Debatteren over erfenis 1968

In ’68 gooiden ze stenen naar het Amerikahuis uit woede over de Vietnam-oorlog. Nu debatteren ze er over zin en onzin van dat roerige jaar.

Antoine Verbij en Berlijn

Ze is ook een 68’er, maar dan anders. De Berlijnse schrijfster Tanja Dückers werd in 1968 geboren. Ze ging naar een anti-autoritaire crèche, mocht van haar ouders thuis op de muren schilderen, zag als kind in het theater naakte mensen over het podium rennen. Onlangs verdedigde ze in weekblad Die Zeit de generatie van haar ouders tegen conservatieve critici. ’Dat het huidige verval der waarden door de 68’ers komt, is onzin.’

Gefascineerd en geamuseerd kijkt ze naar de overblijfselen uit 1968 die zijn tentoongesteld in het ’Amerikahuis’ (zie kader). Foto’s, films, documenten en voorwerpen vertellen het verhaal van het roerige jaar 1968 in Berlijn. De demonstraties tegen de oorlog in Vietnam, de teach-ins op de universiteiten, de aanslag op studentenleider Rudi Dutschke, de gevechten rond de gebouwen van de rechtse Springer-pers. Het ging er hard aan toe in de ommuurde stad.

Veertig jaar na 1968 maakt Duitsland de balans op. En daarbij gaat het er, typisch Duits, opnieuw heftig aan toe. Maar nu zonder helmen, stokken en waterkanonnen. Het hele jaar door zullen historici, opinieleiders en ooggetuigen in de media met woorden strijden over wat 1968 voor goeds en kwaads heeft opgeleverd.

Bij de opening van de tentoonstelling in het Amerikahuis legde de schrijver Peter Schneider nogmaals uit waarom hij destijds rebelleerde. „Het zwijgen over de holocaust was verstikkend. En wat de Amerikaanse GI’s in Vietnam uitspookten, was even erg als wat onze ouders in de oorlog deden.”

Hij voegde er meteen aan toe dat de protestbeweging ná 1968 ’doordraaide’ en ten prooi viel aan ’de waan van de revolutie’. Schneider was een van de eersten die afhaakte en een veelbesproken zelfkritiek schreef. Van de links-extremistische en terroristische uitwassen van de jaren ’70 heeft hij zich verre gehouden.

Ook Tanja Dückers noemt de politisering van de studentenbeweging na 1968 ’desastreus’. Het leidde tot ’totalitarisme in eigen kring’. Het manifest op de expositie van de toen nog rebelse Peter Schneider, waarin hij agitatie en propaganda tot de belangrijkste taken van de literatuur uitriep, noemt ze ’onverteerbaar’ en ’onleesbaar’. „De beweging klampte zich al snel vast aan principes, ze had geen oog voor het esthetische, het ontbrak haar aan sensibiliteit.”

Het goede van ’68 lag wat Dückers betreft niet op het politieke vlak maar in „de vrijheid die bevochten is in het alledaagse leven”. „Ik denk aan de bevrijding van vrouwen en homoseksuelen, en aan de democratisering op veel terreinen. Er kwam een einde aan de onderdanencultuur die nog stamde uit de tijd van keizer Wilhelm. Protest is sindsdien normaal. In Berlijn vinden per jaar tweehonderd demonstraties plaats.”

Als schrijfster waardeert ze vooral het debat dat de protestgeneratie is begonnen over het onverwerkte nazi-verleden. In haar eigen romans spelen herinneringen aan de oorlog een grote rol in de levens van haar personages. „De generatie van ’68 is het conflict tussen vaders en zonen aangegaan. Door zich volledig op de wederopbouw te storten hebben de vaders de oorlog verdrongen. De generatie van ’68 wilde liever minder welstand en meer waarheid.”

Gevraagd welke persoonlijkheden uit die tijd het meeste indruk op haar hebben gemaakt, moet ze lang nadenken. „Rudi Dutschke in ieder geval niet. Zijn teksten hebben ons niets meer te zeggen.” Haar helden komen eerder uit de kunst en de muziek. En niet uit Duitsland. „John Lennon, Andy Warhol, Jefferson Airplane. Die waren mijn helden in de jaren tachtig, toen mijn klasgenoten met Abba en de Neue Deutsche Welle dweepten. Ik was toen al retro.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden