De zonzijde van het Limburgse leven

(Trouw)

Zuid-Limburg nodigt uit om te zwerven. Zien naar welke uitzichten het pad je brengt.

The Bright Site of Life? Het reclamespotje op de radio meldt dat je daarvoor in Zuid-Limburg moet zijn. Werk in overvloed, veel goedkopere huizen dan elders en het leven is er weldadig. Leuk gevonden door de marketeers, die erg hun best hebben gedaan om het zuidelijkste stukje Nederland te verkopen..

Natuurlijk is de website één grote lofzang op het gebied tussen Maastricht en Vaals, dat in 2018 de aanwijzing van Culturele hoofdstad van Europa hoopt binnen te halen. Dat mag uiteraard; Zuid-Limburg hééft ook wat te bieden. Maar het gaat wel erg veel over werken en wonen. Over wandelen vind je op de website maar bitter weinig. In het laatste hoofdstukje (en nota bene onder het kopje ’sport’) worden wat massale wandelevenementen genoemd, na pagina’s golfterreinen en kwijnende clubs uit het betaalde voetbal.

Maar Zuid-Limburg is nu juist een gebied dat uitnodigt om te zwerven, om je ene voet voor de andere te zetten en te zien waar het pad je brengt, om vooral stil te staan bij beeldschone uitzichten en je te verbazen over deze uithoek van Nederland. Wandelen is geen sport, wandelen ís de Zonnige Kant van het Leven – zeker in Zuid-Limburg. Vooral in combinatie met de vele kroegjes, eetcafés en herbergen die de dorpen rijk zijn. Zoals De Smidse in Epen en het fiets- & wandelcafé ’A gen Kirk’ (’tegenover de kerk’) in Vijlen, waar de geuren van warme chocolademelk, erwtensoep en een Limburgs biertje zich met elkaar vermengen. Maar ja, die dorpen liggen nu eenmaal dichter bij Bourgondië dan Holwerd en Roodeschool.

Een paar jaar geleden beschreef Yvonne Cox, de uitbaatster van ’A gen Kirk’, een aantal routes langs kroegjes, een wandelgids voor de ’bourgondische wandelaar’ – voor de ’levensgenieters’ dus. Wegens succes volgde een uitgave met ’Grenzenloze wandelingen’. Daaruit gebruikten wij de tour langs twee lieflijke riviertjes, de Gulp (bij Teuven) en de Geul (bij Epen)

Zo stapten wij bij Epen de herberg uit, met het spectaculaire Geuldal in het vooruitzicht en een klim ’over de berg’ naar België als uitdaging. En binnen vijftig meter scoorden we al ons eerste ’Yes!-moment’. Dat was het smalle weggetje naar het centrum: het Bovenpad! Een Engelsman zou er nog niet met zijn ogen voor knipperen, maar een heuse holle weg of grub(be) behoort in Nederland toch tot de landschappelijke hoogtepunten – een metersdiep uitgesleten pad tussen hellingen door.

Epen is ontdekt door de toeristen dankzij Eli Heimans, de onderwijzer-natuurliefhebber en trouwe maat van Jac. P. Thijsse, die in 1911 het boekje ’Uit ons Krijtland’ schreef. Daarin ontvouwde hij de schoonheid van Zuid-Limburg. Met name zijn wandelpassie en zijn ontdekking bij Epen van fossielen uit het Carboontijdperk (zo’n 270 miljoen jaar geleden), brachten velen in de benen. De plaats waar het Carboon aan de oppervlakte komt, draagt de naam Heimansgroeve. Na Heimans’ publicatie had deze streek van Nederland eigenlijk geen reclamemakers en marketeers meer nodig en stond Epen als verblijfplaats voor ’vreemdelingenverkeer’ vet op de kaart.

Wij verlaten het dorp via de Heerstraat en Witsebornseweg en krijgen een majestueus uitzicht over het Geuldal. Hier heeft de rust nog de overhand, verlangzaamt het verlangen om de wandeling te vervolgen. Die gaat ongemerkt verder door het Bovenste Bosch en steekt bij grenspaal 15 de grens met België over. Dat is toch even een spannend moment. De paal is na de afscheiding van België in 1830 geplaatst, waarna de smokkel van boter, tabak en ander spul welig tierde. Hier liep in 1914-1918 de (elektrische) ’Draad’, die vluchtelingen en deserteurs moest tegenhouden om naar het neutrale Nederland te vluchten en vele slachtoffers maakte. Ander land, andere cultuur, andere taal, andere huizen. Ook andere cafés, zoals in Teuven waar alle horeca op deze winterse woensdag potdicht zit. Alleen het ’melkkot’ is open, een schuurtje waar je een glas verse melk voor tien eurocent uit een automaat kunt tappen. Belgische wandelaars generen zich voor de gesloten cafédeuren en begrijpen best dat die Ollanders gauw naar hun eigen land willen.

Dat doen ze ook, achter kasteel Obsinnich (ca. 1730, verboden terrein) langs en dan pittig steil omhoog over de berg richting Zuid-Limburg. Geen grenspaal gezien, wel een heerlijk panorama. Via het dal en de gehuchten Terziet en Plaat keren we terug in Epen. De laatste kilometer voert langs de Geul, die liederlijk meandert. Aan de overzijde staat de Volmolen, waar men tot 1872 nog actief was met het ’vollen’ van geweven stoffen tot viltachtig laken. Nu is het een graanmolen.

De laatste stappen vertragen, het beginpunt is weer in zicht. De culinaire geneugten van dit land lokken. Ook The Bright Side of Life!

(Trouw)
Meestal ligt in Limburg eerder sneeuw. (FOTO'S HARO HIELKEMA)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden