De zwakste van de klas

Te veel hervormingen hebben het onderwijs geschaad, zo klinkt het vaak in Nederland. Maar in Duitsland, waar veel bij het oude is gebleven, is het niet bepaald beter.

De kleuterschool is in Duitsland nog echt ouderwets: de kinderen komen hier om te spelen en mogen niet worden lastiggevallen met onderwijs. ,,De Kindergarten mag vooral geen school zijn', zo vat Hans Leu van het Deutsche Jugendinstitut de Duitse traditie samen.

De leerplicht begint in Duitsland dan ook pas bij zes jaar. Voor zwakke kinderen is er in Duitsland bovendien uitstel: die hoeven pas op hun zevende naar school. Van een onlangs onderzochte jaargang vijftienjarigen bleek liefst twaalf procent destijds uitstel van leerplicht te hebben gekregen.

Een groot verschil met Nederland, waar zwakke kinderen soms al op driejarige leeftijd worden bijgespijkerd, en in elk geval met vier of vijf jaar naar de basisschool gaan. De in Nederland doorgevoerde samenvoeging van kleuter- en lagere school noemt Jürgen Rolle van het Institut für Sozialpüdagogik dan ook een geslaagde hervorming. ,,Er is 25 jaar de tijd voor genomen en alle betrokkenen hebben aan deze hervorming meegewerkt', zegt hij enthousiast.

Als Duitse kinderen dan eindelijk naar school gaan, stuiten ze op een andere Duitse bijzonderheid: de scholen zijn er alleen 's ochtends open. Voor kinderen op de basisschool is het in Duitsland alle dagen woensdag.

Velen willen daar iets aan veranderen. Om in elk geval voor wie wil ook

's middags de scholen te openen, heeft bondskanselier Schröder nu vier miljard euro uitgetrokken. Net genoeg om soepkeukens in te richten, schamperde minister van onderwijs in de deelstaat Baden-Württemberg Annette Schavan.

Al na vier jaar basisschool moeten de meeste Duitse leerlingen dan een vervolgopleiding kiezen, vroeger dan waar ook in de westerse wereld. Kan in Nederland de Cito-toets al grote gevolgen hebben omdat het immers uitmaakt of je naar het vwo gaat of naar het vmbo, de keuze die Duitse leerlingen op nog jongere leeftijd moeten maken is helemaal verstrekkend. Hier is het in principe de bedoeling dat een kind op zijn tiende beslist voor zijn leven. Want een Mammoetwet heeft Duitsland nooit gehad, zodat leerlingen maar met moeite kunnen overstappen van het ene naar het andere schooltype.

Een Nederlandse leerling daarentegen heeft, sinds in de jaren zestig de onderwijshervormingen begonnen, tal van mogelijkheden om over te stappen, van havo via vwo naar universiteit, van vmbo via mbo naar hbo, van vwo tussentijds naar havo en dan naar het hbo enzovoorts. Een belangrijk voordeel, blijkt nu.

,,Landen die het goed doen, hebben geïntegreerde schoolsystemen waartussen kan worden overgestapt', zegt Andreas Schleicher. Hij is coördinator van het internationale onderzoek 'Pisa' naar prestaties van vijftienjarige leerlingen in 32 westerse landen. Gevolg van de Duitse aanpak: nergens in de landen die in dit vergelijkend onderzoek meededen is het succes van leerlingen zo sterk afhankelijk van de sociale klasse van hun ouders als in Duitsland.

Een grote schok voor veel mensen, zegt onderwijsexpert Jürgen Baumert: ,,In Duitsland hadden we ons aangewend een beetje neer te kijken op de sociale verschillen op scholen in Groot-Brittannië en in de VS met hun binnenstadscholen. Maar nergens blijkt de correlatie tussen sociale klasse en schoolprestaties zo groot als in Duitsland.' Het Münchense gemeenteraadslid Haimo Liebich (SPD) zegt het nog wat harder: ,,Ons schoolsysteem levert precies waar het voor bedoeld is: op grond van sociale herkomst kinderen kansen toebedelen'.

Maar het is nog erger. Niet alleen biedt het Duitse onderwijs kinderen van laaggeschoolde ouders weinig kansen, volgens het Pisa-onderzoek presteren Duitse scholieren over de volle breedte matig, en komen zelfs de knapste Duitse leerlingen niet mee met de besten onder hun leeftijdgenoten in Finland of Groot-Brittannië.

Gemiddeld zwak, aan de top zwak en ook nog eens sociaal onrechtvaardig; slechter kon de beoordeling van het Duitse onderwijs niet uitpakken. Daarom wordt nu het onderwijs tegen het licht gehouden. In de Bondsdag werden dit voorjaar experts gehoord over de schrikbarend slechte score van Duitse scholieren, en onherroepelijk gaat onderwijs een rol spelen in de campagne voor de verkiezingen in september.

Niet alleen het Duitse schoolsysteem is als in Nederland veertig jaar geleden, ook de manier van lesgeven is vaak traditioneel. Voor de klas staat de leraar en die praat. Ook daarin zien experts een van de oorzaken van de achterblijvende prestaties. De pedagoog prof. Manfred Prenzel van de universiteit Kiel schreef vorige maand in een artikel voor het instituut Ifo: ,,Terwijl tal van landen de afgelopen decennia hun onderwijs meer probleem- en toepassingsgericht hebben gemaakt, is in Duitsland doorgaans aan het traditionele onderwijsconcept vastgehouden'. Daardoor kunnen leraren in Duitsland volgens hem weinig rekening houden met niveauverschillen van hun leerlingen en worden de scholieren te weinig mentaal uitgedaagd om het geleerde ook toe te passen en problemen op te lossen.

Vooral in de exacte vakken is het verschil tussen Duitsland en andere landen inmiddels groot. Onderzoekster en pedagoge Petra Stanat zei hierover op MDR-radio: ,,Bijvoorbeeld in Nederland wordt heel anders gewerkt, daar wordt een probleem aangedragen en de leerling moet in die situatie het wiskundige herkennen (...) en oplossen, en dan de oplossing weer terugvertalen naar de op toepassing gerichte context'.

Jürgen Baumert: ,,In wiskunde hebben Nederland en het Verenigd Koninkrijk, in natuurwetenschappen vooral Zweden, het onderwijs meer op de praktijk gericht, zonder dat ze de academische kern hebben opgegeven.' Gevolg: in deze landen scoren vijftienjarige scholieren in deze bètavakken veel beter dan hun Duitse leeftijdgenoten. Daarbij moet aangetekend worden dat voor Nederland, waar volgens het Cito de leerlingen zelfs de besten van alle onderzochte landen waren, de resultaten door de internationale onderzoekers zijn afgekeurd omdat te weinig scholen hadden deelgenomen.

De slechte score van het onderwijs heeft velen in Duitsland verrast. Dat komt doordat niemand er ooit iets meet; cijfers die iets kunnen zeggen over hoe de scholen het doen blijken in Duitsland zeldzame waar, al was het maar omdat hier geen centraal schriftelijk eindexamen bestaat. De Deutsche Lehrerverband pleit inmiddels voor invoering van een centraal eindexamen per deelstaat. 'De VS, Engeland of Nederland zijn hier voorbeelden van', schreef deze docentenbond onlangs aan het parlement.

Wat niet gemeten wordt, kan ook niet worden gepubliceerd: de schoolprestaties. Niet dat dat in Duitsland veel zou uitmaken, want ouders en leerling kiezen in Duitsland maar zelden bewust voor een school. In Duitsland gaan leerlingen meestal naar de dichtstbijzijnde, en die is in bijna alle gevallen openbaar. Terwijl in Nederland slechte scholen leerlingen verliezen en dan hun leraren moeten ontslaan, hangt het leerlingental van Duitse scholen daardoor alleen af van de vraag of er nog genoeg kinderen zijn in de wijk.

Een school die veel leerlingen zonder diploma laat vertrekken of veel te makkelijk diploma's uitdeelt, wordt op geen enkele manier met haar falen geconfronteerd. Andreas Schleicher: ,,De individuele scholen zijn in veel van de in het Pisa-onderzoek succesvolle landen ook sterker voor hun prestaties verantwoordelijk.' Voor de leraren maakt het presteren van de school ook niet zoveel uit; zij zijn niet in dienst van de school, maar van de overheid en alleen die bepaalt of en waar zij voor de klas mogen staan. Waar de scholen niet op hun prestaties worden beoordeeld, vergaat het de leerlingen anders: wie niet presteert, blijft zitten. In veel landen nauwelijks nog gebruikelijk, blijkt van de onderzochte vijftienjarige Duitse scholieren een kwart al eens te zijn blijven zitten. Van de onderzochte 32 landen blijven alleen Braziliaanse leerlingen nog vaker zitten. Door zwakke leerlingen te laten doubleren, zorgen de scholen misschien voor klassen van gelijk niveau - voor de leerling biedt het zittenblijven zelden een oplossing. Schleicher: ,,Het blijkt uit vele studies dat zittenblijven niets oplevert.' Zelfs met de kroonjuwelen van het Duitse onderwijs - het leerlingenstelsel en de universiteit - lijkt het niet meer goed te gaan. Momenteel behaalt nog slechts een kleine 17 procent van een jaargang jonge Duitsers een diploma van universiteit of hogeschool. In andere Oeso-landen is dat een kwart. Bovendien is dit percentage flink aan het dalen, terwijl elders juist steeds meer jonge mensen een diploma van hoger onderwijs halen. Velen in Duitsland beginnen wel aan een studie, maar ruim een derde van de studenten haalt de eindstreep niet. Naar internationale maatstaven is dat aandeel ,,immens', zei bondspresident Rau op 8 april in een alarmerende rede over het hogeronderwijs. De oplossing zoeken velen in betere aansluiting van scholen op universiteiten en een betere begeleiding van de studenten in het hoger onderwijs. Nu blijken velen te verzuipen op de overvolle universiteiten, die van studenten even weinig eisen als ze te bieden hebben. En onwillekeurig denkt een Nederlander aan alle veranderingen van de laatste twintig jaar, aan de invoering van een maximumstudieduur en een tempobeurs, zodat Nederland nu geen eeuwige studenten meer kent. En aan aandacht voor de studeerbaarheid, zodat een student ook op tijd klaar kan zijn. Het is allemaal uitgebleven in Duitsland.

Het leerlingwezen, de praktische beroepsopleiding waar Duitsland ooit in de hele wereld bewondering mee oogstte, is eveneens vastgelopen. Vastgeroest is het Duitse vakonderwijs, en ook hier is het een groot probleem dat wie van de ene naar de andere opleiding wil doorstromen, vaak weer helemaal bij nul moet beginnen. Eerst gymnasium en dan een vakopleiding, of eerst een vakopleiding en dan hbo; het kan in Duitsland allemaal alleen via een lange omweg. Bovendien leidt Duitsland zijn jongeren op voor de beroepen van vroeger, en reageert het traag op nieuwe behoeften van de arbeidsmarkt, schreef de pedagoog prof. Karlheinz Geissler begin maart in de Süddeutsche Zeitung. ,,Duitslands buren hebben allang op de dramatische veranderingen in de wereld van het werk gereageerd. Zij hebben hun beroepsopleidingen fundamenteel gemoderniseerd, zoals in Nederland en Noorwegen.'

Duitsland heeft zelfgenoegzaam zitten slapen, vatte Manfred Prenzel het samen in de Bondsdag. ,,De landen die in de prestatievergelijking duidelijk beter scoren dan Duitsland, hebben in de laatste decennia consequent aan de verdere ontwikkeling van hun onderwijsstelsel gewerkt.' Jürgen Baumert: ,,Andere landen zijn tien tot twaalf jaar geleden begonnen met hervormingen, en dat wordt nu meetbaar. We moeten beginnen, er is geen tijd te verliezen.'

Alleen prof. Günter Wilms relativeerde tijdens een hoorzitting in het parlement de vele verwijzingen naar het beter scorende buitenland. Ook in Duitsland zelf is volgens hem ervaring voorhanden met hoe het anders kan. ,,Een en ander van wat nu geëist, besproken, voorgesteld wordt, bestond al - in de DDR.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden