Defensie kan straks niet meer alles

Een Nederlandse ISAF-eenheid op patrouille in de buurt van Tarin Kowt in Uruzgan. Foto: anp

De Nederlandse krijgsmacht staat aan de vooravond van ongekend zware bezuinigingen. De missies van de afgelopen jaren geven de richting aan.

Duikers van de marine zoeken in een recreatieplas in Best naar een vermiste man, de Explosievenopruimingsdienst maakt in Bakel twee vliegtuigbommen uit de Tweede Wereldoorlog onschadelijk en reddingshelikopters van Defensie brengen patiënten van de Waddeneilanden naar het vasteland. Met het 'Weekoverzicht Defensie-operaties' wil Defensie laten zien wat militairen binnen de landsgrenzen allemaal doen. De missies in Afghanistan en Libië trekken de meeste aandacht, maar binnen Nederland blaast Defensie ook zijn partijtje mee, is de boodschap.

Het is de vraag of het weekoverzicht er over een jaar nog hetzelfde uitziet. Minister Hans Hillen van defensie moet ruim een miljard euro bezuinigen op een begroting van 8,5 miljard. De langverwachte en verschillende keren uitgestelde brief met bezuinigingsvoorstellen komt naar verwachting morgen in de ministerraad ter sprake.

Een miljard bezuinigen, dat is alleen mogelijk door fors in te grijpen. De krijgsmacht kan niet meer het Zwitserse zakmes zijn dat in alle situaties uitkomst biedt. In het regeerakkoord staat nog dat Nederland een 'veelzijdig inzetbare' krijgsmacht moet houden, maar Hillen heeft zelf al aangegeven dat deze ambitie 'niet aan de pijnbank kan ontkomen'.

Of de CDA-minister werkelijk 'fundamentele keuzes' maakt, zal moeten blijken. Het recente verleden laat zien dat de krijgsmacht sinds de val van de Muur in 1989 wel is ingekrompen (van 130.000 militairen en burgers naar 69.000 werknemers nu), maar dat de organisatie in grote lijnen niet is veranderd. 'De krijgsmacht heeft nog steeds de structuur van de Koude Oorlog. Na twintig jaar zijn we nu op een niveau waarop je structurele keuzes moet maken', zegt militair analist Christ Klep.

Minister Hillen gaat uit van een verlies van tienduizend arbeidsplaatsen. Vrij algemeen is de verwachting dat Nederland daardoor nog maar aan twee missies tegelijk kan deelnemen. Onder minister Ter Beek (1993) lag het aantal missies nog op vier; onder minister Kamp (2003) op drie. Analist Klep betwijfelt echter of Defensie afscheid zal nemen van het concept dat de krijgsmacht van alle markten thuis moet zijn. 'Dan moet je een mentale barrière over. Militairen vrezen dat ze niet meer serieus worden genomen als ze niet meer alles kunnen leveren.'

Peter Volten, emeritus hoogleraar internationale betrekkingen, kan met smaak vertellen over de storm van kritiek die hij oogstte met zijn pleidooi voor het afstoten van het Patriot-raketsysteem. Dat had na de val van de Muur zijn functie (verdediging tegen raketaanvallen op strategische doelen) verloren, stelde Volten onbekommerd vast, dus het kon wel aan vroegere Oostbloklanden worden verhuurd. 'Dat heb ik geweten! De wereld was te klein, want 'je weet maar nooit'. Die raketten hebben we nog.'

Nederland heeft de afgelopen decennia wel wapens afgestoten, zoals het MLRS-lanceerysteem voor tactische raketten en de maritieme Orion-patrouillevliegtuigen. Maar dat ging nog volgens de kaasschaaf-methode; niet vanwege een principiële keus voor een anders georganiseerde krijgsmacht. Volten: 'De krijgsmacht is zo versnipperd geraakt dat ze van alles wat kunnen, maar niets echt goed.'

Voor specialisatie bestaat politiek noch militair draagvlak. Op de tekentafel valt prima te bedenken dat Nederland zich bijvoorbeeld in EU- en Navo-verband toelegt op waar het vanouds goed in is: het met marineschepen vrijhouden van de handelsroutes over zee. In de praktijk is dat een utopie. Elk land dat in de wereld wil meetellen, houdt vast aan zijn eigen leger, luchtmacht en marine. Een Nederlandse militaire missie gaat sinds de massamoord in Srebrenica de deur niet meer uit zonder eigen luchtsteun.

Een recente studie laat zien dat in Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en België zelfs sprake is van 'renationalisering': de landen laten zich bij hun militaire keuzes nauwelijks iets gelegen liggen aan Europese belangen, maar kiezen puur voor het nationale belang. Het beruchte gebrek aan standaardisatie bestaat nog volop. In Europa vliegen twintig verschillende types gevechtsvliegtuigen rond en zijn maar liefst 21 marinewerven actief. Hoogleraar Volten kan er niet bij. 'Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat mensen niet rationeel denken en de koppen bij elkaar steken? Zo loopt het volledig vast.'

Defensie is verantwoordelijk voor het verdedigen van het koninkrijk en Navo-landen, handhaving van de internationale rechtsorde en bijstand bij binnenlandse calamiteiten zoals overstromingen, dierziekten en gijzelingen. Voor die bijstand houdt Defensie 4600 militairen paraat. Daarop is volgens Christ Klep wel winst te behalen. Voor binnenlandse bijstand zijn andere oplossingen te bedenken, zodat de militairen inzetbaar zijn voor de landsverdediging en internationale missies.

De landmacht zou niet meer uit grote brigades moeten bestaan, maar uit vier tot vijf 'battle groups' van elk 1000 tot 1500 militairen die zich met jeeps en pantservoertuigen verplaatsen. Tijdens de missies in Irak en Afghanistan zijn goede ervaringen opgedaan met een battle group, die bestaat uit onder meer infanterie, artillerie en genie. Het vormen van kleinere eenheden die zelfstandig kunnen optreden, sluit volgens Klep ook beter aan op de realiteit bij Defensie. ' Het lukt nu al niet meer om met duizend man te oefenen. Twintig tot dertig procent van de eenheden is niet gevuld. Dat hou je niet vol.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden