De zorgen van een barmhartige Samaritaan

KEES VAN KOOTEN, 'ZWEMMEN MET DROOG HAAR' Kees van Kooten, 'Zwemmen met droog haar', De Bezige Bij, 100 blz - 17,50.

ROB SCHOUTEN

Daar is niks op tegen, ware het niet dat het mechanisme waarmee het publiek Kees van Kooten koopt, het uitzicht op diens werkelijke schrijverschap intussen tamelijk heeft vertroebeld. Schrijft Van Kooten nu meesterwerkjes in zijn soort of behoort zijn oeuvre thuis in de sector aangenaam amusement. De vraag wordt niet meer gesteld; men koopt de nieuwe Van Kooten, punt uit. De merknaam is soortnaam geworden.

Toch is er iets met Van Kootens boeken dat het onderscheidt van de gemiddelde bestseller, en dat geldt ook voor zijn jongste produkt 'Zwemmen met droog haar'. Het laat je achter met een licht gevoel van gene. Misschien komt dat in zijn algemeenheid omdat de auteur in zijn literaire jasje nogal wat serieuzer wil klinken dan zijn alter ego van de tv-optredens, en wij eigenlijk

mens achter deze briljante buitenkant niet willen kennen. Boeken als 'Veertig' en 'Hedonia' hebben me op deze manier, bij alle leesplezier, toch ook een wat ongemakkelijk gevoel bezorgd. In 'Zwemmen met droog haar' gaat het om de familie Van Kooten die, vlak de omwenteling in Roemenie, een Roemeense vriendin een paar weken in huis neemt. Het verhaal is onmiskenbaar volkomen autobiografisch en de schrijver wenst het bewijs daarvan zelf te leveren door, behalve dat hij man en paard noemt, ook nog eens te vertellen dat de vrouw in kwestie, Ralu geheten, in een van de uitzendingen van Keek op de Week optrad.

Het beeld van een gevierde schrijver die ongevraagd duidelijk maakt dat hij in zijn hart ook maar een heel gewone Nederlander is, daar ergens wringt het misschien wel tussen mijn beeld van Van Kooten en zijn eigen presentatie. Heel in het begin van het boek al laat hij merken dat toch heus niet iedereen hem kent, als onze ambassadeur in Roemenie nog nooit van Van Kootens tv-creatie 'Dr. Clavan' blijkt te hebben gehoord en de auteur zelf met 'mijnheer Koolen' aanspreekt. Elders noemt Van Kooten zichzelf bescheidenlijk 'ook een soort van schrijver'. Welnee, hoor ik mezelf dan denken, hij is niet zomaar een schrijver, hij is Kees van Kooten. Enfin.

De titel van het boek 'Zwemmen met droog haar' is een Roemeens gezegde voor 'wel aan de goede kant staan, maar nooit vuile handen maken'. Ralu deponeert deze zegswijze bij Van Kooten naar aanleiding van een Roemeense vriendin van haar, maar dat de titel het hele boek dekt, duidt op een uitgebreidere toepassing. Ook het gezin Van Kooten zwemt in zeker opzicht met droog haar, zoals zoveel Nederlanders met samaritaanse gevoelens: je helpt wel maar neemt toch nooit echt deel.

De visite van Ralu loopt uit, niet op een fiasco of drama, maar toch wel op een gevoel van onvrede: de ervaring dat twee verschillende culturen en omstandigheden elkaar niet voortdurend verdragen. Tenslotte is het de Roemeense die in een retrospectieve brief de sluimerende wrijving onder woorden brengt en heel helder de fout van haar om naar Nederland te komen en even in luxe te baden, taxeert. Ze heeft gevoeld hoe de betrokken aandacht van de Van Kootens langzaam omsloeg in kleine ergernissen over haar voortdurende aanwezigheid. Vis en visite blijven drie dagen goed, heeft Kees geleerd, en zo is het.

De beschrijving van zo'n proces van toenemende irritaties (al wel eerder thema in de literatuur; ik las erover bij Henk Romijn Meijer en de Amerikaanse schrijver Raymond Carver) is in goede handen bij de auteur van 'Treitertrends'. Ralu's slopende dankbaarheid, haar beslagname op aller aandacht, haar betweterij, het vleugje anti-semitisme, haar eindeloze bewondering voor Nederlands welvaart, heel treffend weet Van Kooten dit alles uit te beelden.

Toch bekruipt je na afloop de vraag of dit autobiografische boek wel met goed fatsoen gepubliceerd had mogen worden als Ralu die brief aan het eind niet had gestuurd, waarin ze zelf inziet wat er misging en waarin ze verder contact min of meer opzegt. Zonder die brief had deze vertelling, met al z'n menselijke, sympathieke wrevel, toch een soort dolkstoot in de rug van de Roemeense gaste betekend. Want ook dat is een van de motieven in 'Zwemmen met droog haar': mag je wel kritiek hebben op iemand die het toch al zoveel minder heeft dan wij?

Van Kooten snijdt hier een subtiel maatschappelijk en moreel probleem aan, het dilemma tussen bijna onvermijdelijk egoisme en de mooie drang tot altruisme. Maar een les levert hij er niet bij. Hij laat zijn eigen voorbeeld voor zichzelf spreken. Misschien veroorzaakt dat wel het ongemakkelijk gevoel: is deze falende liefdadigheid toch ook niet een lichte koketterie van de bekende Nederlander die met een huiselijk probleem aankomt? Wordt hier niet, onbewust wellicht, toch een beetje gesmuld van het universele verschijnsel dat bezoek dat te lang blijft je de keel uit gaat hangen?

Afgezien van zulke vragen is 'Zwemmen met droog haar' heel goed geschreven (anders zou het vermoedelijk niet eens zulke morele vragen oproepen). Het leest als een trein en etaleert op gepaste momenten de humor van Van Kooten: 'Ik voel dat ik kijk alsof ik een pijp rook', en zijn gevoel voor hilarische situaties (bijvoorbeeld als hij tegen zijn zin in de HEMA door een paar dames wordt meegesleept om een gratis rookworst te halen). Zulke beschrijvingen zijn Van Kooten wel toevertrouwd, maar ze overschaduwen net niet het morele probleempje waarmee hij zijn lezers opzadelt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden