De zoon kan gaan leven. En de vader is daar blij om.

zoektocht | interview | Schrijver Hisham Matar probeerde jarenlang te ontdekken wat er gebeurd was met zijn vader nadat die door het Libische regime van Kadafi was ontvoerd. Tot hij ontdekte dat hij met de onzekerheid kon leven.

Afsluiten? Hisham Matar (1970) heeft een hekel aan die term. Ingrijpende, levensveranderende gebeurtenissen en dan een deksel erop? "Rouw, verdriet, frustratie, verveling: we willen ervanaf. Ik begrijp het wel; we willen ons prettig voelen. Maar daardoor kan ons ook ontgaan wat het betekent om te leven."

Leven is ongemak. En voor Matar betekent dat leven met een vraagteken. Leven met het niet weten, niet precies weten wat er wat er met zijn vader is gebeurd. En leven met het besef dat die kennis er waarschijnlijk nooit meer komt.

In het indrukwekkende boek 'The Return. Father, Sons and the Land in Between' (deze maand onder de titel 'De Terugkeer' in het Nederlands verschenen) schrijft hij over de jarenlange zoektocht naar zijn vader Jaballa, die in de jaren zeventig betrokken raakt bij de oppositie tegen het regime van Muammar Kadafi. Negentien is Hisham als zijn vader wordt ontvoerd en in de gevangenis verdwijnt. Ze zullen elkaar nooit meer zien.

Uw leven is sterk beïnvloed door de politieke keuzes van uw vader. Als zijn leven als oppositieleider gevaar loopt vlucht hij met zijn gezin in 1979 vanuit Libië naar Caïro. U raakt snel gewend, blijkt uit uw boek. Toch vraagt u, op uw vijftiende, uw vader om naar kostschool te mogen in Engeland. Waarom?

Lachend: 'Ja, ik weet dat het pervers klinkt dat een kind daar vrijwilig naar toe zou willen. Ik was een gevoelig kind. Ik was geïnteresseerd in dingen waar de mensen om mij heen niet zoveel belangstelling voor hadden. Of misschien hadden ze het wel, maar ze hadden er geen ruimte voor. Kunst, literatuur, natuur. Het was een heftige tijd, ik was omringd door mensen die de wereld of in ieder geval Libië wilden veranderen. Dan zijn dat soort zaken niet zo belangrijk.

"Tegelijkertijd voelde het alsof het leven dat mijn ouders in Egypte creëerden maar tijdelijk was. We waren altijd aan het wachten om terug te gaan. Vaak was het: 'Laten we dat maar niet doen, volgend jaar zijn we hier toch niet meer'. Het maakte me onrustig. En hoewel het kostschoolleven heel onplezierig kan zijn, zeker voor iemand als ik die het graag prettig heeft, die van lekker eten, mooie meubels, warm water houdt, voelde het toch alsof ik daar iets meer het heft in eigen handen had."

Maar u kon daar niet onder eigen naam heen, u gebruikte een pseudoniem.

"Het leek een te groot risico om mij onder mijn eigen naam in te schrijven. Mijn broer Ziad, die op kostschool zat in Zwitserland, moest daar een keer halsoverkop weg omdat er buiten de poort van de school leden van Kadafi's Revolutionare Comités waren gesignaleerd. Daarom zou ik doen alsof ik een christen was, de zoon van een Egyptische moeder en een Amerikaanse vader. De eerste maanden was het nog wel spannend. Een deel van mij is een toneelspeler. Maar daarna werd het steeds moeilijker. Ik heb uit die tijd ook geen vrienden. Het was onmogelijk om iemand echt dichtbij te laten komen. De vrienden die ik heb zijn van voor die tijd, uit Egypte, of van later, toen ik naar de universiteit ging."

Onderhandelen met de duivel

Engeland blijkt niet ver genoeg om aan de tentakels van Libië te ontkomen. In maart 1990 verdwijnt Matars vader. Aanvankelijk krijgt de familie te horen dat hij door de Egyptische autoriteiten op een geheime locatie aan de rand van Caïro wordt vastgehouden. Later ontdekken ze, via een paar uit de gevangenis gesmokkelde brieven, dat Jaballa Matar naar Libië is overgebracht en daar gevangengezet in Abu Salim, een berucht complex in het centrum van Tripoli waar onder het Kadafi-regime duizenden dissidenten werden opgesloten. Van velen is nooit meer iets vernomen.

Matar: "Ik had een steeds terugkerende droom. Ik loop vooruit, maar mijn hoofd staat omgedraaid op mijn romp. Mijn adamsappel zit bovenaan mijn ruggengraat. Ik werd dan helemaal in paniek wakker met het idee dat ik iets over het hoofd had gezien, dat ik iets belangrijks was vergeten. Ik dacht continu aan de dingen die er met mijn vader gebeurd zouden kunnen zijn, wat hij in de gevangenis zou moeten doorstaan, hoe hij waarschijnlijk werd gemarteld."

Wat er met zijn vader is gebeurd, is tot op de dag van vandaag niet duidelijk. Is hij in 1996 omgekomen bij een bloedbad waarbij zo'n 1200 politieke gevangenen werden vermoord? Of leeft hij nog op een goed verborgen plek? Matar voert vanuit het westen jarenlang campagne, schrijft brieven, geeft interviews, probeert via druk op de publieke opinie het lot van zijn vader te achterhalen.

In zijn wanhoop, zo schrijft hij in De Terugkeer, is hij op een gegeven moment zelfs 'bereid met de duivel te praten om te achterhalen of mijn vader dood of levend was.' Die heeft de gedaante van Seif el-Islam, de tweede zoon van Kadafi. Aan het eind van het eerste decennium van deze eeuw wordt Seif door een deel van het Britse establishment als het redelijke gezicht van het Libische bewind omarmd. In 2009 koopt hij een huis in Londen.

Matar zoekt contact. Er zijn gesprekken, Seif stuurt sms'en, inclusief smileys, en stelt eisen. Zo wil hij onder meer dat Matar terugkeert naar Libië. Het leidt uiteindelijk nergens toe.

Maar nee, dat is niet waar. Het contact leidt wél tot een belangrijke ontdekking. In De Terugkeer beschrijft Matar hoe hij reageert als Seif nog een allerlaatste eis stelt.

Bevrijdend

"Je ziet het verkeerd", zei ik. "Ik hoef niets van je. Er is niets dat je me kunt afnemen of aan mij kunt geven. Mijn vader is als een kroon op mijn hoofd. Wat ik je aanbied is de kans de schade te beperken. En je doet het niet voor mij, maar voor de geschiedenis. De geschiedenis zal over jou oordelen. Dus hou op met vragen of ik iets wil doen. Ik doe niks meer voordat je mij vertelt wat je weet."

"Dat was voor mij een bevrijdend moment", zegt Matar nu. Ik ontdekte dat deze man met al zijn macht geen invloed op me had. Dat was een aangename verrassing. Op een bepaald niveau denk ik dat het veel moeilijker was om de zoon van Kadafi te zijn dan mijn vaders zoon. Natuurlijk, wat er met mijn vader is gebeurd, heeft mijn leven beïnvloed. Maar het was makkelijk om zijn zoon te zijn. Hij was een mooi mens, we waren heel verschillend, maar hij vierde die verschillen, hij liet me vrij mezelf te zijn. Hij is een bron van trots."

Maar hij zei ook ooit tegen u: ga nooit de concurrentie aan met Libië, want dat verlies je. En in uw boek beschrijft u hoe boos u bent als u ontdekt dat al het geld dat uw vader als zakenman heeft verdiend opgegaan is aan zijn oppositieactiviteiten, wat betekent dat uw moeder zonder bron van inkomsten achterbleef.

"Ja, die boosheid is er. Maar de boosheid en de liefde kunnen samen bestaan. Volgens Freud moet een zoon soms zijn vader vermoorden om zich van hem te kunnen bevrijden. Maar als je dat doet, raak je tegelijk meer door hem geobsedeerd. Hoe bevrijd je jezelf dan? Door een eerlijke confrontatie. Ik wil kritisch over hem kunnen zijn, maar die kritiek niet tegelijkertijd alles laten overschaduwen. Maar ik wil ook niet door mijn liefde voor hem alle schaduwkanten laten verdwijnen. Het is een lange reis geweest om daar te komen. Maar daardoor voel ik me veel vrijer."

In 2012 keerde u, na de val van Kadafi en 33 jaar nadat u het land heeft moeten verlaten, terug naar Libië. Hoe was dat?

"Complex. Ik probeer dat in mijn boek ook aan te geven. In feite kun je nooit ergens terugkeren. Jij gaat weg, de plek die je verlaat verandert en jij verandert ook. Allebei ben je iets anders geworden.

"Denk maar aan al die mensen die teruggaan naar een plek uit hun jeugd en dan zeggen dat alles zo klein is geworden. Ik keek ernaar uit en ik was bang. Er was veel plezier, het landschap was overweldigend en er waren momenten dat ik me volkomen verloren voelde."

Zou u weer in Libië willen wonen? Is dat thuis? Of is dat Engeland, waar u het grootste deel van uw leven heeft gewoond? Of misschien Parijs, waar u ook twee jaar was?

"Ik heb geen plannen om naar Libië te gaan, al sluit ik het ook niet uit. Mijn teruggaan heeft me wel doen realiseren hoe ik ben veranderd. Ik had altijd de fantasie dat ik me meteen thuis zou voelen als ik zou terugkeren naar Libië. Maar dat was niet het geval. En Engeland? Ik heb diepe banden met Londen, maar zeggen dat het mijn thuis is?

"Ik denk dat het deels mijn karakter is. Ik voel me bijna overal een buitenstaander. En dat deert me niet. Niet meer.

"Vroeger dacht ik; ik wil erbij horen. Nu zie ik dat buitenstaander zijn me ook veel vrijheid geeft. Het is misschien niet comfortabel, maar het is wel interessant. Ik voel me niet met één plek verbonden, dat betekent dat ik overal kan zijn. Dat is natuurlijk ook maar een fantasie, maar het is wel een prettige fantasie."

Het meest waarschijnlijke is dat uw vader in 1996 is omgekomen, maar volledige zekerheid is er niet. Bent u nog naar hem op zoek?

"Ik kan nu leven met het ongemak dat ik niet precies weet wat er met mijn vader is gebeurd. Ik ben niet meer zo hard naar hem op zoek. Ik keek steeds achterom, naar die vermiste vader.

"Geleidelijk, tijdens het schrijven van dit boek, is mijn hoofd gedraaid. Ik kijk vooruit en de verrassing is dat mijn vader er nog steeds is, maar op een veel inspirerender manier.

"Er is plaats gekomen voor andere, liefdevolle herinneringen, niet alleen die van mijn vader als politiek figuur. Dat is veel gezonder.

"Mijn vader is niet meer het centrum waar ik omheen cirkel. Ik ben het centrum. En hij is daar blij om. Nu kan de zoon gaan leven."

Wie is Hisham Matar?

Hisham Matar wordt in 1970 in New York geboren, waar zijn vader werkt bij de Libische vertegenwoordiging bij de VN. Hij is drie als zijn familie terugkeert naar Libië, waar zijn vader succesvol zakenman wordt en betrokken raakt bij de oppositie tegen Kadafi. In 1979 wordt het gezin gedwongen te vluchten. Na een korte tijd in Nairobi vestigt de familie zich in Caïro. In 1986 verhuist Hisham naar Engeland, waar hij onder meer architectuur studeert.

In 2006 debuteert hij met 'In the Country of Men' (in het Nederlands verschenen onder de titel 'Niemandsland'), dat genomineerd wordt voor de Man Bookerprijs. 'Anatomie van een verdwijning' is zijn tweede boek.

Deze maand is bij Meulenhoff onder de titel 'De Terugkeer' de Nederlandse vertaling verschenen van zijn boek 'The Return. Fathers, Sons and the Land in Between'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden