De zomer is aan het verregenen en dat zal wel zo blijven

Een hondsdagenhoogzomer zou het worden. Dat had de Duitse meteoroloog Wolfgang Roder, die de afgelopen jaren met zijn seizoenvoorspellingen zoveel gezag heeft opgebouwd, dat zelfs verstokte costa-gangers voor Playa Holanda kozen, eind februari al wereldkundig gemaakt. Ook Britse meteorologen maakten gewag van een 'warm of very warm summer' en hoewel die voorspelling voor eigen land gold, zouden wij daar zeker van kunnen meeprofiteren.

Na een maand zomer weten we beter: de zomer is aan het verregenen. De Bilt ving deze maand al 151 mm op tegen normaal 75 mm.

In deze eeuw viel er alleen in 1987, 1942, 1966 en 1930 nog meer juliregen in het midden des lands. Het zijn echter niet alleen de hoeveelheden regen die er uit springen maar ook de neerslagduur.

Normaal regent het gedurende 5 % van de beschikbare tijd. Nu staan we al op bijna 85 uren regen en dat is, bekeken op maandbasis, al ruim 11 %. Na 1955 is het maar een keer eerder voorgekomen dat het in juli nog langer regende. Dat was in 1988, vlak voor de 'broeikaszomers' van de laatste jaren. Toen 94 uren neerslag tegen maar 4 uren neerslag in de warmste julimaand van de eeuw: 1983.

Het is niet gemakkelijk de oorzaken aan te wijzen waarom deze zomer zo in het slop is geraakt. Direct is natuurlijk de vrij zuidelijke ligging en ongewone sterkte van de straalstroom debet aan het koele, winderige en natte weer. Onder de in de vrije atmosfeer snelstromende 'windrivier' komen aan de lopende band actieve storingen tot ontwikkeling. Wat wereldwijd opvalt, is dat hogedrukruggen en lage-drukuitzakkingen nogal stroperig zijn: lange tijd veranderen ze amper van plaats. Het gevolg is dat in grote delen van het noordelijk halfrond markante weersverschijnselen optreden die weken aanhouden. De aanhoudend zware regenval in het Amerikaanse middenwesten met als gevolg de grote Mississippi- en Missourioverstromingen, maar ook het noodweer in zuidelijk Azie, zijn daar voorbeelden van.

De opmerkelijk lange opwarming van het water in het equatoriale deel van de Stille Zuidzee (beter bekend als El Nino: de warme variant van de ENSO-cyclus) wordt in verband gebracht met de natuurrampen. Volgens KNMI-onderzoekers oefent El Nino namelijk indirect invloed uit op de straalstroom. Ook de uitbarsting van de Filippijnse vulkaan Pinatubo in juni 1991, de grootste van deze eeuw, kan een indirecte oorzaak zijn van het slechte weer in delen van de wereld. Twee jaar na grote uitbarstingen wordt Europa namelijk niet zelden geconfronteerd met koele, natte zomers.

Kijken we naar voorbeeldjaren in het verleden (1965) dan is het niet te verwachten dat deze zomer nog grootse plannen met ons voor heeft.

Het zal wel blijven kwakkelen.

Interessant is de vraag waarom mensen zoals Roder deze ontwikkeling niet wat eerder konden zien aankomen. Zijn antwoord daarop luidt dat de luchtdrukverdeling gedurende de eerste drie maanden van dit jaar volstrekt niet in de richting van een koele, natte zomer wees en dat gold evenzeer voor de voortschrijdende warme fase van ENSO. Dat het toch is misgegaan, vindt zijn mogelijke oorzaak in het feit dat de drukverdeling van januari tot april waarschijnlijk nog tot de naweeen behoort van het tijdvak dat ons de laatste jaren zoveel buitensporige warmte heeft bezorgd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden