Debat asielbeleid: over de toonhoogte gesproken

De politiek krijgt de volle laag. Haar houding tegenover 'immigratie' moet veranderen, suggereren zowel Hans Goslinga van Trouw als Willem Aantjes.

HANS HELGERS

Politici zouden, aldus Goslinga in zijn column over asielbeleid ('D66 eruit, GroenLinks erin', Trouw 14 november) “feiten moeten erkennen in plaats van verhullen, fabeltjes de wereld uit moeten helpen, geen suggesties oproepen die ver van de werkelijkheid liggen en daardoor een steeds negatiever klimaat rond buitenlanders creëren.” Omdat de politici dit volgens Goslinga nalaten is bijna onmogelijk op goede toonhoogte en meer objectief over asielbeleid te praten. Vervolgens laat hij zien hoe het wel op normale toonhoogte kan. Zijn uitgangspunt is dat de immigratie niet een ramp maar een zegen is. De VVD is ongeschikt om Goslinga's verlichte toekomstscenario dichterbij te brengen. Van het CDA blijft het onbegrijpelijk dat het niet poogt uit het spoor van enghartigheid weg te komen. Van D66 is het onbegrijpelijk dat ze de beginselen van de humane rechtstaat wil aantasten. Zijn conclusie: D66 uit Paars en GroenLinks erin. Die laatste partij weet tenminste wat ze wil: een ruimhartig immigratiebeleid. Hans Goslinga mag dat willen. Maar als hij pleit voor een debat op normale toonhoogte is zijn op onderbuikgevoelens inspelende column geen goede start. Als klap op de vuurpijl van het door hem zo bepleite debat op normale toonhoogte koppelt hij de week van De Milliano aan de Kristallnacht in nazi-Duitsland van 1938. Er is een grens aan wat je hoeft te accepteren. Goslinga gaat daar overheen.

Op Podium (Trouw, 14 november) doet Willem Aantjes naar aanleiding van De Milliano dat ook. Zoals bijna altijd beklaagt hij zich. Dit keer over partijvernieuwing, katholieken en de partijvoorzitter. Op de kritiek op de partijvernieuwing hoef ik nauwelijks nog in te gaan. Dat deed het Trouw- commentaar diezelfde dag: “Machiavelli wist al dat vernieuwers het vier keer zo moeilijk hebben als wie alles zoveel mogelijk bij het oude wil laten. Immers de eersten hebben veel uit te leggen, terwijl de laatsten kunnen volstaan met verwijzen naar het bestaande.” Onthullender over Aantjes' eigen denkwereld zijn de opmerkingen die hij maakt over zijn katholieke partijgenoten. Hier rijgt hij halve leugens en hele waarheden aaneen om zijn eigen vooringenomen standpunt te staven. Van de feiten is hij slecht op de hoogte. Hij berijdt hier zijn stokpaardje van de bloedgroepen. Misschien wil hij niet geloven dat in het huidige CDA daar anders over wordt gedacht dan in zijn CDA-tijd 25 jaar geleden. De veelkleurigheid in tradities binnen het CDA is een sterk punt. De vernieuwde kandidatenlijst is daar symbool van. Zo wordt de katholieke Jacques de Milliano opgevolgd door de (net zo door idealen gedreven en vernieuwende) Puttenaar Aart Mosterd uit de traditie van de Gereformeerde Bond.

Overigens waren alle 28 CDA'ers in de Tweede Kamer, en dus niet alleen de katholieken, eensgezind over De Milliano. Ze hebben dat ook extern gecommuniceerd en dat had Aantjes kunnen weten. Zoals hij ook had kunnen weten dat in de vernieuwing niet alleen de vier door hem genoemde protestantse kamerleden niet zijn teruggekeerd, maar ook de acht katholieke. Hij heeft er blijkbaar bewust voor gekozen zijn lezers deze informatie te onthouden. Zoals hij er ook voor kiest mij verkeerd te citeren. Ik heb nooit geroepen dat De Milliano de verkeerde partij heeft gekozen, maar het verkeerde beroep. Elke politicus in Nederland moet vroeg of laat compromissen sluiten, binnen en buiten je eigen partij. Dat heeft niets met principeloosheid te maken maar met democratie in een land van politieke minderheden. Wie uitsluitend schone-handen-politiek wil bedrijven kan in het Nederlandse parlement niet functioneren, binnen geen enkele partij. Ook over de rol van de partijvoorzitter in het conflict met De Milliano geeft Aantjes feiten onjuist weer. De partijvoorzitter was bij de bewuste fractievergadering níet aanwezig, koos níet onmiddellijk partij en heeft voortdurend geprobeerd met De Milliano in contact te komen. De Milliano wilde dat niet. Daarom voel ik me teleurgesteld. Dat is niet “niet terzake doende, sentimenteel gedoe”, maar komt voort uit de keuze die De Milliano maakte zonder mij de kans te bieden in gesprek met hem te komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden