschijnt haar derde boek: een autobiografische roman over jeugd, vriendschap en verlies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden