Decors

In een uiteenzetting in Trouw van 17 augustus vertelt J.A.A. van Doorn iets over beschaving en de teloorgang van dit grote goed. Van Doorn bevindt zich reeds zo lang op het toneel des levens dat de decorwisselingen wat hem betreft nu wel mogen ophouden. Dit is een even begrijpelijke als onvervulbare wens. Het leven gaat door. Al schiet het niet op. Wat mij betreft was de Opel Kapitein, of Kapitün, uit 1958 het uiterste wat bereikbaar is op het gebied van automodellen, als we de Stutz van Elvis hier even buiten mogen laten (cause it's not a car, it's a Stutz, zei Elvis). Maar de auto-industrie dacht daar anders over, al kwam Chrysler ondanks met een 'retro-car' waarin een terugblik op de jaren vijftig onnavolgbaar verwerkt is tot een eigentijdse ouwerwetse auto.

Van Doorn heeft al eens eerder in een column zijn ongemak geuit over het feit dat alles maar blijft verschuiven, en waarschijnlijk niet de juiste kant op. Zo schreef hij een tijdje geleden in Trouw over zo'n decorwisseling: het verdwijnen van godsdienst uit de maatschappij. Het ging hem om ,,het signaleren van een waarschijnlijk nooit eerder vertoond fenomeen: het bestaan van een redelijk humane en geordende samenleving die berust op overwegend pragmatische en veranderlijke gedrags- en omgangsregels. Een samenleving van ongelovigen waarin alle geloof in de traditionele zin overbodig is verklaard, of zelfs onwenselijk wordt geacht.''

Hoewel hij het niet zegt, voel je in zijn stuk een ondertoon van bezorgdheid: als dat maar goed gaat. Mijn vader had dat ook met het geloof in een leven na de dood. Hij kon zich niet voorstellen dat het leven nog ergens op rustte als dat fundament er niet was. Volgens hem was het hek van de dam als je dat idee opgaf. Hij bracht dan zijn aandoenlijkste ad hominem in stelling: ,,Wou jij het beter weten dan al die geleerde kardinalen van de Romeinse curie?''

Het verrassende in Van Doorns voorstelling van zaken is dat idee van 'rusten op' en vooral de aanname dat er gerust werd op iets stabiels, iets blijvends, dat bovendien de moeite waard is, of was. Zijn we Marx nou echt helemaal vergeten?

Het bleek overigens niet stabiel of blijvend, omdat volgens van Doorn, de maatschappij nu 'berust op' iets wat hij afkeurend kenschetst als een primitieve moraal: ,,Men gaat zijn eigen belang na zolang anderen daaraan niet worden opgeofferd.''

Het probleem van vele Europese intellectuelen is dat ze geen idee hebben hoe prachtig het is wat wij in de wacht hebben gesleept op het gebied van maaltijden, lichamelijke verzorging, dak boven je hoofd, persoonlijke veiligheid en avondvulling naar keuze. Zij hebben geen idee hoe armoedig in alle opzichten, het leven buiten Europa vaak is.

Mijn grote angst is, ik word ook een dagje ouder, dat we verspelen wat we hebben, omdat we het unieke ervan niet zien. In dat opzicht zou je Van Doorn lichtzinnigheid kunnen verwijten, een gebrek aan besef van de aard van de zegeningen te midden waarvan wij hier leven.

Natuurlijk wachten ons geen rampen als we wegstappen van onder een gedroomde paraplu. Het verdwijnen van godsdienst is als het verlaten van de goudstandaard in het geldwezen, er ontstaat even een gevoel van duizeling, waar rust het nou nog opt Totdat je ziet dat het 'rustte op' het feit dat wij vinden dat goud zo veel waard is. En dat feit 'rust' nergens op.

,,De geschilderde brug rust niet op de geschilderde pijler'', zegt Wittgenstein.

Ons verlangen naar grondslagen berust niet op grondslagen.

Onlangs stuitte Van Doorn in de Vagina Monologen weer op zo'n verschuiving: hufters razen nu rond in een gebied waar vroeger engelen nauwelijks binnen durfden, het tussenbeense, in de prettige uitdrukking van Dorrestein. Het is een hele oversteek van en die twee zullen zijn één vleesch naar ,,hij schoof zijn tampeloerus d'r in'' en gelukkig wordt er druk en stijlvol gemanoeuvreerd in dit tussengebied, maar Van Doorn zou liever zien dat we als menigte bedeesd wachten voor de Tuin van het Lichamelijk Beleven, die niet dan door liefdesparen betreden mag worden.

Niet voor niets citeert hij 'de erudiete filosoof en literator George Steiner', wiens eruditie er natuurlijk net zomin toe doet als zijn frisse okselgeur. Steiners eruditie is hier voor Van Doorn, wat die curiekardinalen voor mijn vader waren. Steiner heb ik eens horen klagen over de vreselijke omstandigheid dat de grootste boerenlul tegenwoordig Beethovens Missa Solemnis op volle sterkte uit zijn speakers kan laten dreunen, terwijl hij zuipend en rokend de snelweg afraast. Verschrikkelijk, als je bedenkt dat je vroeger deze kathedraal niet binnenkwam zonder een toelatingsexamen dat eigenlijk je hele leven betrof.

Dit gevoel van ontwijding overkomt ons allemaal. Wie lang genoeg bij de rivier blijft zitten zal op een dag zijn heiligen als rommel voorbij zien drijven. Ik herinner me mijn eigen gevoel van krenking bij het zien van de eerste kazuifels op het Waterlooplein. Bij Nijmegen ontdekte ik later een gigantische hal vol verhandelbare kerkwaar: monstransen, miskelken, manipels, tabernakels, cibories, wierookvaten, koorkappen, patenen, superplies, ampullen, te vreselijk om op te noemen. En alles te koop!

Je kunt het niet helpen te voelen dat hier iets heel bijzonders verloren gaat. Ik geloof evenwel dat het niet dieper gaat dan mijn zwak voor de Opel Kapitün, en het tergende besef van de verstrijkende tijd. Het is denk ik een onvergefelijke intellectuele fout om dit ongemak, deze pijn, te miskennen als een bedenkelijke maatschappelijke omwenteling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden