Defensie: Geen hard bewijs voor verband tussen burnpits en ziekte militairen

Een burnpit op een militaire basis tijdens een buitenlandse missie. Beeld burnpit.nl

Het ministerie van defensie heeft nog geen hard bewijs kunnen vinden dat er een relatie bestaat tussen gezondheidsklachten en rook van burnpits. Dat heeft minister Ank Bijleveld gemeld aan de Tweede Kamer.

Bij het meldpunt van Defensie voor burnpits dat begin februari werd geopend, hebben zich nu 278 mensen gemeld. Bijna 30 procent van hen zegt gezondheidsklachten te hebben gekregen, anderen maken zich zorgen dat zij die zullen krijgen. Het totaal aantal meldingen komt overeen met 0,3 procent van het totaal aantal uitgezonden militairen.

Burnpits zijn kuilen in de open lucht waar tijdens buitenlandse missies allerlei afval werd verbrand, van medisch materiaal tot autobanden en plastics. Dat gebeurde vooral op bases in Afghanistan, Irak en voormalig Joegoslavië. In de rook en de dampen uit de brandende afvalhopen zaten vermoedelijk giftige stoffen.

Minister Bijleveld schreef donderdag aan de Tweede Kamer dat extra onderzoek nodig is. Het ministerie heeft de afgelopen tijd 46 publicaties en rapporten over burnpits laten bestuderen, waaronder een aantal buitenlandse onderzoeken. Daaruit concludeert het dat er ‘geen eenduidig beeld’ bestaat dat er een verband is tussen de rook van burnpits en gezondheidsklachten. Wel wordt in een aantal onderzoeken een verhoogd risico op luchtwegklachten gevonden, maar dat lijkt volgens Defensie eerder verband te houden met luchtvervuiling en fijnstof tijdens missies.

Zorgvuldig

De minister heeft een extern onderzoeksinstituut ingeschakeld dat nu aanvullend onderzoek gaat doen en de geanalyseerde literatuur op wetenschappelijke waarde zal beoordelen. Dit kan mogelijk langere tijd gaan duren, aldus Defensie, omdat het onderzoek heel zorgvuldig moet gebeuren.

Verder gaat het ministerie de gezondheid van haar werknemers structureel in de gaten houden om zo meer te weten te komen over mogelijke effecten van missies op de gezondheid. Militairen en oud-militairen met klachten kunnen een individueel begeleidingstraject aanvragen bij Bedrijfsmaatschappelijk Werk Defensie (BMW). Het overgrote deel van de melders (69 procent) werkt nog bij Defensie.

Een aantal militairen klaagde tijdens hun missies destijds al over de stank en dikke rookwolken uit de afvalkuilen, maar daar gebeurde niets mee tot eind vorig jaar advocaat Ferre van de Nadort de kwestie in de publiciteit bracht. Hij richtte een meldpunt op, waar al snel meer dan 600 meldingen binnenkwamen van militairen met soms ernstige klachten of zorgen over hun gezondheid.

Draai

Op zijn website laat Van de Nadort weten verheugd te zijn dat Defensie nu een onderzoek instelt, nadat minister Bijleveld eerder ontkende dat er problemen waren door burnpits. Volgens de raadsman heeft Bijleveld ‘een draai gemaakt in dit dossier’ en is zij nu ‘doordrongen van de ernst van de situatie’.

Amerikaans onderzoek heeft al wel aangetoond dat de gerapporteerde longproblemen verband houden met de blootstelling aan stoffen, stelt Van de Nadort. Daarom worden in de VS militairen al wel gecompenseerd voor gezondheidsschade waar de minister nu onderzoek naar laat doen, aldus de advocaat.

Lees ook:

Ruim tweehonderd meldingen bij defensiemeldpunt burnpits

Bij het officiële meldpunt burnpits van het ministerie van defensie meldden zich in een maand tijd 220 militairen en veteranen met gezondheidsklachten.

‘Van topfit naar gebroken door burnpits van Defensie’

Een korporaal diende in 2006 op de militaire vliegbasis in Kandahar, Afghanistan, waar zij ook regelmatig moest werken in de rook en de stank van de burnpits. ‘Ik ben veranderd van een topfitte militair in iemand met een heel zwakke gezondheid.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden