De zuinige bekering van D66

(Trouw)

Twee weken geleden betoogde D66-leider Alexander Pechtold in dit katern dat we de scheiding tussen kerk en staat „duidelijk, maar niet krampachtig” moeten handhaven. CDA’ers Jan Schinkelshoek en Mirjam Sterk zijn blij met wat zij Pechtolds ’bekering’ noemen. Toch vinden ze dat hij ruimhartiger kan zijn. „Dat je van Pechtold voor je geloof mag uitkomen, is mooi. Dat je er ook in politiek en bestuur iets mee mag, is nog beter. Maar waarom niet toegegeven dat het geloof waardevol is? Sterker nog: dat een samenleving er per saldo beter van wordt?”

Wie kent ’m nog, de stadsschrijver? Hij werkte in Efeze, een stad in Klein-Azië, aan het begin van de christelijke jaartelling. De apostel Paulus maakte tijdens een van zijn zendingreizen kennis met hem. Sterker nog: de stadsschrijver redde hem uit de handen van een woedende menigte. Aan het eind van Handelingen 19 staat de hele geschiedenis te lezen.

Het is het spannende verhaal van Paulus die samen met enkele makkers in Efeze in problemen komt. In zijn geloofsijver had de apostel zich nogal minnetjes uitgelaten over waardeloze goden, goden die met handen waren gemaakt – inclusief de beroemde plaatselijke godin Artemis of Diana.

Paulus’ preek schoot in het verkeerde keelgat, vooral bij de souvenirindustrie die leefde van de fabricage van tempeltjes en andere snuisterijen, gewijd aan de tweelingzuster van Apollo. Aangevoerd door ene Demetrius, voorman van het gilde der zilversmeden (’Hij heeft ons beroep in diskrediet gebracht’), komt er een grote demonstratie op gang tegen de evangelisten. Urenlang staat er een schreeuwende, dreunende en stampende massa voor het theater: Groot is de godin van Efeze. Niemand lijkt de menigte te kunnen kalmeren. Behalve de stadsschrijver, de stadssecretaris zoals hij in de Nieuwe Bijbelvertaling is komen te heten.

Hij doet dat met enkele welgekozen woorden, een mengeling van paaien en dreigen. ’t Is toch niet verboden wat die Paulus doet? U denkt toch niet dat ze een kans hebben tegen onze goden? En weet u wel dat onze Romeinse bovenbazen deze oploop niet op prijs stellen?

Het werkt, de menigte ontnuchtert. En de stadsschrijver triomfeert in stilte. „Dit gezegd hebbende, liet hij de vergadering gaan.”

De stadsschrijver is een van onze favoriete figuren uit het Nieuwe Testament. Wat zo boeit in deze mysterieuze, schimmige man, is dat hij een volleerd bestuurder moet zijn geweest. Op het juiste moment treedt hij uit de coulissen tevoorschijn, neemt plaats achter de katheder en slaagt erin om, in de woorden van de onvolprezen Statenbijbel, „de schare te stillen”. Dat is vakmanschap. Hij steekt er met kop en schouders bovenuit. Het is niet de gouverneur, niet de burgemeester, niet de stadhouder en zelfs niet de politiechef – nee, het is de stadsschrijver die weet te voorkomen dat het religieuze dispuut uit de hand loopt.

Van die stadsschrijver is achteraf een hele of halve christen gemaakt, iemand die stiekem sympathie voor Paulus’ boodschap had en hem daarom probeerde te redden van een lynchpartij. Het is twijfelachtig of je het verhaal zo heilig moet maken.

Voor de hand liggend is dat de stadsschrijver twee zetten vooruitdacht. Hij liet zich niet opjutten. Voorzag vreselijke gevolgen van de chaos die dreigde. Zo bewaarde hij Efeze voor onheil. Misschien, wie weet, had hij nog wel hogere idealen – over verdraagzaamheid, over respect.

Juist door te doen wat overheid, bestuur en politiek in zulke situaties moeten doen, verdient die stadsschrijver uit de eerste eeuw na Christus het om tot schutspatroon van politici te worden verklaard. Als overheidsfunctionaris ging hij voorbeeldig om met godsdienstige spanningen. Praktisch en nuchter maakte hij de verhouding tussen ’kerk’ en ’staat’ hanteerbaar, waarna er feitelijk ruimte voor godsdienstvrijheid ontstond.

Is Alexander Pechtold ook zo’n stadsschrijver?

Twee weken geleden schreef hij (samen met Annelou van Egmond) een fraai, uitgewogen essay over de vrijheid van godsdienst (Letter & Geest, 20 september) dat in het Efeze-van-toen welkom zou zijn geweest. Er sprak een mildere, verdraagzamere toon uit dan Nederland heel lang van D66 gewend is geweest. Vooral Pechtolds voorgangster Lousewies van der Laan wekte nogal eens de indruk religie het liefst naar de rand van de samenleving te willen verbannen.

Vergissen we ons of krijgt zij een flinke snier? „Het is veel te gemakkelijk”, schrijft Pechtold, „om je schouders op te halen over ’godsdienstfanaten’ in de hoop dat ook deze mensen uiteindelijk zullen inzien dat er niets is tussen hemel en aarde.” Om er even later spits aan te voegen: „Als je gelooft in vrijheid, dan houdt dat ook in de vrijheid van iemand om te geloven – zelfs of misschien wel juist in wat je zelf niet gelooft.”

Hèhè.

Nee, Pechtold krijgt niet gratis het CDA-lidmaatschap aangeboden. Maar dat een D66-voorman zo uitdrukkelijk religie uit het verdomhoekje haalt waarnaar seculier Nederland het verbannen had, is winst. Pure winst. Feitelijk komt hij uit op het concept van een verantwoordelijke samenleving, zoals in een partij als het CDA wordt aangehangen. Een samenleving waarin iedereen zich op basis van zijn opvattingen, zijn overtuiging, zijn identiteit moet kunnen laten gelden, een samenleving waarin niemand z’n geloof hoeft thuis te laten. Mits – en dat moet er onmiddellijk aan worden toegevoegd – je je houdt aan de regels van de democratische rechtsstaat.

In weerwil van wat hier en daar nog steeds als doctrine verkondigd wordt, doen kerk, geloof, theologie en christendom volop mee. Iedere burger mag meespreken over de vraag hoe de samenleving eruit moet zien. Ook moslims, ook christenen. Dat behoort voor ons tot de grondrechten. Het behoort tot de burgerlijke rechten om je religieuze overtuigingen publiekelijk uit te dragen. Dat laat onverlet dat elk maatschappelijk gedrag, ook het religieus geïnspireerde, zich dient te laten gezeggen door fatsoen en andere goede omgangsvormen. Het is geen vrijbrief om haat en nijd te zaaien, te krenken of te grieven.

En de scheiding van kerk en staat dan?

Dat is, in de eerste plaats, niets meer en niets minder dan een garantie dat iedereen volgens zijn overtuiging kan leven – zonder vrees voor overheidsingrijpen. Ten tweede waarborgt die de neutrale staat, een staat die geen kerkelijke of religieuze boodschappenbriefjes in ontvangst neemt. De scheiding van kerk en staat is wezenlijk iets anders dan scheiding van geloof en politiek. Je kunt zelfs zeggen dat scheiding van kerk en staat een essentiële voorwaarde is om religie de juiste plaats in het publieke domein te geven.

Godsdienst bekommert zich bijna per definitie om het publiek belang, om de samenleving. Lees maar na hoe oudtestamentische profeten toornden tegen iedereen die er een loopje mee nam. Die opdracht is in de loop van de geschiedenis niet altijd even consciëntieus uitgevoerd. Maar van tijd tot tijd herinneren mensen zich dat geloof ook een politieke kant heeft. Dat het evangelie, in de woorden van de grote theoloog Karl Barth, altijd en overal ganz und gar politisch is. Alleen op zondag in de kerk zitten is niet voldoende. Er is ook nog zoiets als geloven op maandag.

Het nieuwe D66-denken wil er ruimte voor maken. „Het is uitgesloten” – wij noteren het met genoegen – „dat we onze rechtsstaat opofferen aan de vrijheid van godsdienst. Maar het omgekeerde mag ook niet gebeuren. Dat vraagt inspanning van beide kanten: van mensen die een geloof belijden en mensen die dat niet (meer) doen.”

Na deze eerste stap is het wachten op de tweede: de erkenning van D66 dat godsdienst een constructieve bijdrage aan de samenleving kan leveren. Dat je van Pechtold voor je geloof mag uitkomen, is mooi. Dat je er ook in politiek en bestuur iets mee mag, is nog beter. Maar waarom niet toegegeven dat het waardevol is? Sterker nog: dat een samenleving er per saldo beter van wordt?

Er hangt iets zuinigs rondom Pechtolds bekering. Religie mag* Alleen al de kop van zijn essay (’Gun ieder zijn overtuiging’) klinkt weinig toeschietelijk. Alsof het een gunst is van de weldenkende, verlichte bestuurder die minzaam een geste doet naar kleine luyden die het ’faseverschil’ (zijn woorden) nog moeten zien te overbruggen.

Nee, kom niet aan met de tegenwerping dat de kop aan Paulus is ontleend. Wie Romeinen 14 openslaat, ziet dat de gedreven apostel allesbehalve kleineert. Geconfronteerd met allerlei interne discussies onder christenen – er is in de loop der eeuwen niet veel veranderd – roept hij op te stoppen met muggenziften. Als het om details gaat, moet volgens hem iedereen ’in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd zijn’, zoals de Statenbijbel vertaalt. Paulus doet in de brief aan de christenen in Rome precies hetzelfde als wat hij in Efeze doet: hij relativeert niet, maar geeft blijk van een zelfverzekerd christelijk geloof. Misschien moet Pechtold nog maar even doorlezen.

Het christendom is een traditie die er – ondanks alle terugslagen en tekortkomingen – in niet onbelangrijke mate voor tekent dat Nederland een van de meest welvarende, democratische, sociale en vreedzame landen ter wereld is. Het verschaft talloos veel mensen houvast, bemoediging, troost en steun. Het voorziet in de grote, onstilbare behoefte aan wat met een lelijk woord ’zingeving’ heet. Het moedigt aan tot inzet voor mens en wereld. Zou het toevallig zijn dat kerkmensen zo veel extra vrijwilligerswerk doen? Zou het toevallig zijn dat christenen zo royaal geven aan goede doelen?

Dat wordt buiten D66 al steeds meer ingezien. Iemand als Job Cohen – niet toevallig burgemeester van Amsterdam – heeft religie ontdekt als middel om „de boel bij elkaar te houden”. Hij pleit zelfs voor een ’nieuwe doorbraak’, van politiek naar religie.

Dat Amsterdamse denken stemt ook argwanend. Het maakt van godsdienst een oefening in maatschappelijk nut, het reduceert religie tot verlengstuk van de politiek. Het doet denken aan Napoleon die beweerde dat „een pastoor meer waard is dan tien gendarmes”. Zodra het maatschappelijk nut verdampt, en religie zich niet als stut en steun voor de sterke arm laat gebruiken, wordt ze snel aan de kant geschoven.

Om vitale westerse waarden te onderhouden, hebben we de religieuze inbreng misschien wel veel harder nodig dan D66 denkt. Ook als je niet gelooft, zou je er ruimhartiger over kunnen spreken. En het navenant waarderen. Net zoals de stadsschrijver uit Efeze die zegenrijk werk deed. Wellicht ondanks zichzelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden