Deense tenor Stig Andersen helpt Nederlandse Opera uit Siegfried-sores

AMSTERDAM - Een ovationeel applaus kreeg de Deense tenor Stig Andersen woensdagavond in het Muziektheater meteen na de eerste akte van 'Siegfried'. De bewondering voor het feit dat hij zich slechts in twee dagen inwerkte in de regie van Pierre Audi en de muzikale leiding van Hartmut Haenchen, nam in de volgende bedrijven alleen maar toe. Want Andersen acteerde Siegfried met verve.

Alleen aan zijn spiedende blikken was te merken dat hij gespannen lette op de slag van de dirigent. Die moest Andersen volgen op de tv-schermen die aan het eerste balkon hangen en in de vloer van het decor zijn verwerkt. In de experimentele opzet staat de dirigent achter het speelvlak. Maar de samenwerking verliep naadloos.

Dat De Nederlandse Opera erin slaagde om een voortreffelijke vervanger te vinden voor Heinz Kruse, is een klein wonder. Kruse kwam afgelopen zaterdag aan het einde van het tweede bedrijf van de vierde voorstelling ten val.

Het derde bedrijf, waarin de grote liefdesontmoeting met Brünnhilde plaatsvindt, kon niet worden gespeeld. Niet alleen tot teleurstelling van het publiek, maar ook van sopraan Jeannine Altmeyer; zij zou die avond voor de laatste keer Brünnhilde zingen, want in de navolgende vier voorstellingen stond de sopraan Nadine Secunde al gepland.

De voorstelling van woensdagavond kreeg met een nieuwe Siegfried en een nieuwe Brünnhilde het karakter van een première. Het publiek werd voor het begin in spanning gehouden doordat de voorstelling een half uur later begon; tevens werd het verzoek gedaan bij de pauzes snel de zaal te verlaten om Stig Andersen de gelegenheid te geven het komende deel snel nog even door te lopen.

De Nederlandse Opera had geluk met hem. Andersen zong eind mei, begin juni in Helsinki dezelfde partij als onderdeel van de eerste Ring-productie van de Nationale Opera van Finland, een traditioneler opgezette regie van Götz Friedrich. Andersen was daarna vrij, omdat hij thuis in Kopenhagen op de kinderen past, aangezien zijn vrouw, de sopraan Tina Kiberg, de rol van Sieglinde (uit 'Die Walküre') voorbereidt voor de Festspiele in Bayreuth. Andersen, die in 1978 debuteerde met een Mozart-rol, en zijn vrouw zijn veelgevraagde Wagner-zangers. Hij maakte in 1993 zijn debuut als Siegmund in 'Die Walküre', in 1994 deed hij zijn eerste Siegfried. Hij is door Haitink gevraagd voor een concertante 'Siegfried' in Londen, komend najaar.

Andersen, een stuk groter en robuuster dan Kruse en meer de jonge held uitstralend, beschikt niet over de geprononceerde, helle stem waarmee Kruse op mij veel indruk maakte. Andersens tenor klinkt iets minder fel, maar voller. Hij gebruikte hem genuanceerder en zong sterk vanuit de tekst. Vooral de scène waarin hij onder de linde (tweede bedrijf) mijmerde over zijn vader en moeder en de scène met Brünnhilde vulde hij met vloeiende intensiteit. Ook door zijn soepele bewegen en zijn fraai uitgespeelde verwondering rond de slapende Brünnhilde ontroerde hij meer dan Kruse.

Met Nadine Secunde, die in 'Die Walküre' al veel indruk maakte als Sieglinde, heeft De Nederlandse Opera in ieder geval voor de hele cyclus van volgende zomer een bedrijfszekere Brünnhilde achter de hand indien Jeannine Altmeyer niet meer goed opgewassen is tegen de eisen van de rol, zoals enigszins merkbaar was bij de première.

Secunde is zowel fysiek als qua klank net iets steviger dan Altmeyer; zij wist het ontwaken met royale stemmiddelen uit te drukken en bracht gloed aan in haar discours met Siegfried die navenant reageerde, waardoor hun spel van aantrekken en afstoten een geweldige spanning kreeg. Die werd bovendien prachtig onderbouwd door het schitterend spelende Rotterdams Philharmonisch Orkest; toverachtig was de strijkersklank rond Brünnhilde. Overigens: vanaf de eerste, in het donker gespeelde diepe tonen in de orkestrale inleiding van 'Siegfried' zat het RPhO goed in de expressie en reageerde - nog overtuigender dan op de première - superieur op de vooral in de derde akte gedreven directie van Haenchen.

De hele voorstelling was evenwel doortrokken van spanning (logisch met de Siegfried-sores in het achterhoofd), maar ook van een gezonde zindering. Het was groots zoals John Bröcheler de rol van Wanderer/Wotan vocaal en in spel vulde met gezag en met gedachten van deemoedige inkeer (het breken van de speer bijvoorbeeld).

Gezien en beleefd vanuit een plaats in parterre, vloeide het toneelbeeld met het orkest links en het aansluitende decor daar rondom, nog meer samen. De perspectivische diepte en de fascinerende belichting had ik niet zo ervaren bij de première gezien vanaf het tweede balcon; het concept van Haenchen en Audi straalt een ongelooflijke kwaliteit uit.

Stig Andersen zal ook de voorstelling en op 21 en 25 juni zingen; hij vliegt heen en weer tussen Kopenhagen (kinderoppas) en Amsterdam (Siegfried-inval). Indien volgende week het gips rond de arm van Heinz Kruse (niet zijn arm, maar zijn elleboog lag uit de kom) kan worden vervangen door strak verband, zal hij de laatste voorstelling (29 juni) zingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden