De zomer waarin België collectief depressief werd

reportage | affaire-Dutroux | De vondst van Sabine Dardenne en Laetitia Delhez, vandaag twintig jaar geleden, luidde voor België het begin in van de affaire-Dutroux. Het collectieve trauma is verwerkt, de gevoeligheid voor vermiste kinderen is gebleven.

Het huis aan de Route de Philippeville nummer 128 staat er nog. De voorgevel van de drie verdiepingen hoge woning in Marcinelle wordt bedekt door een foto van een vliegerende jongen. Hij heeft in de loop der jaren gezelschap gekregen van stickers en een reeks onleesbare graffiti-tags. Ter hoogte van de eerste verdieping laat de plaat los, alsof iemand eraan heeft zitten pulken.

Aan de overkant van de straat hangt een kleine zwartmarmeren plaquette op de betonnen schutting die de straat van het spoor scheidt. 'Ter nagedachtenis aan alle kinderen die het slachtoffer werden van pedofilie'. In het perkje eronder zijn een paar plastic bloemen naast een uitgebloeide rozenstruik geprikt, waaruit de geur van urine opstijgt.

In de kelder van het huis met de vlieger worden op 15 augustus 1996 twee meisjes gevonden, in leven. Sabine Dardenne en Laetitia Delhez, destijds twaalf en veertien jaar oud, waren ontvoerd en opgesloten door de eigenaar van het pand: de werkloze elektricien Marc Dutroux. In de weken erna worden bij andere huizen van Dutroux de lichamen van vier verdwenen meisjes gevonden. België reageert verbijsterd.

"Het is een bizarre geschiedenis", zegt Kamal Idrissi (33), die op de hoek van de Route de Philippeville en de Rue de Damzelles op een vriend staat te wachten. "Iedereen hier haat die vent. Het merendeel, toch. Hij schijnt ook bewonderaars te hebben die hem post sturen."

Het stadsbestuur van Charleroi besloot in 2009 om het huis in Marcinelle af te breken. Maar zeven jaar later, twintig jaar na de affaire Dutroux, staat het er nog altijd. "Dit is Charleroi hè, het gaat hier niet zoals in Vlaanderen of Nederland", zegt Idrissi. "Hier duurt dat allemaal eeuwig."

Idrissi, een Marokkaanse Belg die met zijn vrouw en kinderen verderop in de wijk woont, is er zelfs niet van overtuigd dat het pand nog tegen de vlakte gaat. "Ik heb al van alles gehoord: afbreken, er een museum van maken, een kindercrèche... we weten het niet precies."

Hij wenkt een passerende buurtgenoot. Fabien Delaunay (44) is stellig. "We willen hier zéker geen museum", zegt de lange, magere man met stoppelbaardje. "Over de ruggen van die dode kinderen. Dat is gewoon walgelijk."

Ook elders in België kan de naam Dutroux nog altijd op vertrokken gezichten en walgende blikken rekenen. De affaire is één van de grootste trauma's van het land, zegt Marc Hooghe, hoogleraar sociologie en politicologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. "Het was een soort confrontatie met het absolute kwaad. Het was iets dat we niet konden vatten, zo wreed. Daarbij was het een drama in zes of zeven schijfjes, elke week kwam er iets ergers aan het licht." De Belgen kwamen die zomer in een 'collectieve depressie' terecht, zegt Hooghe, die vlak na het begin van de affaire-Dutroux onderzoek deed naar het vertrouwen van de Belgen in overheid en politiek. "Je kan het vergelijken met de terreur nu. Normaal is de zomer een periode van rust, maar nu krijgen we te maken met een depressief makende opeenvolging van aanslagen. Mensen voelen zich murw. Dat gebeurde toen ook. Men werd in een draaikolk naar beneden gesleurd."

Witte Mars

Toen vervolgens bleek dat Dutroux door geknoei van politie en justitie niet al veel eerder was gepakt, sloeg de verbijstering om in woede. Rechtbanken werden bekogeld met eieren en tomaten. Op zondag 20 oktober 1996 gingen in Brussel 300.000 mensen in het wit de straat op om in stilte te protesteren en uiting te geven aan hun ongeloof. De Witte Mars markeert het absolute dieptepunt in het vertrouwen van de Belgen, zegt Hooghe. "Men was zo gekrenkt, het waren hún kinderen die niet waren beschermd."

Die volkswoede was niet onterecht, zegt de Belgische publicist Geert van Istendael. "De rijkswacht en lokale politie waren al decennia verwikkeld in een onderlinge loopgravenoorlog. Bij justitie heerste een cultuur van politieke benoemingen en bestond een grote afkeer van moderniseren."

In de nasleep van de affaire-Dutroux werd de politie samengevoegd, kwam er een toelatingsexamen voor rechters en werd er werk gemaakt van slachtofferhulp. Hooghe: "Die hervormingen lieten al 20 of 30 jaar op zich wachten. Wat dat betreft was de totale mislukking van die affaire misschien wel nodig om orde op zaken te kunnen stellen."

Intussen deden allerhande (complot)theorieën de ronde over geheime pedofilienetwerken en de betrokkenheid van gezagsdragers, politie, politici en zelfs het koninklijk huis. Toen Dutroux in 1998 tijdens een bezoek aan het gerechtsgebouw van Neufchâteau ontsnapte, was dat voor de complotdenkers hét bewijs dat Dutroux invloedrijke handlangers had. Volgens hen moest hij op de vlucht worden doodgeschoten, zodat hij nooit kon praten over wie er bij de vermeende (kinder)prositutienetwerken betrokken waren. Dutroux werd een paar uur later levend door een boswachter gepakt. Ook dat paste in een complot. Dutroux' handlangers zouden zich op het laatste moment hebben bedacht: als Dutroux het niet zou overleven zou de affaire te veel op een doofpot lijken.

In Marcinelle geloven Idrissi en Delaunay twintig jaar later nog steeds niet dat Dutroux een gestoorde eenling was. Delaunay: "Natuurlijk waren er hooggeplaatsten bij betrokken. Die werden beschermd."

De complottheorieën vinden hun oorsprong in de karige informatievoorziening door politie en justitie, zegt Van Istendael. Communiceren naar de media of naar de burger, daar begon men toen gewoon niet aan. "Als er niet genoeg informatie vrijkomt is de potentiële geruchtenstroom eindeloos."

Samen met de algehele vertrouwenscrisis was het een perfecte voedingsbodem voor speculatie, zegt Hooghe. "Die complotten klinken nu absurd, maar destijds klonken ze realistisch. België had voor en na Dutroux te maken met een opeenvolging van schandalen en corruptie. Dat riep het sentiment op 'dan zullen ze elkaar wel allemaal de hand boven het hoofd houden'." Hooghe doelt op onder meer geruchtmakende schandalen rond partijfinanciering en de aankoop van gevechtshelikopters.

Het duurde zeker tien à vijftien jaar voor de bevolking het vertrouwen in overheidsinstanties terug had, zegt Hooghe. Maar inmiddels durft hij wel te stellen dat het vertrouwen terug is. Zélfs in het licht van de kritiek op de huidige Belgische aanpak van terreurbestrijding. "Er is kritiek op het werk van de politie en de inlichtingendiensten, maar het vertrouwen is na de aanslagen in Brussel nooit weggeweest. Dat is een groot verschil met de affaire Dutroux. Toen voelde men zich niet beschermd door de eigen instituties. Er wordt nu ook veel transparanter gecommuniceerd door politie en politiek."

Het trauma-Dutroux is grotendeels verwerkt, denkt Hooghe. Hij wijst op de vervroegde vrijlating van Michelle Martin, de ex-vrouw van Dutroux, bijna vier jaar geleden. "Er was wel wat protest, maar de grote emoties zijn verwerkt. Voor de ouders van de slachtoffers wordt het leven nooit meer normaal, maar voor de Belgen gaat het leven door."

"In '96 waren mijn kinderen al volwassen, maar door jonge vrouwen heb ik mij laten vertellen dat het leven voor hen ineens anders werd", zegt Van Istendael. "Dat ze niet meer op straat mochten spelen, dat ze niet alleen naar de bakker mochten. Ik denk dat die angstvalligheid er wel een beetje uit is. Dat zie ik bij mijn eigen kleinkinderen."

Al blijft er volgens Hooghe in België een grote gevoeligheid voor verdwijnings- en misbruikzaken. Op initiatief van Jean-Denis Lejeune, vader van een van de ontvoerde meisjes, werd Child Focus opgericht. De affiches met pasfoto's van deze stichting voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen zijn nog altijd op vrijwel ieder Belgisch station te vinden. Hooghe: "Dat vinden wij normaal. Vanuit de gedachte: dit mag nooit meer gebeuren."

In Marcinelle zal de gevoeligheid altijd blijven. "Ik kan u alleen zeggen wat iedereen al weet", zegt de 91-jarige Theodore Meneghello, gepensioneerd kunstenaar, nadat hij het dubbele slot op de deur van zijn galerie 'Le Creuset' aan de Route de Philippeville heeft geopend. Even later stiefelt hij toch op zijn pantoffels het trottoir op. "We konden het niet geloven. Het was wereldnieuws", zegt de oude man, wijzend naar het huis verderop in de straat. "Het leven gaat verder. Hij is gepakt en sindsdien we praten er niet meer over." Meneghello zwijgt een tijdje en vraagt dan: "Waar zit Dutroux nu? Zit hij nog vast?"

In de buurt wonen nog maar weinig mensen die er in 1996 ook al woonden, vertelt hij. "De straat werd destijds al nauwelijks bewoond. Nadat Marc werd opgepakt, trokken nog meer mensen weg." Dat is niet zo moeilijk voor te stellen. Pal achter de betonnen schutting die deels beschilderd is met kindertekeningen en gedichten, raast de spoorlijn van Charleroi naar Namen. Het geluid van voorbijscherende treinen en het autoverkeer van het naastgelegen viaduct maken het regelmatig onmogelijk om elkaar te verstaan.

Sloopplannen

De gemeente Charleroi laat weten dat het nog steeds van plan is het huis op nummer 128 te slopen. Wanneer is nog niet duidelijk. Voorlopig breekt het zich nog het hoofd over wat ervoor in de plaats moet komen. "Het denken daarover vordert, maar is nog niet voltooid", aldus een woordvoerder.

'De bloemen groeien ook tussen de ruïnes', heeft iemand op één van de schuttingen langs het spoor geschilderd. Dat is 25 kilometer verderop, in Sars-la-Buissière, ook het geval. Aan het hek voor de ruïne waar eens Michelle Martin woonde, hangen twee bosjes verwelkte rozen voor Julie en Melissa, de meisjes die hier door Dutroux werden begraven. Door het dak groeit een boom. Waar vroeger een raamkozijn zat woekert nu klimop.

het vergeten herdenkingsbos

Voor elke deelnemer aan de Witte Mars werd tussen 1997 en 1999 een boom geplant op de middenberm van snelweg E19. Dit Witte Kinderbos haalde het Guinnes Book of World Records als smalste bos ter wereld. Maar enkele jaren later moest dit 'levende monument' het veld ruimen voor de aanleg van een nieuwe spoorlijn. Een deel van de 300.000 bomen werd verplant naar het plaatsje Houtem in de gemeente Vilvoorde.

Ook van dit 'Witte Kinderwandelbos' lijken de sporen uitgewist.

Op internet rest een Wikipedia-pagina over de aan- en verplant van het herdenkingsbos en een folder met een fietsroute van de dienst toerisme, uit 2009. Volgens een krantenbericht is er in 2011 nog een Anne Frank-boom geplant.

Op de plek waar volgens de folder het herdenkingsbos moet liggen, loopt een aantal karrensporen en voetwegen langs jonge, manshoge eiken. De eerste groene eikels zitten al in de dop.

Maar een verwijzing naar de oorsprong van dit 'bos' ontbreekt.

De zaak-Dutroux

Op 15 augustus 1996 worden Sabine Dardenne (12) en Laetitia Delhez (14) na respectievelijk 2,5 maand en zes dagen opsluiting bevrijd uit de kelder van Dutroux. Twee dagen later, op 17 augustus, worden de lichamen opgegraven van de vermiste Luikse vriendinnetjes Julie en Melissa. Zij verdwenen op 24 juni 1995. Ze waren toen acht jaar. Bij een huis van Dutroux in Jumet vinden forensisch onderzoekers op 3 september 1996 onder de betonnen vloer de lichamen van An (17) en Eefje (19), die op 22 augustus 1995 waren verdwenen.

In juni 2004 werd Dutroux veroordeeld tot levenslang. Zijn ex-vrouw Michelle Martin kreeg 30 jaar cel, handlanger Michel Lelièvre 25 jaar. Michelle Martin kwam in 2012 vervroegd en onder voorwaarden vrij. Dutroux (intussen 59) zit zijn straf in afzondering uit in de gevangenis van Nijvel. Sinds vorig jaar mag hij schoonmaakwerk doen in de gevangenis. Sabine Dardenne schreef een boek dat in 2004 verscheen, Laetitia Delhez was in 2012 een van de organisatoren van een demonstratie tegen de voorwaardelijke invrijheidsstelling van Martin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden