Opinie

Debat over gevoelige woorden laat de pijn zien

Beeld uit de SIRE-campagne 'Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?' Beeld RV

Het is belangrijk te twijfelen over je taalgebruik, zegt communicatieadviseur en filosoof Harrie van Rooij, naar aanleiding van het EK-voetbal en de Sire-campagne.

Maatschappelijke discussies gaan steeds vaker over hóe we over een onderwerp praten. Media berichten over hoe media berichten over vrouwenvoetbal. En naar aanleiding van de laatste Sire-campagne 'Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?' vormen we meningen over hoe we jongens en meisjes stereotyperen.

Dat is goed nieuws. Al die discussies getuigen van een aansterkend besef dat woorden geen neutrale overbrengers van ideeën zijn. Wie 'vrouwenvoetbal' zegt, heeft het bedoeld of onbedoeld over iets anders dan gewoon voetbal. Wie jongens voorstelt als stoeiende bomenklimmers met geschaafde knieën, beweert tegelijk iets over meisjes - die zijn dat dus niet. En ook over jongens die liever gaan vissen of een boek lezen.

Woorden zijn sociale acties. Dat we zo gevoelig zijn voor bijvoorbeeld hate speech (het aanzetten tot haat) of seksistische taal, komt volgens de Amerikaanse filosoof Judith Butler doordat we talige wezens zijn. We moeten door anderen worden aangesproken om een plaats te krijgen in de maatschappij.

Het is winst dat die gevoeligheid er mag zijn. Voetbalverslaggevers en andere commentatoren gaven er de afgelopen weken blijk van zich bewust te zijn van taalvalkuilen. Buiten enkele beroepsprovocateurs als Johan Derksen, was er niemand die zich een opmerking over het uiterlijk van speelsters veroorloofde. Liever vijf kwinkslagen over het nieuwe kapsel van Ronaldo dan eentje over de mascara van Martens. Toen Derksen in een praatprogramma zei dat hij de vrouwen van het Nederlands voetbalelftal waardeerde omdat ze als 'echte kerels' voetballen, had iedereen meteen door wat er gebeurde.

Dilemma's

Debatten over gevoelige woordkeuzes laten zien waar pijn zit. En ze brengen ons in contact met dilemma's. Als we over groepen praten, spitst het dilemma zich vaak toe op vragen over in- en uitsluiting. Enerzijds is er de behoefte om een groep te beschermen door achterstelling bespreekbaar te maken, anderzijds is er het besef dat je mensen juist door ze te labelen buiten de orde van het normale plaatst.

De pijn van labels (zoals 'jongensgedrag') is ondertussen aan beide zijden van de groepsafbakening voelbaar. Wie niet tot de objectieve groep behoort, maar zich wel herkent in de groepstypering, voelt zich buitengesloten. Datzelfde geldt voor wie wel tot de objectieve groep behoort, maar zich niet in de typeringen herkent.

De makkelijkste manier om het schurende onbehagen van een dilemma weg te nemen, is door het op te lossen. Dat kan door opvattingen te presenteren die de keuze voor één kant van het dilemma als neutraal en feitelijk voorstellen. Er ís nu eenmaal een groep die feitelijk wordt benadeeld. Iedereen die dat relativeert, ontkent het probleem.

Dat waren ook de claims rondom de Sire-campagne. Jongens hebben vaker behoefte aan beweging en ravotten. Ze zouden aantoonbaar slechter presteren op school. Bovendien worden ze vaker dan meisjes gecorrigeerd op druk gedrag en staan er bijna geen meesters meer voor de klas.

Zo ontstond een frame waarbij het beeld van vastgelopen jongens die hun onstuimigheid moeten opkroppen, werd geplaatst tegenover het beeld van een gefeminiseerde cultuur waarin stilzitten en praten de norm is. Met daartussenin een oorzakelijk verband van jewelste.

Doorvragen

Zulke frames zijn gunstig voor wie bepaalde maatregelen als gewenst ziet. Ze halen het dilemma echter niet weg, ze maken eerder de waarde ervan stuk. Pregnante frames kunnen nuchter doorvragen in de weg staan. Is er nu echt zo veel bewijs voor de stelling dat het allemaal komt door juffen, rubberen matten in speeltuinen en overbeschermende ouders? Was er vroeger echt meer tolerantie voor kinderen die door roeien en ruiten gingen?

Ondertussen ligt er genoeg voer voor psychologen: met één camerabeweging switchen we van een door mannen gedomineerde wereld van studiogasten (die in dit geval praten over vrouwenvoetbal), naar een fragiele generatie van jongetjes die moeten opboksen tegen vrouwelijke dominantie.

Zulke voorbeelden laten mooi zien dat het spreken over talige dilemma's zelf nooit neutraal is. Er ontstaan voortdurend situaties waarbij de inhoud van de woorden tegengesteld is aan wat er gebeurt als mensen praten. 'Performatieve tegenspraak' noemen filosofen dat.

De claim dat jongens wildebrassen zijn met oerenergie, wordt ontkracht doordat ze tegelijkertijd worden afgeschilderd als gedresseerde en gedisciplineerde producten van intomende regimes. En wie vrouwelijke voetballers telkens maar weer in bescherming neemt tegen de lakende woorden van Johan Derksen en de zijnen, bevestigt onbedoeld een positie van onmacht en slachtofferschap. Repressieve tolerantie heette dat in de jaren zeventig.

De kunst is om dilemma's niet te willen oplossen. In plaats daarvan kunnen we beter hun zegeningen tellen. Dilemma's drijven de spot met je zekerheden. Ze helpen je om vragen opnieuw te formuleren en vervolgens op een hoger niveau verder te twijfelen.

Behoedzaam praten over stereotyperingen, frames en pijnwoorden hoort daarbij. Of is dat te feminien geredeneerd?

Harrie van Rooij, communicatieadviseur en filosoof, doet onderzoek naar framing en burgerschapsopvattingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden