De zware stoelgang van het leven

Willem Bleeker gaat met hangende pootjes terug naar huis

'Een kleine roman' noemde Mensje van Keulen het boek waarmee ze in 1972 debuteerde, 'Bleekers zomer'. Wel heel erg klein trouwens, amper zestig pagina's, eigenlijk meer een novelle, maar het paste goed bij de teruggeschroefde literaire ambities van haar generatie.

"Wij willen de lezer terugwinnen door leesbare teksten te schrijven ... En wij willen, godbetert, door domme en slimme en bange en geile mensen gelezen worden", stond er in Het Manifest der Zeventigers, dat in die jaren onder meer door de godfather van het gootsteenrealisme, Heere Heeresma, was opgesteld.

'Bleekers zomer' is zo'n boek en het viel in goede aarde bij de ontzuilde, realistische lezers van na de jaren zestig die na decennia separatie eindelijk bij elkaar op tafel konden kijken en vaststellen dat het overal hetzelfde was, bij de katholieken, protestanten en socialisten.

Willem Bleeker, 32 jaar oud, chronisch geconstipeerd, verlaat op een goede zomerdag werk en gezin in Den Haag en vlucht naar de stad van zijn jeugd, Amsterdam. "Man verlaat in overspannen toestand kantoor", denkt hij onderweg over zichzelf. Hij heeft genoeg van zijn bleke leven en zoekt het avontuur maar hij raakt van de regen in de drup. Amsterdam, waar hij bij een ouwe, getikte nicht en een stel louche vrienden terechtkomt, is al net zo illusieloos als zijn nette Haagse bestaan. Misschien kan hij beter de zee inlopen, peinst hij vlak voordat hij met hangende pootjes thuiskomt.

Misschien zouden we vandaag de dag vooral Bleekers poging om zijn treurige lot te ontlopen waarderen, in de jaren zeventig trok eerder de nauwgezette beschrijving door Mensje van Keulen van de ranzige kanten van het bestaan de aandacht: de huisvrouw met het piekhaar, de vale huislucht, rode vingers met kalknagels, het bruin uitgeslagen gootsteentje, het is een en al treurnis.

'Spruitjeslucht' was het label dat er op deze literaire vorm van werkelijkheidszin werd geplakt. "Haar gezicht lag erbij als een gebruikte pleister", merkt Bleeker op na een verscheurde nacht met een letterlijke oude hoer.

Namens de hogere literatuur vond Jeroen Brouwers dit soort proza allemaal maar niks in zijn smaadschrift De Nieuwe Revisor, maar latere generaties leerden de pijnlijke en soms vileine wrangheid van Van Keulens proza beter waarderen. Ze kreeg er dit jaar zelfs de Constantijn Huygensprijs voor.

In 'Bleekers zomer' krijgen we Nederland opgedist aan de vooravond van de nieuwe tijd waarin technologie en nieuwe media het voor het zeggen krijgen.

In de jaren zeventig kon je nog rustig van huis weglopen en onderduiken in de grote stad zonder dat je mobieltje in je zak verontrustend overging. 'Bleekers zomer' leest zodoende als een historische (kleine) roman, een document uit een verleden dat nog maar nauwelijks achter ons ligt.

Rob Schouten bespreekt Nederlandse klassiekers die de tijdgeest vangen van 1940 tot nu.

En het was niet de eerste keer dat ie z'n lijf voelde krimpen tot 'n erwt in 'n plooi. Hij kneep in z'n armen, betastte z'n borst en buik en de smalle bedrand om tot de juiste proporties terug te keren. Ik moet me groot voelen, dacht ie, groter zelfs dan ik ben, want ik heb vandaag iets fantasties ondernomen.

Uit: Mensje van Keulen: Bleekers zomer

Recensent K.L. Poll: "Dit is het. Veel meer wist ik eerst niet te bedenken toen ik Bleekers zomer had gelezen. Niet omdat ik verdoofd was, integendeel, eerder een gevoel van vergrote concentratie. De beelden in mijn omgeving kwamen scherper door."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden