Review

DEBUTANTEN EN DE KUNST VAN HET CITAAT Hooggestemd gemompel met een knipoog

Dalstar: 'De palingvijver'. In De Knipscheer, Amsterdam 109 blz. - f 22,50. Pieter Boskma: 'Een foto van God', In de Knipscheer, 126 blz. - f 24,50. Hermine Landvreugd, 'Het zilveren theeei', De Bezige Bij, 220 blz. - f 30,-.

Het heeft er veel van weg dat een groot aantal dichters dat zich een paar jaar geleden aankondigde, de tijd opeens rijp acht voor proza. Een tijdje geleden kwamen onder anderen Arjen Duinker en Meindert Inderwisch, tot dan toe goed voor poezie, met een roman en een novelle. Nu volgen Dalstar en Boskma. Bij alle vier overheerst bovendien de kunst van het citaat; je krijgt sterk de indruk dat ze een beetje volgens het devies van het Postmodernisme, literatuur schrijven die niet in de eerste plaats vol zit met eigen bedoelingen en gevoelens, maar die van voorgaande schrijvers kopieert en becommentarieert.

Wat ze dan zelf precies met hun werk voor hebben weet ik eigenlijk niet: ze lopen in elk geval opgewekt en doelbewust achter, als een commentaar op het heden, en ze kijken dan naar al het bestaande om te zien of daar iets leuks of bewerkbaars bij zit. Een experiment met de traditie.

Zo althans lees ik Dalstars novelle 'De palingvijver' maar. Het boekje valt op door de buitengewoon onsmakelijke en dus aandachttrekkende voorprent, van een man met een opengesperde muil met palingen. Maar met die foto houdt het schokeffect ook direct op. De geschiedenis van de zevenjarige Taco, die onder leiding van een zekere Jeukman wordt ingewijd in de geheimen van het leven en de natuur, heeft alles weg van een oude queeste. Alle gebeurtenissen zitten bomvol initiatie-symboliek. Wat verbeeldt de palingvijver? Dalstar wil het ons best vertellen: “De palingen. Ooms en tantes van het verbond. Zinnebeeld van een ongenaakbare moederziel, een nooit besproken schaamteloze onnozelheid.”

Wie vindt dat dit welbespraakte onzin is, heeft gelijk. Maar Dalstar heeft het dan ook vast niet zo ernstig bedoeld. Je kunt 'De palingvijver' maar het beste lezen als een parodie op de zoektochtnovelle a la Nootebooms 'Philip en de anderen' van een paar decennia geleden. Wie dat niet doet, houdt een buitengewoon kwezelachtig verhaal zonder vaart over, propvol semi-mystiek: “Hij geniet van al dit nieuwe. Tevreden is hij. Houdt zich koest, maar geeft zijn ogen de kost. Op deze reis door de dag, dit uitstapje in de natuur. Maar het is ook een reis naar binnen, een langzaam op gang komend spel van wildgroei en beteugeling, onkruid en plantengroei, irritatie en haast ziekelijke schoonheid. Een zich traag ontvouwend gevecht, dat wordt gestreden op elke vierkante centimeter”. Ja, ja, en op de achtergrond zit Dalstar te schateren, wat ik u brom.

Het probleem van boeken als 'De palingvijver' is dat je niet weet wat je ermee aan moet. Het maakt zich op quasi-bloedserieuze wijze vrolijk over een bestaand maar ook al weer achterhaalde literatuur, zonder ons iets toe te willen voegen.

Pieter Boskma lijkt zich meer bezig te houden met recent literair werk, als dat van A. F. Th. van der Heyden en Geerten Meijsing. Ook in 'Een foto van God' is de hoofdpersoon op zoek, te weten naar de wortels van zijn ongeschiktheid en mislukking. De anonieme ik is er een van twaalf ambachten en dertien ongelukken.

Als een zekere Sara in zijn leven verschijnt, lijkt alles te veranderen, maar dat is tijdelijke schijn. Zijn fundamentele ongeschiktheid houdt hem op het heilloze pad van drank en loze relatie. Ook bij Boskma stelt het verhaal weinig voor, het is nadrukkelijk clichematig. Toch is 'Een foto van God' wel gevoelvol geschreven, maar het is een stijl van geleende zorgvuldigheid, 'a la mode de' Van der Heyden en Meijsing. Opzettelijk tweedehands. Voltrekt de inwijding van Dalstars Taco zich in dromerig proza, de hoofdpersoon bij Boskma spreekt in welgevormd intellectualistisch proza, dat je, geloof ik, moet lezen als hooggestemd gemompel met een knipoog: “De spiegel der verwantschap had weliswaar vele factoren getoond die aanvankelijk van belang schenen, maar bij nadere beschouwing een voor een hun relatie tot mijn ongeschiktheid verloren. Was het dan niet meer dan redelijk om te concluderen dat mijn ongeschiktheid geen enkele genetische oorzaak had? Dat zij los van de wetten der natuur, als het ware autonoom bestond, zonder aanwijsbaar begin, niet ontkiemd aan enig fysiek, sociaal of zelfs maar psychologisch vruchtbeginsel, noch onderhevig aan verandering en verval? Behoorde zij dus tot ijle, bovennatuurlijke sferen, volmaakt besloten in zichzelf en tegelijkertijd alles omsluitend binnen haar volmaaktheid?”

Het debuut van Hermine Landvreugd, 'Het zilveren theeei', is uit ander hout gesneden. Ook Landvreugd speelt met een genre, maar niet om het te bespotten maar uit lust en spontaniteit. 'Het zilveren theeei' bevat vijf seksueel getinte verhalen, die menigeen tot de pornografie zal rekenen. Ten onrechte, want ze hebben geen zinneprikkelende functie maar beelden alledaagse en onalledaagse werkelijkheid af.

Het verst gaat Landvreugd in het titelverhaal, over een zekere Dennis die bij zijn naargeestige buurman op bezoek komt om harde pornofilms te bekijken en met diens piepjonge Filippijnse stoeipoesje te spelen. Opgehitst door zijn seksuele fantasieen probeert Dennis zijn doodgewone vrouw Selma ('Zal ik een staart maken Dennis?') zover te krijgen dat hij, zoals bij de Filippijnse Maria, allerhande voorwerpen (een shampooflacon) bij haar binnen mag brengen. Het wordt een zilveren theeei, maar het seksspelletje wordt niet gewaardeerd; het theeei is een dierbaar erfstuk - Een mooie satire op seksuele burgermansdromen.

De overige verhalen verbleken daarbij wat: het meisje met de Zuidafrikaanse vriend die over andere meisjes urineert. Peer en Pien die zich na een truttig familiebezoek herinneren hoe ze het ooit in een telefooncel deden. JP en Menno, studenten met een voorkeur voor seks en drugs, die elkaar wederzijds opgeilen met ongebreidelde sekspraatjes.

Landvreugd mengt in haar verhalen op een aparte manier werkelijkheid en fantasie, maar haar stijl heeft alle ultramoderne couleur locale, iets knulligs dat soms stoort: “Het verjaarsdagscadeau voor Trudy, een plaat Hongaarse volksmuziek die je in de platenwinkel gratis kreeg bij besteding van meer dan honderd gulden, heeft hij in andere hand.” De onverholen seks geeft het daarentegen wel een vrolijke noot: “Het meisje dat zo sterk naar parfum ruikt schuifelt gelijk met JP op de rij uit.” “Wat een lekkere tieten heb jij.” JP kijkt van haar laag uitgesneden truitje recht in haar ogen. Het meisje bloost, “dank je.”

Van alle drie debutanten, Dalstar en Boskma met hun dunne novellen, Landvreugd met haar voluptueuze verhalen, geldt dat ze je met je neus drukken op de genres waarin hun werk geschreven is. In zekere zin zijn het alle drie vrolijke manieristen die met opzet gebaande wegen gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden